Vragen van de leden Koerhuis en De Kort (beiden VVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel dat bijstandsgerechtigden in Amsterdam een halfjaar mogen samenwonen zonder gevolgen voor hun uitkering waarin beide partners hun eigen woning mogen aanhouden (ingezonden 26 november 2021).

Mededeling van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 20 december 2021).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Bijstandsgerechtigden mogen halfjaar samenwonen zonder gevolgen voor uitkering»?1

Vraag 2

Wat is uw reactie op dit plan van de gemeente Amsterdam?

Vraag 3

Wat vindt u ervan dat de gemeente Amsterdam actief inkomenspolitiek aan het bedrijven is?

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het niet toepassen van de kostendelersnorm terwijl dit wel landelijk beleid is?

Vraag 5

Deelt u de mening dat leegstand moet worden tegen gegaan?

Vraag 6

In hoeverre rijmt u dit met het beleid van de gemeente Amsterdam om bijstandsgerechtigden een half jaar samen te laten wonen zonder gevolgen en één van hun sociale huurwoningen leeg te laten staan?

Vraag 7

Welk signaal geeft de gemeente Amsterdam aan woningzoekenden die op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staan en die nu zien dat sociale huurwoningen door het beleid van de gemeente Amsterdam leeg komen te staan?

Vraag 8

Deelt u de mening dat de wachtlijst voor een sociale huurwoning korter moet worden gemaakt?

Vraag 9

In hoeverre rijmt u dit met het beleid van de gemeente Amsterdam?

Vraag 10

Bent u bereid om met de gemeente Amsterdam in gesprek te gaan om leegstand tegen te gaan en de wachtlijst voor een sociale huurwoning korter te maken?

Mededeling

Leden Koerhuis en De Kort (beiden VVD) hebben schriftelijke vragen gesteld (ingezonden 26 november 2021, met kenmerk 2021Z21719) over het artikel dat bijstandsgerechtigden in Amsterdam een halfjaar mogen samenwonen zonder gevolgen voor hun uitkering waarin beide partners hun eigen woning mogen aanhouden. Hierbij deel ik u mee dat de vragen niet binnen de termijn van drie weken kunnen worden beantwoord. Voor de beantwoording van de vragen is meer tijd nodig omdat dit overleg en afstemming vraagt tussen betrokken departementen en partijen. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo spoedig mogelijk.

Naar boven