Vragen van de leden Van Nispen en Leijten (beiden SP) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de fraudezaak bij het kantoor van Pels Rijcken (ingezonden 11 juni 2021).

Mededeling van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 2 juli 2021).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel «Fraude bij Pels Rijcken – de onderste steen moet boven»?1

Vraag 2

Wat vindt u van de suggestie van de auteurs van het artikel om wettelijk te regelen dat het Hof bij de afwikkeling van massaclaims meer/beter toezicht moet houden; bijvoorbeeld door benoeming van een rechter-commissaris die, net als bij de afwikkeling van een faillissement door een curator, toezicht houdt op de afwikkeling van de boedel en betalingen aan crediteuren?

Vraag 3

Kunt u uiteenzetten welke eisen het Hof precies stelt aan de voorwaarden voor uitkering, de behandeling van de groep benadeelden en andere waarborgen, bij de afhandeling van massaclaims? Zou het niet wenselijk zijn om deze eisen wettelijk vast te leggen, zodat dit voor alle partijen duidelijk is?

Vraag 4

Waarom is het notarissen toegestaan om voor een collega-notaris van hetzelfde kantoor naamswijzigingen van stichtingen (met maar één bestuurder) te verrichten? Acht u een dergelijke handelwijze wenselijk? Bent u het ermee eens dat een notaris van een ander kantoor waarschijnlijk kritischer is bij dergelijke constructies?

Vraag 5

Wat is uw mening over de bestuurlijke bemensing van de via Pels Rijcken opgerichte claimstichtingen waarin regelmatig aan het kantoor gerelateerde personen fungeren maar ook die van het accountantskantoor dat Pels Rijcken controleert? Wat is uw mening van de ons-kent-onscultuur (waarin notarissen, advocaten en accountants elkaar de bal toespelen) die deze casus kenmerkt?

Vraag 6

Vindt u het een goed idee om, analoog aan faillissementen, in de wet op te nemen dat bij zaken in het kader van de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM) concept-uitdelingslijsten aan de rechtbank worden toegezonden, zodat deze aldaar gecontroleerd kunnen worden om daarna te worden gedeponeerd, waarna crediteuren daartegen nog bezwaar kunnen maken en zich desnoods alsnog kunnen melden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn kunnen we een dergelijke wijziging van de wet verwachten?

Vraag 7

Heeft het Bureau Financieel Toezich (BFT) voldoende financiële middelen om zijn toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren, met name als het gaat om het toezicht op het notariaat? Graag een uitgebreide reactie.

Vraag 8

Vindt u dat de 6 fte die het BFT heeft aan toezichtcapaciteit voldoende is voor het financieel toezicht op het notariaat? Zo ja, kunt u dit onderbouwen en ook garanderen dat andere kantoren hun zaakjes dus wel op orde hebben?

Vraag 9

Kan het BFT het verloop van derdenrekeningen bij alle notariskantoren adequaat onderzoeken?

Vraag 10

Toetst het BFT slechts de bewaringspositie van notariskantoren en of deze positief is of wordt ook nadrukkelijk gekeken naar mutaties op derdenrekeningen? Controleert het BFT ook het verloop van alle escrow-rekeningen die door notarissen niet gekoppeld zijn aan de reguliere notariële kwaliteitsrekening van het kantoor?

Vraag 11

Controleert het BFT jaarlijks welke (neven)functies notarissen vervullen – bijvoorbeeld bij stichtingen zoals degene die door de notaris van Pels Rijcken is gebruikt – en ook of zij daarmee al dan niet in een positie verkeren om gelden oneigenlijk te onttrekken aan kantoorcliënten?

Vraag 12

Klopt het dat Pels Rijcken in het verleden in de hoedanigheid van landsadvocaat ook optrad voor het BFT?

Vraag 13

Welke partij staat het BFT nu – indien nodig – bij, gegeven het feit dat Pels Rijcken, het kantoor van de landsadvocaat, nu zelf nadrukkelijk onderwerp is van onderzoek door het BFT? Welke voorzieningen zijn er in dezen getroffen sinds het moment van de start van het BFT-onderzoek?

Vraag 14

Kan de overheid wel zaken blijven doen met Pels Rijcken, zolang de onderste steen in deze fraudezaak nog niet boven is? Zo ja, waarom?

Vraag 15

Klopt het dat het Openbaar Ministerie (OM) in deze zaak aan het wachten is op het «zelfonderzoek» van Pels Rijcken en tot die tijd geen actie onderneemt? Zo ja, wat vindt u van die opstelling? Is dat hoe het OM volgens u aan waarheidsvinding zou moeten doen?2

Vraag 16

Was de stelling van het OM in maart dat Pels Rijcken «slachtoffer» zou zijn in deze zaak niet wat voorbarig? Ziet het OM Pels Rijcken nog steeds louter als slachtoffer, ook nu Pels Rijcken zelf heeft aangegeven dat naar aanleiding van het Deloitte-onderzoek maatregelen nodig waren om dergelijke fraude in de toekomst te voorkomen?

Vraag 17

Worden er, nu de bij de fraude betrokken notaris is overleden en deze niet meer kan worden vervolgd, nog handhavingsmaatregelen overwogen door het OM en/of het BFT tegen andere individuen en/of Pels Rijcken?

Vraag 18

Wordt er ook nader onderzoek ingesteld naar het (dis)functioneren van het accountantskantoor dat Pels Rijcken controleerde, maar dat ook andere rollen in deze casus had? Zo nee, waarom niet? Zo ja, heeft u daartoe een verzoek aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) gedaan?

Vraag 19

Bent u bereid te laten onderzoeken hoe het toezicht vanuit het notariaat en de advocatuur in deze kwestie heeft gefunctioneerd, welke lessen er moeten worden getrokken en welke maatregelen moeten worden genomen om misstanden in de toekomst te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 20

Bent u op de hoogte van het feit dat het BFT heeft laten weten dat zijn onderzoek naar Pels Rijcken vanwege de wettelijke geheimhoudingsplicht niet openbaar gemaakt zal worden en evenmin aan u mag worden verstrekt? Waarom schreef u op eerdere schriftelijke vragen dan toch in antwoord op vraag 10 en 11 dat u na afronding van het BFT-onderzoek nader in zou gaan op deze kwestie?3 Krijgt u dat onderzoek nu wel of niet te zien?

Vraag 21

Bent u bereid een beroep te doen op Pels Rijcken om het onderzoek dat het heeft laten uitvoeren door Deloitte alsnog openbaar te maken, juist omdat het hier een kantoor betreft dat ook de landsadvocaat levert? Zo nee, waarom niet?

Vraag 22

Wilt u de Kamer laten weten op welke termijn zij nader wordt geïnformeerd over de afloop, reikwijdte, inhoud en bevindingen in de diverse onderzoeken die naar aanleiding van deze kwestie zijn ingesteld?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van de leden Van Nispen en Leijten (beiden SP), van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de fraudezaak bij het kantoor van Pels Rijcken (ingezonden 11 juni 2021) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

Marcel Pheijffer & Jeroen Princen, Fraude bij Pels Rijcken – de onderste steen moet boven,NJB, aflevering 21, pp. 1714–1727, 28 mei 2021.

X Noot
2

Website NRC, «Zo geraffineerd was de grootste fraudezaak ooit binnen de Nederlandse advocatuur niet. Toch is tien miljoen euro nog zoek», 9 juni 2021 (https://www.nrc.nl/nieuws/2021/06/09/honderd-dagen-verder-maar-over-de-megafraude-bij-pels-rijcken-is-nog-altijd-veel-onduidelijk-a4046734)

X Noot
3

Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2020–2021, nr. 1947

Naar boven