Vragen van het lid Van Esch (PvdD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een toename van coronabesmettingen in slachthuizen (ingezonden 22 maart 2021).

Antwoord van Minister Van Ark (Medische Zorg) (ontvangen 10 mei 2021).

Vraag 1

Is het bij u bekend dat er sinds een aantal weken weer een toename te zien is in het aantal coronabesmettingen in slachthuizen, zoals bij Vion in Tilburg en bij Vion in Boxtel? Zo ja, hoeveel besmettingen zijn er bij u bekend en op welke locaties? Zo nee, wat gaat u doen om het zicht op de verspreiding van het coronavirus in slachthuizen te verbeteren?

Antwoord 1

Vanuit het Samenwerkingsplatform Arbeidsmigranten en COVID-19 en het RIVM komt over de periode oktober 2020 tot april 2021 het beeld naar voren van over de maanden variërende aantallen meldingen van besmettingen in de vleesverwerkende industrie, zie ook het antwoord op vraag 7.

Vanuit het Samenwerkingsplatform Arbeidsmigranten en COVID-19 ben ik geïnformeerd over geconstateerde coronabesmettingen bij medewerkers van Vion Boxtel en Vion Tilburg.

Bij Vion Boxtel (1.600 werknemers) zijn in de periode 28 februari – 20 maart jl. in totaal 97 besmettingen geconstateerd. De GGD geeft aan dat de bedrijfsgeneeskundige dienst van VION Boxtel zelf de 1.600 medewerkers test. Dagelijks worden de medewerkers mét klachten getest en wekelijks alle medewerkers. Het beeld wat de GGD hierbij heeft is dat er zowel besmettingen plaatsvinden binnen het bedrijf, maar ook in de thuissituatie of tijdens het gemeenschappelijk vervoer.

Bij Vion Tilburg werken 250 mensen. Iedereen doet dagelijks een gezondheidscheck en gaat vervolgens langs de teststraat. De laatste opgave van de GGD is dat er 30 besmettingen zijn vastgesteld vanaf 15 februari tot 24 maart 2021. Uit het bron- en contactonderzoek van de GGD is naar voren gekomen dat er een aantal personen zijn die privé bij elkaar gekomen zijn en elkaar mogelijk op die manier besmet hebben.

Daarnaast zijn er dit jaar in de vleesverwerkende industrie nog meldingen van 4 verschillende bedrijven bij Samenwerkingsplatform binnengekomen. Dit betreft resp. 70, 68, 1 en 1 positief getesten.

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat er zeker sprake is van een cluster van besmettingen als in een week tijd minstens vijftien mensen en in twee weken minstens 27 mensen positief zijn getest die in die periode allen werkzaamheden hebben uitgevoerd bij hetzelfde bedrijf?

Antwoord 2

De GGD’en en het RIVM spreken van een cluster als er sprake is van minstens drie of meer aan elkaar gerelateerde gevallen van een infectieziekte. «Gerelateerd» wil zeggen: in plaats en/of tijd. Er moet een verband zijn met de plek of de tijd. Uit bron- en contactonderzoek moet blijken of deze mensen elkaar binnen het bedrijf hebben besmet.

Vraag 3

Kunt u bevestigen dat dit op dit moment het geval is bij Vion in Tilburg? Zo nee, bent u bereid hier onderzoek naar te doen?

Antwoord 3

De GGD Hart van Brabant heeft op 22 maart 2021 bevestigd dat dit het geval is.

Vraag 4

Is het bij u bekend dat Vion in Boxtel in de richting van Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft bevestigd dat er meer coronabesmettingen zijn, maar dat het aantal volgens hen onder het landelijk niveau ligt?

Antwoord 4

Zowel de NVWA als KDS hebben mij aangegeven dat hen niet bekend is dat Vion Boxtel aan hen heeft bevestigd dat er sprake is van verhoogde aantallen coronabesmettingen op die locatie.

Vraag 5

Kunt u bevestigen dat bij Vion in Boxtel tot nu toe geen uitgebreid onderzoek heeft plaatsgevonden? Zo ja, hoe beoordeelt u dat?

Antwoord 5

De GGD Hart van Brabant is bijna wekelijks in overleg met de bedrijfsgeneeskundige dienst van Vion over de toename van besmettingen binnen Vion Boxtel. De GGD onderzoekt, gezien de toename van de besmettingen, via sequencing of sprake is van een variant binnen het bedrijf. Het duurt enkele weken voordat de uitslag hiervan bekend is.

Op 1 april 2021 heeft de arts infectieziektebestrijding van de GGD samen met een deskundige infectiepreventie het bedrijf bezocht om na te gaan of er op de afdelingen waar de besmettingen plaats vinden volgens de richtlijnen gewerkt wordt. De GGD heeft mij hierover het volgden gemeld:

«Het bezoek op 1 april heeft laten zien de maatregelen bij Vion Boxtel goed worden nageleefd. Er wordt een gezondheidscheck gedaan aan de deur, zowel bij instappen in het transportbusje als bij de ingang van het bedrijf. Op veel punten in het bedrijf staan ontsmettingsmiddelen. Vanwege de werkzaamheden in de fabriek zijn er strenge hygiëne maatregelen: handen wassen en omkleedprocedure voor het betreden van de fabriek. We hebben alle afdelingen bekeken. Medewerkers staan te werken tussen plastic tussenschotten en dragen mondkapjes. Naast de mensen die de slachtactiviteiten doen, is er ook veel logistiek verkeer. Opvallend is dat er weinig gesproken of geschreeuwd wordt onderling. Iedereen lijkt een duidelijke taak te hebben en te weten wat er precies moet gebeuren. Er zijn wel verschillen tussen afdelingen: er zijn afdelingen waar meer mensen werken en wat meer bewegen op de werkvloer dan andere afdelingen. Op iedere afdeling staat een corona opzichter die in de gaten houdt op zijn afdeling de maatregelen goed nageleefd worden. Deze persoon is te herkennen aan een rode helm, andere werknemers dragen een witte helm.

Pauze momenten zijn op 1,5 m afstand, mensen dragen overal een mondkapje, maar niet tijdens het eten. Inspectie liet zien dat mensen ruim genoeg uit elkaar zitten. Er is een goede verdeling in de pauzeruimtes, werknemers wisselen elkaar af waardoor het werk door kan gaan en de pauze momenten niet te druk zijn.

Kortom, de inspectie liet geen grote hiaten zien in het naleven van de RIVM maatregelen binnen het bedrijf.

Vion Boxtel heeft een sneltestlokatie waar wekelijks werknemers getest worden en ook dagelijks indien ze klachten hebben. Ze gebruiken de Abbott sneltest, waarbij de bedrijfsgeneeskundige dienst BHS bij betrokken is. BHS doet vervolgens de meldingen aan de GGD.»

In juni 2020 heeft de Inspectie SZW geïnspecteerd met betrekking tot de coronamaatregelen bij de vestiging in Boxtel. Bij deze inspectie zijn overtredingen van de Arbeidsomstandigheden-wetgeving geconstateerd, waarbij onder andere het risico op besmetting met corona nog niet in de RI&E en het Plan van Aanpak was opgenomen. Naar aanleiding van deze inspectie heeft de vestiging in Boxtel maatregelen genomen. Op 8 maart 2021 heeft de Inspectie SZW telefonisch contact gehad naar aanleiding van een melding. Op grond van de informatie van de GGD, de reeds beschikbare informatie bij de inspectie SZW over het bedrijf en de vestiging en deze hernieuwde telefonische interventie bij de vestiging op 8 maart heeft de Inspectie SZW geen aanleiding gezien om het bedrijf stil te leggen.

Op het punt van onderzoek kan ik u verder melden dat ik in januari 2021 het RIVM opdracht gegeven heb nader onderzoek te doen naar de rol van koude ruimtes in de voedselindustrie als mogelijke verhogende risicofactor voor verspreiding van COVID-19. Komende zomer zijn de resultaten daarvan naar verwachting bekend.

Vraag 6

Deelt u de mening dat, indien het aantal besmettingen bij een bepaald bedrijf onder het landelijk niveau ligt, dit het bedrijf niet ontslaat van de verantwoordelijkheid om bij de GGD melding te doen van een cluster van besmettingen?

Antwoord 6

Indien een (bedrijfs)arts een COVID-19 besmetting constateert bij een of meer medewerkers van een bedrijf moet de (bedrijfs)arts deze op grond van de Wet Publieke Gezondheid melden bij de GGD. De GGD onderzoekt of er clusters zijn en of de clusters een onderlinge epidemiologische link hebben wat verspreiding binnen een bedrijf doet vermoeden.

Vraag 7

Hoeveel meldingen van coronabesmettingen bij slachterijen zijn er sinds oktober 2020 bij de GGD binnengekomen? Van wanneer dateren deze meldingen?

Antwoord 7

Volgens opgave van het RIVM hebben in de periode 1 oktober 2020 – 1 april 2021 de GGD’en in totaal 22 clusters in de vleesindustrie gemeld aan de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM. In oktober 2020 werden vier clusters gemeld, in november zeven, in december geen meldingen, in januari 2021 drie, in februari geen meldingen en in maart acht. De meldingen worden niet altijd gedaan op de dag dat de GGD een cluster constateert. De grootte van de clusters varieert van 3 tot 59 personen. In totaal betreft het 370 personen.

Vraag 8

Is het bij u bekend dat er in de afgelopen weken minstens dertien medewerkers van KDS en Kiwa CMR, die keuringswerkzaamheden uitvoeren in slachthuizen, positief zijn getest?

Antwoord 8

Ja, dit is mij bekend. In de periode vanaf 1 januari tot en met 23 maart 2021 zijn er 16 medewerkers van KDS positief getest. Kiwa CMR verricht geen keuringswerkzaamheden in slachthuizen.

Vraag 9

Klopt het dat besmettingen onder medewerkers van KDS en Kiwa CMR niet worden gemeld bij de GGD? Zo ja, waarom is dat? Zo nee, welke actie heeft de GGD ondernomen naar aanleiding van de recente toename van de besmettingen onder keuringsmedewerkers?

Antwoord 9

Nee, dit klopt niet. KDS en Kiwa CMR hebben mij aangegeven dat de medewerkers van KDS en Kiwa CMR worden getest door de GGD.

Vraag 10

Kunt u bevestigen dat deze keuringsmedewerkers nog altijd moeten rouleren en daardoor in één week soms wel bij drie verschillende slachthuizen moeten werken?

Antwoord 10

De KDS heeft mij aangegeven dat de medewerkers van de KDS een vaste standplaats hebben waar zij werken. Het komt voor dat vanwege het opvangen van verzuim medewerkers op een andere locatie worden ingezet. Daarnaast is het voor het op peil houden van de kwaliteit van keuren nodig dat de keuringsmedewerkers regelmatig de verschillende diersoorten te keuren. Medewerkers worden dan ook eens in de zoveel tijd op andere diersoorten ingepland om hun kwalificaties op peil te houden. Dat is een vereiste die voortkomt uit de accreditatie en wordt jaarlijks getoetst door de Raad voor Accreditatie. Dit kan op een andere locatie dan de standplaats zijn. Dit gebeurt in overleg met de betreffende medewerkers.

Vraag 11

Erkent u dat hierdoor een groot risico ontstaat dat het virus van het ene slachthuis naar het ander wordt overgebracht?

Antwoord 11

Nee, zodra KDS-medewerkers milde klachten hebben worden zij niet meer ingezet voor het werk in een slachthuis. KDS volgt hierin een strak protocol.

Vraag 12

Gaat u nu wél werk maken van de aangenomen motie Ouwehand die opriep om een meldplicht in te voeren voor bedrijven met een COVID-19 cluster?1

Antwoord 12

Over de wijze waarop de Minister van VWS de uitvoering van deze motie voor zich ziet heeft de Minister van VWS u per brief van 24 maart 2021 geïnformeerd (Kamerstuk TK 25 295, nr. 1091).

Vraag 13

Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen een week beantwoorden?

Antwoord 13

Ik heb mij ingespannen deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

Kamerstuk 25 295, nr. 701.

Naar boven