Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-20211806

Vragen van het lid Stoffer (SGP) aan de Ministers voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Economische Zaken en Klimaat over het artikel «If poor countries go unvaccinated, a study says, rich ones will pay» (ingezonden 2 februari 2021).

Antwoord van Minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 23 februari 2021).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «If poor countries go unvaccinated, a study says, rich ones will pay»1 en de bijbehorende studie, uitgevoerd in opdracht van de internationale Kamer van Koophandel?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Hoe beoordeelt u de daarin genoemde analyse en schatting dat de schade aan de wereldeconomie, mede als gevolg van ongelijke verdeling en distributie van COVID-19-vaccins tussen rijke landen en ontwikkelingslanden, tussen de 1,8 biljoen en 9 biljoen dollar zal bedragen?

Deelt u de mening dat het mede mogelijk maken van vaccinatie van mensen in ontwikkelingslanden niet alleen een kwestie is van medemenselijkheid, maar dat een meer evenwichtige verdeling van vaccins ook economisch van groot belang is, bij uitstek voor open handelslanden zoals Nederland?

Antwoord 2 en 3

Een eerlijke wereldwijde verdeling van vaccins is zowel vanuit gezondheidsperspectief als om economische redenen van groot belang. De WHO roept op om wereldwijd in ieder geval de meest kwetsbare 20% van de bevolking in te enten om de pandemie in te kunnen dammen. De sociaaleconomische kosten van het achterblijven van lage en lage-middeninkomenslanden bij vaccinaties zijn groot. Daarom is het ook voor Nederland belangrijk in te zetten op een eerlijke wereldwijde verdeling van vaccins. Nederland heeft zich daarom, net als de Europese Commissie en andere EU lidstaten, aangesloten bij de COVAX facility en heeft 85 mln EUR bijgedragen aan de Access to Covid Accelarator (ACT-A), het mondiale coördinatiemechanisme om lage en middeninkomenslanden (LMICs) te voorzien van vaccins, beschermende middelen, diagnostische tests en geneesmiddelen.

Vraag 4 en 5

Hoe waardeert u in dat licht het feit dat Europa en de Verenigde Staten voldoende vaccins hebben gekocht om twee tot drie keer hun bevolking te vaccineren, terwijl op basis van het meest optimistische COVAX-scenario maximaal 20% van de mensen in lage inkomenslanden eind 2021 gevaccineerd zullen zijn?

Welke keuzes liggen aan deze ongelijkheid ten grondslag, zowel van westerse overheden als van overheden in ontwikkelingslanden?

Antwoord 4 en 5

Kritiek op het feit dat de rijkste 15% van landen nu al meer dan 50% van de te verwachten wereldwijde vaccinproductie hebben opgekocht, is begrijpelijk. De gezamenlijke inkoop van vaccins ten behoeve van de EU is echter niet alleen belangrijk voor onze eigen nationale vaccinvoorziening maar geeft ook een belangrijke impuls aan de ontwikkeling van producten en opschaling van productiecapaciteit in Europa. Het kabinet heeft omwille van de snelheid ingezet op gezamenlijke inkoop in Europees verband. Het kabinet is ervan overtuigd dat met de directe bijdrages o.a. aan COVAX, maar ook met de politieke steun aan bijdrages van de EU en de Wereldbank, Nederland een belangrijke bijdrage levert aan het internationale debat over, en de inzet op, internationale solidariteit. Ik verwijs u naar mijn eerdere brief van 18 december 2020 aan uw Kamer over solidaire verdeling van vaccins.

Vraag 6

Zijn er maatregelen die overheden in Europa en de Verenigde Staten, waaronder Nederland, kunnen nemen, of overwegen te nemen, om niet alleen zorg te dragen voor het vaccineren van de eigen burgerbevolking maar tevens oog te hebben voor de noodzaak van voldoende vaccins in ontwikkelingslanden?

Antwoord 6

Om zorg te dragen voor eerlijke en wereldwijde toegang tot COVID-vaccins, geneesmiddelen en diagnostica is de Access to COVID Tools-accelerator (ACT-A) opgezet. Dit initiatief wordt gecoördineerd door WHO en uitgevoerd in nauwe samenwerking met vele verschillende organisaties. ACT-A heeft 3 technische pijlers (vaccins, diagnostica en geneesmiddelen) en een 4e pilaar die zich richt op versterken van gezondheidssystemen. De vaccin-pijler van ACT-A, de COVAXis erop gericht landen te voorzien van betaalbare COVID-19 vaccins voor 20% van hun bevolking. 92 lage en lage-middeninkomenslanden kunnen gebruik maken van een speciale voorziening (COVAX AMC). COVAX heeft inmiddels 2 miljard vaccins zeker gesteld, waarvan 1,3 miljard voor 92 lage en lage-middeninkomenslanden en begin deze maand met vaccineren.

Nederland heeft zich net als de Europese Commissie en andere EU lidstaten aangesloten bij de COVAX facility en heeft 85 mln. EUR bijgedragen aan ACT-A.

Vraag 7

Hoe beoordeelt u de bewering dat de 27 miljard dollar voor ACT-A, bovenop de reeds toegezegde 11 miljard dollar, een fractie is van de economische schade die het gevolg kan zijn van het voortduren van de COVID-19-crisis in andere delen van de wereld?

Antwoord 7

In de brandbrief die de WHO samen met andere internationale partners in december 2020 stuurde over het financieringstekort voor ACT-A werd aangegeven dat de totale financieringsbehoefte van ACT-A minder dan 1% is van hetgeen G20 landen reeds gecommitteerd hebben voor economische stimuleringspakketten. Dekking van het financieringstekort van ACT-A vergt een brede aanpak die verder gaat dan financiering uit ODA-middelen.

Vraag 8

Welke gevolgen heeft de langdurige verstoring van mondiale handelsketens, als gevolg van het doorwoekeren van COVID-19 bij een gebrekkige mondiale distributie van vaccins, voor de Nederlandse economie?

Antwoord 8

Exacte gevolgen zijn op dit moment niet te voorspellen. In zijn algemeenheid zijn verstoringen van mondiale waardenketens nadelig voor de Nederlandse economie. Op 28 januari 2021 is de Kamer per brief geïnformeerd over de kwetsbaarheden van het Nederlandse bedrijfsleven voor verstoringen van mondiale waardenketens.

Vraag 9

In hoeverre en op welke wijze is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, ook in het licht van de economische gevolgen van de COVID-19-pandemie, betrokken bij de besluitvorming over de Nederlandse bijdrage aan het wereldwijd beteugelen van COVID-19?

Antwoord 9

De besluitvorming voor de Nederlandse inbreng in de internationale gremia wordt voorbereid via de reguliere interdepartementale afstemmingskanalen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is aangesloten op de voorbereidende standpuntbepaling over COVID-19 gerelateerde onderwerpen die in EU-verband aan de orde komen, zoals reizen, testen en vaccinatie (in de EU en wereldwijd). Het gaat dan bijvoorbeeld om afstemming van kabinetsreacties, instructies en beoordeling van nieuwe Commissievoorstellen (BNC-fiches). Aspecten waar de specifieke aandacht van het Ministerie van EZK naar uitgaat zijn onder meer de sociaaleconomische impact van voorstellen, innovatie- en (farma)industriebeleid en de gevolgen voor de interne markt en het vrije verkeer.

Vraag 10

Bent u bereid om de in het artikel aangehaalde scenario’s inzake de schade aan de wereldeconomie op lange termijn te betrekken bij toekomstige besluiten over de Nederlandse inzet tegen COVID-19 wereldwijd en bij de binnenlandse exit-strategie?

Antwoord 10

Het kabinet betrekt bij toekomstige besluiten met betrekking tot de inzet tegen COVID 19 een veelheid aan informatie en mogelijke scenario’s.