Vragen van de leden Ploumen en Van den Hul (beiden PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over een verboden lhbti-manifestatie op de Westoever (ingezonden 21 augustus 2019).

Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 18 september 2019).

Vraag 1

Kent u het bericht «Palestijnse politie verbiedt lhbti-bijeenkomst op Westoever»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Vindt u ook dat lhbti-demonstranten overal ter wereld in vrijheid en veiligheid moeten kunnen demonstreren?

Antwoord 2

Ja. De bevordering van gelijke rechten van LHBTI’s is één van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Nederland zet zich daarbij onder meer specifiek in voor het tegengaan van discriminatie en geweld en het bevorderen van sociale acceptatie.

Vraag 3

Bent u het eens dat het onwenselijk is dat burgers worden opgeroepen «verdachte» activisten van Al-Qaws aan te geven, opdat ze voor een rechtbank kunnen verschijnen?

Antwoord 3

Ja. De betreffende verklaring van de Palestijnse politie is inmiddels ingetrokken. Het recht van een ieder op vrijheid van meningsuiting, vreedzame vereniging en vergadering zijn fundamentele mensenrechtennormen die tevens essentieel zijn voor het streven naar een onafhankelijke, vrije en democratische staat. Het kabinet dringt er bij de PA op aan in lijn met deze normen te handelen en spreekt waar nodig zorg uit als dit niet het geval is.

Vraag 4

Bent u bereid uw zorgen hieromtrent kenbaar te maken aan de Palestijnse Autoriteit? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 4

De Nederlandse vertegenwoordiger in Ramallah heeft de zaak terstond opgebracht bij de PA, waaronder de premier. Ook heeft de Nederlandse vertegenwoordiging contact opgenomen met alQaws, de desbetreffende organisatie, om haar steun te betuigen. De Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah is bovendien in gesprek met alQaws om te bezien wat Nederland nog meer kan doen.

Naar boven