Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201984

Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de lessen die Nederland heeft getrokken ruim een jaar na de brand in de Londense Grenfell Tower (ingezonden 30 augustus 2018).

Antwoord van MinisterOllongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 26 september 2018). Op 23 mei 2018 (kenmerk 2018Z09377) heeft u mij op verzoek van het lid Beckerman verzocht om een brief te sturen over hetzelfde onderwerp. Ik beschouw dit verzoek met deze brief als afgedaan.

Vraag 1

Welke lessen hebben wij in Nederland getrokken van de brand in de Londense Grenfell Tower op 14 juni 2017?

Antwoord 1

In de beantwoording van eerdere Kamervragen hebben mijn ambtsvoorganger en ik laten weten het Engelse onderzoek naar de brand af te wachten en daarna te bezien welke maatregelen nodig zijn. Helaas moet ik constateren dat de afronding van het Engelse onderzoek naar de brand is vertraagd. De verwachting was dat het rapport in april 2018 zou worden gepubliceerd. De aanwijzingen zijn nu dat dit pas op zijn vroegst in november 2018 zal zijn. Ik kan dus nog geen lessen trekken uit het rapport over de brand in Grenfell Tower.

Wel heb ik inmiddels opdracht geven aan de Adviescommissie toepassing en gelijkwaardigheid bouwvoorschriften1 (ATGB) voor het uitbrengen van een advies zodra dit rapport beschikbaar is. Dit advies behelst dan de lessen die Nederland kan trekken uit de brand in de Grenfell Tower.

Vraag 2

Waarom wilt u, zoals u aangeeft in uw beantwoording van eerdere Kamervragen2, de resultaten van het Britse onderzoek afwachten, als er regelmatig inzicht gevende tussenresultaten worden geopenbaard? Waarom kiest u er niet voor op dit moment al het zekere voor het onzekere te nemen? Bent u bereid er naar te streven dat elke constructie, waarvan de brandveiligheid niet overtuigend is aangetoond, te vermijden?

Antwoord 2

Van het officiële Engelse onderzoek naar de brand zijn er geen tussenresultaten geopenbaard. Zie verder het antwoord op vraag 5.

Vraag 3

Moet wat u betreft de veiligheid worden verbeterd in panden waar ouderen en kwetsbare mensen wonen of onderwijs wordt gegeven? Kunt u uw antwoord toelichten?

Antwoord 3

Zie het antwoord op vraag 5.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het feit dat het programma ZEMBLA in haar uitzending van 23 mei 2018 enkele casussen toonde van gebouwen die niet of onvoldoende brandveilig zijn?3 Sluit u uit dat er meer gebouwen brandonveilig zijn?

Antwoord 4

In Nederland staan miljoenen woningen en honderdduizenden andere gebouwen. Er zijn geen aanwijzingen dat er in Nederland op grote schaal gebouwen zijn met gevels die niet voldoen aan de wettelijke eisen van brandveiligheid. Het is evenwel mogelijk dat sommige gebouwen niet of onvoldoende brandveilig zijn. Zie verder het antwoord op vraag 5.

Vraag 5

Bent u bereid zelf een inventarisatie uit te laten voeren of er in Nederland meer woon- of verblijfsgebouwen gelijkenis met Grenfell hebben, in plaats van af te wachten of gebouweigenaren dit zelf melden? In hoeverre is er bij gebouweigenaren voldoende inzicht en urgentie om meldingen te doen? Erkent u dat in de fase van vergunningverlening tot en met realisatie nog de nodige mutaties kunnen optreden waarvan de opdrachtgever geen weet heeft, bijvoorbeeld door gebruik van goedkopere gevelbekleding of goedkoper isolatiemateriaal?

Antwoord 5

Omdat er geen aanwijzingen zijn dat er in Nederland op grote schaal gebouwen zijn met gevels die niet voldoen aan de wettelijke eisen van brandveiligheid, heb ik er in eerste instantie voor gekozen om het rapport over de Grenfell tower af te wachten. Deze keuze was in lijn met uitspraken van de lector brandpreventie de heer Hagen en heb ik gekozen in afstemming met de Vereniging Bouw- en woningtoezicht Nederland (VBWTN). Gelet op de vertraging in de oplevering van het Grenfell rapport en de maatschappelijke zorgen over de brandveiligheid heb ik besloten in afstemming met de VNG, de VBWTN en de Brandweer om vooruitlopend op de resultaten van het Engelse onderzoek alle gemeenten te vragen een inventarisatie uit te voeren van de meest risicovolle gebouwen en daarbij te laten toetsen of de brandveiligheid van de gevels voldoet aan het Bouwbesluit. Ik ben nog in overleg met de VBWTN en de Brandweer over deze inventarisatie en de wijze van onderzoek.

Ik ervaar bij gebouweigenaren voldoende inzicht en urgentie om zo nodig zelf tot onderzoek over te gaan. Het is hoe dan ook de taak van een gebouweigenaar te zorgen dat zijn gebouw voldoet aan de brandveiligheidseisen. Met de brief die ik zal sturen aan gemeenten wordt beoogd dat op korte termijn de gebouweigenaren van de meest risicovolle gebouwen worden bereikt. Dat er in de bouwfase andere goedkopere materialen worden toegepast dan volgens de vergunning en dat de opdrachtgever hiervan geen weet heeft, is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de stelling van brandweer Rotterdam Rijnmond, die aangeeft dat er regelmatig rookgasexplosies plaatsvinden veroorzaakt door isolatiemateriaal, zoals EPS en teer?4

Antwoord 6

Voor zover mij bekend komen rookgasexplosies incidenteel voor bij branden en dan met name bij bedrijfsgebouwen. Rookgasexplosies in gebouwen kunnen niet alleen ontstaan door isolatiematerialen maar ook door andere bouwmaterialen of door de in een gebouw aanwezige brandbare materialen en inventaris.

Vraag 7

Bent u bereid een aanscherping of zelfs verbod op brandbare materialen te overwegen gezien het feit dat we ons nationale woningbouwprogramma opvoeren naar 75.000 woningen per jaar en dat veel van deze woningen binnenstedelijk en meerlaagse woningbouw zijn? Deelt u de mening dat de noodzaak nog groter is, nu we vanuit de klimaatdoelstellingen grootschalig woningen en gebouwen gaan inpakken en daarmee veilige woongebouwen dreigen onveilig te maken?5

Antwoord 7

Het advies dat ik heb gevraagd aan ATGB (zie mijn antwoord op vraag 1) behelst ook de vraag of aanscherping van brandveiligheidseisen in Nederland nodig zijn. Nadat ik dit advies heb gekregen, zal ik uw Kamer informeren over mogelijke aanscherping van de eisen in de bouwregelgeving.

Vraag 8

Deelt u de mening dat om te kunnen voldoen aan de aangescherpte energieprestatie veel daken en gevels van de bestaande gebouwvoorraad vanaf de buitenzijde moeten worden na-geïsoleerd? Bent u op de hoogte van het feit dat de meestal onbrandbare steenachtige materialen worden vervangen door klasse B materialen?6 Bent u ermee bekend dat – bij ongewijzigd beleid – door het inpakken van bestaande gebouwen met brandbare bouwmaterialen – het risico van branduitbreiding via de gevel en daarmee de kans op slachtoffers groter wordt?

Antwoord 8

Om de energieprestatie van bestaande gebouwen te verbeteren is na-isolatie aan de buitenzijde een voor de hand liggende oplossing. De nieuwe buitengevel zal dan inderdaad vaak een brandklasse B hebben. Brandklasse B is ook de zwaarste eis uit het Bouwbesluit voor nieuwbouw en verbouw van gebouwen. De brandveiligheid van een gevel is echter maar één van de aspecten van een brandveilig gebouw. In Nederland vallen de meeste dodelijke slachtoffers bij brand binnen afzonderlijke woningen waarbij de brandvoortplanting van de gevel geen rol speelt. Dit laat onverlet dat ik aan de hand van het toekomstige advies van de ATGB (zie mijn antwoord op vraag 1) zal nagaan of aanscherping van de bouwregelgeving nodig is.

Vraag 9

Bent u op de hoogte van de consultatie in het Verenigd Koninkrijk voor een verbod op brandbare materialen?7 Bent u bereid daar lessen voor Nederland uit te leren?

Antwoord 9

Ik ben hiervan op de hoogte. Ik zal aan de hand van het toekomstige advies van de ATGB nagaan of aanscherping van de regelgeving nodig is. Zie ook vraag 1.

Vraag 10

Klopt het dat producenten van gevelbeplating deze vaak testen in combinatie met bijvoorbeeld onbrandbare minerale wol? Deelt u de mening dat de uitslagen van dergelijke testen onvoldoende zijn, omdat in de bouwpraktijk vaak niet wordt voldaan aan de geteste combi en dat bij brand de vuurbelasting veel hoger kan zijn door het ontstane schoorsteeneffect? In hoeverre wordt afdoende gecontroleerd of dit plaatsvindt? Kunt u uw antwoord toelichten? Is het wat u betreft nodig de handhaving te versterken?

Antwoord 10

Het is aan producenten om testen uit te laten voeren op proefstukken die representatief zijn voor de toepassing van hun product in de praktijk. Op basis van uitgevoerde testen stelt het testlaboratorium een classificatierapport op. In dit rapport wordt de brandklasse vermeld en wordt aangegeven voor welke combinatie van materialen dit geldt. Worden in een gevel andere materialen toegepast, dan is het classificatierapport niet geldig. Het is daarom nodig dat gecontroleerd wordt dat er gebouwd is overeenkomstig het classificatierapport. Dit is primair de verantwoordelijkheid van de bouwende partijen. Het gemeentelijke bouwtoezicht kan hier toezicht op houden. Met de voorgestelde Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen wordt beoogd de naleving van de deze en andere wettelijke verplichtingen te verbeteren.

Vraag 11

Hoe beoordeelt u de uitspraak van emeritus hoogleraar Lichtenberg, die stelt dat er «twijfel is of de in de norm voorgeschreven klasse B voor materialen wel onder alle omstandigheden voldoet», omdat «Grenfell laat zien dat het aanwezige PIR (Polyisocyanuraat) weliswaar niet was opgebrand, maar wel overduidelijk actief heeft meegedaan en dus per saldo ook voeding aan de brand heeft gegeven»?8

Antwoord 11

Ik doe geen uitspraken in relatie tot de Grenfell Tower brand vooruitlopend op het Engelse onderzoek en het advies dat ik ATGB laat uitbrengen. Zie ook vraag 1.

Vraag 12

In hoeverre is een luchtspouw met twee klasse B materialen tegenover elkaar liggend wel veilig, omdat beide materialen elkaar in een spouw met veel zuurstofaanvoer kunnen activeren?

Antwoord 12

Deze vraag stelt u naar aanleiding van het artikel van professor Lichtenberg. Naar ik begrijp is de achtergrond van deze vraag gelegen in het feit dat momenteel in Europa de brandklasse van gevels wordt getest met een test op kleine schaal (de zogenaamde SBI-test) waarbij de invloed van bijvoorbeeld een spouw onvoldoende wordt meegenomen. Binnen Europa is dit eerder onderkend en er wordt momenteel op Europees niveau gewerkt aan een meer representatieve test op grotere schaal. Ik volg deze ontwikkeling en zal het Bouwbesluit aanpassen zodra dit Europese traject volledig is afgerond.

Vraag 13

Deelt u de mening van Lichtenberg dat om te voldoen aan het wettelijke minimum bij geventileerde gevels in woongebouwen hoger dan 13 meter voor beplating en isolatie alleen A+A (onbrandbaar) zekerheid biedt?

Antwoord 13

Zie mijn antwoord op vraag 11.

Vraag 14

Bent u ervan op de hoogte dat per 19 juni van dit jaar de gewijzigde EPBD (energy performance buildings directive) van kracht is geworden en dat vanaf die datum de energie prestatie van gebouwen in verband moet worden gebracht met o.a. brandveiligheid? Welke concrete gevolgen heeft dat voor uw beleid?

Antwoord 14

Het betreft hier de gewijzigde EPBD van 30 mei 2018. Deze richtlijn moet uiterlijk 10 maart 2020 zijn omgezet in nationale regelgeving. Aan deze omzetting werk ik momenteel. Met betrekking tot brandveiligheid gaat het in de gewijzigde EPBD om twee aspecten. Artikel 2a lid 7 geeft de mogelijkheid dat een lidstaat zijn langetermijnrenovatiestrategie kan gebruiken voor maatregelen inzake brandveiligheid. Artikel 7 lid 5 geeft aan dat een lidstaat met betrekking tot gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan aandacht besteedt aan onder andere brandveiligheid. Ik informeer uw kamer nog nader over de omzetting van de gewijzigde EPBD.


X Noot
1

Deze commissie is ingesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en adviseert over de toepassing van de bouwregelgeving.

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1185

X Noot
6

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2289, antwoord op vraag 7: