Vragen van het lid Bergkamp (D66) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en voor Medische Zorg over het bericht dat het rapport Integraal Appel over de wietteelt in Tilburg is gebaseerd op drijfzand (ingezonden 15 oktober 2018).

Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) mede namens Minister voor Medische Zorg (ontvangen 15 november 2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 561.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Belangrijk rapport over wietteelt blijkt gebaseerd op dubieuze bron»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe wetenschappelijk acht u het rapport dat gebaseerd blijkt op slechts één enkele bron uit het criminele circuit?

Antwoord 2

Het betreft hier een vertrouwelijk rapport dat niet door of in opdracht van de ministeries van Justitie en Veiligheid of Volksgezondheid, Welzijn en Sport is opgesteld. Het rapport is destijds opgesteld in opdracht van de regionale driehoek van Midden- en West-Brabant door het Integraal Afpakteam Brabant, het RIEC Zuid-West Nederland en Tilburg University. Over de wetenschappelijke kwaliteit ervan doen wij geen uitspraken.

Vraag 3

Deelt u de mening van hoogleraar Openbare-orderecht Michel Vols van de Universiteit Groningen die allerlei kanttekeningen plaatst bij de motieven, de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de bron en die concludeert dat op basis van dit rapport niet gesteld kan worden dat de gemeentebegroting kleiner is dan de drugsindustrie of dat de dammen op breken staan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Over de motieven, de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de bron die in dit specifieke rapport wordt aangehaald kunnen wij geen uitspraken doen, noch over de relatieve omvang van de Tilburgse gemeentebegroting en de drugsindustrie. Ons beeld van de drugsindustrie is dat jaarlijks duizenden hennepkwekerijen worden opgerold, dat er honderden drugslabs worden ontmanteld, dat burgemeesters door drugscriminelen worden bedreigd, er zeer regelmatig giftig drugsafval wordt gedumpt, en dat drugsbendes onderling het gebruik van zwaar geweld in de openbare ruimte niet schuwen.

Dit beeld is gebaseerd op een veelvoud aan bronnen en contacten met partijen die bij de aanpak betrokken zijn.

Vraag 4

Deelt u de mening van onderzoeker Nicole Maalste van de Universiteit van Utrecht die dit een volstrekt onbetrouwbaar rapport vindt, omdat er aannames zijn gedaan op basis van wat een spijtoptant heeft verteld, waarop vervolgens aanname na aanname na aanname gedaan is en berekeningen zijn uitgevoerd die een beeld creëren waarvan je je kunt afvragen of dat wel klopt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Zoals aangegeven in de beantwoording op vragen 2 en 3 spreken wij ons over de wetenschappelijke kwaliteit van dit rapport niet uit.

Vraag 5

Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat de onbetrouwbare berekening uit het rapport

vervolgens jaren een belangrijke rol speelt in de discussie over de ondermijning van de samenleving door de georganiseerde misdaad?

Antwoord 5

Deze specifieke berekening speelt op dit moment geen belangrijke rol in de totstandkoming van het beleid gericht op ondermijnende criminaliteit. Wat een belangrijke rol speelt is, zoals aangegeven bij vraag 3, dat wij zien dat er in Nederland op jaarbasis duizenden hennepkwekerijen worden opgerold, dat er honderden drugslabs worden ontmanteld, dat burgemeesters door drugscriminelen worden bedreigd, er zeer regelmatig giftig drugsafval wordt gedumpt, en dat drugsbendes onderling het gebruik van zwaar geweld in de openbare ruimte niet schuwen. Deze zaken zijn voor ons voldoende aanleiding om de aanpak van deze ondermijnende criminaliteit verder te verstevigen.

Vraag 6

Deelt u de mening dat de discussie over productie van (soft)drugs gevoerd moet worden op basis van feiten en niet op basis van politieke beleidsaannames? Zo ja, hoe gaat u ervoor zorgen dat de betrouwbaarheid van onderzoeken waarop beleid gebaseerd wordt in de toekomst gegarandeerd wordt?

Antwoord 6

Die mening delen wij. Omvangschattingen van criminele fenomenen zijn per definitie lastig te maken, aangezien deze zich in het verborgene bevinden. Wetenschappelijke rapporten geven doorgaans rekenschap van de onzekerheden die bij deze schattingen een rol spelen. Het is aan eenieder, dus ook aan ons, om op een verantwoorde manier met deze onzekerheden om te gaan. Over de betrouwbaarheid van onderzoeken die in opdracht van of door derden worden uitgevoerd kunnen wij geen garanties bieden.

Naar boven