Vragen van de leden Van Nispen en Jasper vanDijk (beiden SP) aan de Minister voor
Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over
de volmacht en de Participatiewet (ingezonden 28 augustus 2018).
Antwoord van Staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen
21 september 2018).
Vraag 1 en 2
Bent u bekend met het feit dat een zoon, die van zijn moeder een volmacht heeft gekregen
omdat zij zelf niet meer in staat is haar vermogen te beheren, hierdoor zijn uitkering
op grond van de Participatiewet kan verliezen, omdat deze persoon (de uitkeringsgerechtigde
en tevens gevolmachtigde) geacht wordt te beschikken over het vermogen (van de volmachtgever)?
Wat vindt u ervan dat het enkel in theorie kunnen beschikken over het vermogen van
een ander, reeds reden is de uitkering te beëindigen? Kunt u uw antwoord onderbouwen?
Waarom wordt een uitkering op grond van de Participatiewet beëindigd wanneer er op
geen enkele wijze sprake is van een vermogensoverheveling?
Antwoord 1 en 2
De bijstandsuitkering is het laatste vangnet voor mensen die zelf niet in hun levensonderhoud
kunnen voorzien. De werkende beroepsbevolking maakt dit mogelijk. Misbruik tast het
draagvlak onder onze sociale voorzieningen aan. Daarom vind ik het belangrijk dat
bijstandsgerechtigden de regels naleven.
Het is aan de gemeente om het recht op bijstand op grond van de Participatiewet vast
te stellen. Bij de beoordeling van dit recht vindt een middelentoets plaats. De gemeente
kijkt hierbij naar het inkomen en vermogen waarover de alleenstaande of het gezin
beschikt, of redelijkerwijs kan beschikken. Uit vaste jurisprudentie volgt dat «beschikken»
zo moet worden uitgelegd dat dit ziet op de mogelijkheid van een betrokkene om de
bezitting feitelijk aan te wenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te
voorzien.1 In het voorkomende geval dat de bijstandsgerechtigde een gevolmachtigde is voor een
derde persoon, is er in beginsel ook sprake van het feitelijk kunnen beschikken over
middelen van een derde. Te denken valt aan de situatie waarbij de bijstandsgerechtigde
de beschikking heeft over en feitelijk gebruik kan maken van een «gemachtigde bankpas»
die op naam van de derde persoon staat. Uit vaste jurisprudentie volgt dat redelijkerwijs
over (de tegoeden op) die rekening kan worden beschikt.
Een volmacht en het redelijkerwijs over middelen kunnen beschikken heeft geen invloed
op het recht op bijstand, mits de middelen uitsluitend ten behoeve van de gemachtigde
worden aangewend.2 De bijstandsgerechtigde is op grond van de inlichtingenplicht echter wél gehouden
om de gemeente over de volmacht te informeren en inzicht te geven in de uitvoering
hiervan. Indien dit niet wordt gemeld, is dit een overtreding van de inlichtingenplicht.
Gemeenten bezien dan of het recht op bijstand nog kan worden vastgesteld of dat het
recht moet worden ingetrokken. Onterecht ontvangen bijstand moet worden terugbetaald
en op de schending van de inlichtingenplicht staat voorts een sanctie: een waarschuwing
of een boete.
Vraag 4
Deelt u de mening dat betreffende uitkering niet stopgezet dient te worden in die
gevallen waarin geen sprake is van een vermogensoverdracht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Indien de bijstandsgerechtigde volledig aan zijn inlichtingenplicht voldoet en als
gevolmachtigde de tot zijn beschikking zijnde middelen slechts aanwendt ten behoeve
van de volmachtgever, dient de bijstand niet stopgezet te worden.
Vraag 5
Welke mogelijkheden bestaan er, ook voor mensen die een volmacht willen geven aan
een naaste met een lager inkomen, om deze onwenselijke situatie te voorkomen? Indien
deze er niet zijn, gaat u er dan voor zorgen dat er zo spoedig mogelijk een oplossing
wordt gezocht, ook om te voorkomen dat men genoodzaakt is zich tot de kantonrechter
te wenden teneinde een meerderjarigenbewind aan te vragen?
Antwoord 5
Het is en blijft mogelijk voor bijstandsgerechtigden om voor naasten als gevolmachtigde
op te treden. Van belang is wel dat de bijstandsgerechtigde aan de inlichtingenplicht
voldoet en de volmacht inzichtelijk maakt en bespreekt met de desbetreffende gemeente.
De gemeente beoordeelt per individueel geval over de (redelijkerwijs) tot de beschikking
zijnde middelen en hoe deze worden aangewend. Tegen een besluit van de gemeente staat
een rechtsgang open.
Vraag 3 en 6
Is eerder over deze onwenselijke situatie gesproken? Zo ja, welke conclusies zijn
toen getrokken?
In hoeverre zijn gemeenten op de hoogte van de eventuele mogelijkheden om deze onwenselijke
situatie te voorkomen? Is het nodig de gemeenten hierop te wijzen? Zo ja, bent u hiertoe
bereid?
Antwoord 3 en 6
De volmacht in verhouding tot het recht op bijstand is eerder besproken. In TROS-radar
was op 27 november 2017 een casus aan de orde over het recht op bijstand van een persoon
die de beschikking heeft over een «gemachtigde bankpas» van de rekening van een derde.
Omdat uit de reacties van de uitzending is gebleken dat het niet bij iedereen duidelijk
is welke relatie het beschikken over een gemachtigde bankpas heeft met het recht op
bijstand, heb ik gemeenten hier nader over geïnformeerd middels het Gemeentenieuws
van SZW d.d. 10 april 2018. Gemeenten zijn verzocht om deze informatie in voorkomende
gevallen te delen met de bijstandsgerechtigden in hun gemeenten. Ik zie geen aanleiding
om gemeenten hier opnieuw op te wijzen.
X Noot
1ECLI:NL:CRVB:2017:2119.
X Noot
2ECLI:NL:CRVB:2016:2106 en ECLI:NL:CRVB:2010:BN7848.