Vragen van het lid Peters (CDA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de dyslexie-industrie (ingezonden 19 juli 2019).

Mededeling van Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 26 augustus 2019).

Vraag 1

Kunt u in elk geval bevestigen dat het aantal bedrijven en het aantal vestigingen van bedrijven dat zich op commerciële basis bezighoudt met het begeleiden van kinderen met dyslexie, de afgelopen jaren exponentieel is toegenomen, gezien u in antwoord op eerdere schriftelijke vragen aangeeft dat u onvoldoende zicht heeft op de aantallen kinderen met de diagnose Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) onder de dertien jaar?1

Vraag 2

Kunt u bevestigen dat meerdere van deze bedrijven inmiddels zijn overgenomen door (buitenlandse) investeringsfondsen?

Vraag 3

Bent u bereid de antwoorden op de twee bovenstaande vragen in het onderzoek naar de aantallen jeugdigen met EED te betrekken, dat naar aanleiding van de eerdere schriftelijke vragen is toegezegd?

Vraag 4

Deelt u de mening dat de poortwachter – waarover u in antwoord op de eerdere schriftelijke vragen pleit voor het invoeren van een orthopedagoog als poortwachter tussen onderwijs, zorg en gemeenten om te bekijken of er een zorgtaak of een onderwijstaak ligt in de begeleiding van een kind – onafhankelijk zou moeten zijn en in ieder geval geen banden mag hebben met commerciële aanbieders van dyslexiezorg? Zo nee, waarom niet?

Vraag 5

Erkent u dat het op dit moment niet gewaarborgd is dat de poortwachter onafhankelijk is en geen banden heeft met commerciële aanbieders van dyslexiezorg?

Vraag 6

Bent u bereid de aanstelling van zo’n onafhankelijke poortwachter verplicht te stellen? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

In antwoorden op eerdere vragen geeft u aan dat de «meningen in het veld over het meten van een ontwikkelingsstoornis verdeeld zijn»; kunt u bevestigen dat de meningen «in het veld» over klimaatverandering en het belang van vaccineren ook verdeeld zijn?

Vraag 8

Deelt u de mening dat uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek niet veranderen omdat mensen blijkbaar van mening kunnen verschillen?

Vraag 9

Kunt u bevestigen dat door in uw antwoord expliciet te schrijven dat meningen op dit punt verschillen, u onderzoek ontkracht waaruit blijkt dat het overgrote deel van de testen uit het Protocol Diagnose en Behandeling wetenschappelijk bezien flauwekul en overbodig zijn?

Vraag 10

Wat beoogt u te zeggen met uw opmerking in het antwoord op de vragen over commercieel belanghebbenden die zitting nemen in de wetenschappelijke adviesraad en een instituut dat de kwaliteit van dyslexiezorg bewaakt? Kunt u uw opmerking over het feit dat mensen zitting nemen «zonder last en ruggespraak en op persoonlijke titel» verduidelijken?

Vraag 11

Kent u andere voorbeelden van (zorg)systemen waarbij screening, diagnose, behandeling, kwaliteitscontrole en wetenschappelijk advies feitelijk in handen zijn van enkele commerciële aanbieders?

Vraag 12

Kunt u aangeven of ook daar aanbieders hun eigen vlees «zonder last en ruggespraak» keuren?

Vraag 13

Kunt u aangeven hoe u het feit weegt in het volgende citaat uit uw antwoord op de eerdere vragen; dat het «niet ongebruikelijk is dat het stellen van een diagnose, het uitvoeren van een behandeling en de evaluatie hiervan wordt uitgevoerd door een en dezelfde zorgaanbieder. Uiteraard in nauw overleg met andere betrokkenen zoals gemeenten en / of het onderwijs»?

Vraag 14

Kunt u in algemene termen aangeven hoe het «nauwe overleg» met andere betrokkenen er in de praktijk uit kan zien, anders dan het betalen van de rekening?

Mededeling

De vragen van het Kamerlid Peters (CDA) over de dyslexieindustrie (2019Z15261) kunnen tot mijn spijt niet binnen de gebruikelijke termijn worden beantwoord.

De reden van het uitstel is dat de afstemming meer tijd vergt.

Ik zal u zo spoedig mogelijk de antwoorden op de Kamervragen doen toekomen.


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 3472

Naar boven