Vragen van het lid Kuiken (PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de Nederlandse drugsaanpak (ingezonden 15 mei 2019).

Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 4 juli 2019). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 2932.

Vraag 1

Kent u het bericht «Nederlandse drugsaanpak onhoudbaar»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de analyse van de genoemde recherchechef dat de huidige aanpak van de zware georganiseerde misdaad niet meer afdoende is om de problemen te bestrijden? Zo ja, waarom en wat gaat u anders doen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Hoe de strijd tegen de georganiseerde misdaad gevoerd moet worden, is onderwerp van permanente discussie met alle partners in die aanpak. De aanpak van de georganiseerde misdaad is geen vaststaand gegeven: door middel van instrumenten als de vierjaarlijkse Veiligheidsagenda wordt deze aanpak zeer regelmatig tegen het licht gehouden en prioriteiten zo nodig anders gelegd.

Vraag 3

Deelt u de opvatting van de recherchechef dat een grootschalig onderzoek nodig is waarbij wetenschappers zouden moeten adviseren of regulatie of legalisatie in Europees verband een oplossing van het probleem vormt? Zo ja, hoe en op welke termijn gaat u dit entameren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Harddrugs, waar het hier over gaat, zijn middelen waarvan de afweging is gemaakt dat deze dermate schadelijk zijn voor mens en maatschappij, dat wij als overheid ons genoodzaakt zien de productie, distributie, verkoop etc. ervan te verbieden. Dit is een principe dat internationaal breed wordt onderschreven en is vastgelegd in internationale verdragen. Tegen criminele netwerken die dit verbod overtreden zullen wij als overheid altijd optreden.

Nog voor het zomerreces stuur ik uw Kamer een brief waarin ik inga op het beleid ten aanzien van de problematiek van de synthetische drugs, waaronder het handhavingsbeleid op festivals en evenementen, en de ontwikkelingen op het gebied van wetgeving.

In het regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet een experiment start met een gesloten cannabisketen, om te bezien wat de effecten zijn op de criminaliteit, veiligheid, overlast en volksgezondheid. Hier wordt momenteel uitvoering aan gegeven. Dit experiment past binnen een voorzichtige internationale trend om anders te kijken naar de regelgeving voor cannabis.

Over harddrugs zoals XTC bestaat een internationale consensus dat ze een onaanvaardbaar risico voor mens en maatschappij vormen. Daarom staan ze in Nederland op lijst I van de Opiumwet.Het in het leven roepen van een commissie die onderzoek gaat doen zoals wordt voorgesteld, acht ik dan ook niet opportuun.

Vraag 4

Deelt u de mening dat meer gedaan moet worden aan preventie en ontmoediging van drugsgebruik? Zo ja, hoe gaat u hiervoor zorgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

De Staatssecretaris van VWS heeft uw Kamer per brief van 25 april 2019 geïnformeerd over het (hard)drugspreventiebeleid.2 Het preventiebeleid zet stevig in op het voorkomen van gebruik en van de normalisering ervan binnen bepaalde groepen. Dit is geen eenvoudige opgave en de inspanning vergt een lange adem. De kern van het beleid is via zoveel mogelijk kanalen – ouders, gemeenten, scholen, professionals, horeca, organisatoren van evenementen en door informatievoorziening – zorgen dat jongeren en jongvolwassenen zich bewust zijn van de risico’s. Het beleid wordt de komende jaren aangevuld met vijf nieuwe maatregelen. Een van deze maatregelen is het ontwikkelen van innovatieve interventies waarmee voorkomen wordt dat jongeren beginnen met drugsgebruik. Verder bereiden we ook een wetswijziging van de Opiumwet voor waarmee we in één keer veel gevaarlijke Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) kunnen verbieden. Om het drugsgebruik van een aantal middelen, zoals GHB, XTC en cocaïne, te ontmoedigen, worden er specifieke maatregelen genomen.

Naar boven