Vragen van de leden Becker en ArnoRutte (beiden VVD) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid over het bericht «Jongerenreis naar radicale prediker» (ingezonden 20 augustus 2018).

Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) mede namens Minister Grapperhaus (ontvangen 8 oktober 2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 3146.

Vraag 1

Kent u het bericht «Jongerenreis naar radicale prediker»?1

Antwoord 1

Ja, ik ken het bericht. Het is in alle gevallen onwenselijk als Nederlandse jongeren geënthousiasmeerd worden voor denkbeelden die haaks staan op de uitgangspunten van de rechtsstaat, de Nederlandse wetgeving en de waarden die in Nederland worden gekoesterd.

Vraag 2 en 3

Is het waar dat moskee-organisatie Milli Görüs de afgelopen jaren tientallen jongeren heeft meegenomen naar Turkije om hen te laten onderwijzen door een radicale imam, die ook banden onderhoudt met een jihadistische strijdgroep en steun heeft uitgesproken aan een Al Qaeda-leider? Zo ja, was u hier al van op de hoogte en wanneer en welke actie heeft u ondernomen?

Kunt u onderzoeken of Milli Görüs nog steeds de reizen organiseert, wat tijdens deze reizen wordt onderwezen en vanuit welke bronnen deze reizen zijn en/of worden gefinancierd?

Antwoord 2 en 3

Het staat maatschappelijke en religieuze organisaties vrij om buitenlandse reizen te organiseren. Derhalve zal ik niet komen met een voorstel met maatregelen om buitenlandse reizen te voorkomen. Uiteraard beoordeelt het Openbaar Ministerie, indien dit aan de orde is, of er sprake is van (mogelijk) strafbaar handelen.

In reactie op het NRC-artikel heeft Milli Görüs aangegeven dat in 2014, 2015 en 2016 reizen zijn georganiseerd voor jongeren naar Turkije.2

Het kabinet vindt het onwenselijk als jongeren doelbewust geënthousiasmeerd worden voor denkbeelden die haaks staan op de uitgangspunten van de rechtsstaat, de Nederlandse wetgeving en de waarden die in Nederland worden gekoesterd. Het is belangrijk dat organisaties maatregelen treffen om te voorkomen dat jongeren onder invloed komen van predikers met dergelijke radicale boodschappen. Dit is een terugkerend onderwerp bij de gesprekken die het Ministerie van SZW voert met organisaties.

Vraag 4

Deelt u de mening dat het onwenselijk is voor de integratie en mogelijk zelfs een risico voor de veiligheid is als Nederlanders met een Turks paspoort naar Turkije gaan voor radicaal-islamitisch onderwijs bij een radicale prediker? Zo ja, wat gaat u hiertegen doen?

Antwoord 4

Zoals ik onder antwoord 1 reeds aangaf, is het in alle gevallen onwenselijk als Nederlandse jongeren, ongeacht hun afkomst, doelbewust geënthousiasmeerd worden voor denkbeelden die haaks staan op de uitgangspunten van de rechtsstaat, de Nederlandse wetgeving en de waarden die in Nederland worden gekoesterd. Dit zet het vreedzaam samenleven in onze democratische rechtsstaat onder druk. Overigens zijn diensten alert op personen die mogelijk een gevaar vormen voor de nationale veiligheid en kan worden opgetreden wanneer er sprake is van strafbaar handelen.

Vraag 5

Is het waar dat in het kader van het kabinetsonderzoek naar verplichte transparantie van financiering van moskee-organisaties, de financieringsbronnen van Milli Görüs straks ook openbaar moeten worden? Zo nee, wilt u dat alsnog overwegen? Zo ja, bent u bereid vervolgens de financiering te verbieden uit onvrije en ondemocratische landen, en zeker voor doeleinden als een jongerenreis naar een radicale prediker?

Antwoord 5

Het conceptwetsvoorstel dat als doel heeft om meer inzicht te bieden in de financiering van maatschappelijke en religieuze organisaties ziet op alle stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen in Nederland. Ook een stichting als Milli Görüs valt hieronder. Over de verkenning naar het verbieden van financiering uit onvrije landen wordt uw Kamer dit najaar geïnformeerd. Op dit moment is niet bekend op welke wijze deze reizen zijn gefinancierd.

Vraag 6

Kunt u aangeven of (deelnemers aan) de reizen in beeld zijn bij de Veiligheidsdiensten vanwege de mogelijkheid van radicale indoctrinatie en een mogelijk risico voor de Nederlandse veiligheid?

Antwoord 6

Indien personen of organisaties door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat dat zij een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, dan kan de AIVD onderzoek doen. Hierover kan geen informatie in het openbaar gedeeld worden.

Vraag 7

Is bekend of er jongeren zijn die aan deze reizen hebben deelgenomen en later zijn uitgereisd naar Syrië?

Antwoord 7

Er is mij geen informatie bekend waaruit blijkt dat er jongeren zijn die aan deze reizen hebben deelgenomen en later zijn uitgereisd naar Syrië. Onderkende terugkeerders worden bij aankomst in Nederland aangehouden, waarna het Openbaar Ministerie het strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachte verder ter hand neemt.

Vraag 8

Kunt u aangeven of de betreffende gemeenten waar vanuit de reizen zijn gemaakt, op de hoogte waren en of lokale en landelijke signalen aan elkaar zijn verbonden om actie te ondernemen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Het staat maatschappelijke en religieuze organisaties vrij om buitenlandse reizen te organiseren. Dit wordt dan ook niet structureel gemonitord door de overheid. Ik acht het ook niet nodig om gemeenten meer middelen te geven om in te grijpen. Tegelijkertijd is de overheid alert op signalen waaruit blijkt dat personen mogelijk een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, en treedt op wanneer daar aanleiding voor is.

Vraag 9

Bent u bereid de reizen naar radicale predikers mee te nemen in het onderzoek dat u doet naar het samenbrengen van landelijke en lokale informatie op een centraal punt om met doorzettingsmacht te kunnen ingrijpen bij signalen van radicale en onvrije invloeden, zoals in de aangenomen motie-Becker is gevraagd tijdens het recente debat over moskeefinanciering?3

Antwoord 9

Om problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering in Nederland tegen te gaan wordt de interdepartementale samenwerking versterkt om onder andere landelijke en lokale informatie bijeen te brengen om gezamenlijk te kunnen acteren indien zorgwekkende signalen zich voordoen. Een dergelijk signaal zou kunnen zijn dat jongeren doelbewust geënthousiasmeerd worden voor denkbeelden die haaks staan op de Nederlandse normen en waarden en de Nederlandse wetgeving. Waar nodig en mogelijk treedt de overheid op.

Vraag 10

Bent u nog steeds van mening dat de overheid geen toezicht hoeft te houden op de imamopleiding die Milli Görüs in Nederland wil starten omdat dit als particuliere opleiding niet onder het hoger onderwijsbestel valt?4 Ziet u niet toch aanleiding om toezicht te houden op burgerschap en de Nederlandse kernwaarden in de imamopleiding nu Milli Görüs tegelijkertijd banden heeft met een radicale imam en dit soort reizen organiseert?

Antwoord 10

In Nederland staat het een ieder vrij om onderwijs aan te bieden gestoeld op een bepaalde levensbeschouwing, zo lang dit past binnen de grenzen van de wet. Mocht in de toekomst blijken dat Milli Görüs in haar opleiding de wettelijke grenzen overtreedt, dan kan de overheid in actie komen. Bijvoorbeeld door middel van de driesporenaanpak die nationaal en lokaal kan worden gehanteerd. Omdat Milli Görüs geen erkende opleiding binnen het hoger onderwijs bestel verzorgt, heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap daarbij geen taak.


X Noot
1

NRC next 18 augustus 2018

X Noot
2

Persbericht Milli Görüs, 20 augustus 2018, Amsterdam. «Deze activiteiten zijn georganiseerd in de jaren 2014, 2015 en 2016 en is ook in diezelfde jaren gepromoot via diverse social mediakanalen.»

X Noot
3

Kamerstuk 29 614, nr. 86

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 2815

Naar boven