Vragen van de leden Aartsen en RemcoDijkstra (beiden VVD) aan de Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap over het in Nederland houden van het vliegend cultureel erfgoed
De Catalina (ingezonden 27 september 2018),
Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) mede namens
Minister Bijleveld-Schouten (Defensie) (ontvangen 5 oktober 2018).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de naderende verkoop van het historische vliegtuig De Catalina
aan een Amerikaanse partij en daarmee het vertrek van dit stuk historisch cultureel
erfgoed naar het buitenland?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat het vliegtuig De Catalina vliegend cultureel erfgoed is en behouden
zou moeten worden voor Nederland en het Nederlandse publiek? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Historische vliegtuigen maken onderdeel uit van het mobiele erfgoed, dat op zijn beurt
valt onder de definitie van cultureel erfgoed uit de Erfgoedwet. Het betreffende toestel
heeft echter geen beschermde status op grond van de Erfgoedwet.
Er moeten voortdurend keuzes worden gemaakt ten aanzien van het behoud van cultureel
erfgoed. In dit geval tussen behoud in Nederland of daarbuiten. Ik heb begrip voor
de wens om het toestel voor Nederland te behouden en voor de betekenis die dit type
vliegtuig in onze historie heeft gehad, onder meer in voormalig Nederlands Indië.
Tegelijkertijd constateer ik dat dit specifieke exemplaar zijn sporen heeft verdiend
in de Tweede Wereldoorlog in dienst van
de Amerikaanse marine. Daarmee is dit exemplaar ook van bijzondere betekenis voor
de militaire geschiedenis van Amerika en dit is ook de reden voor de interesse van
de Amerikaanse koper. Het «publiek» is daarmee niet uitsluitend een Nederlands publiek.
Ook daar moeten we begrip voor hebben. Ik wijs er tevens op dat er zich in de collectie
van het Nationaal Militair Museum te Soesterberg een Nederlands Catalina-exemplaar
bevindt, zij het in niet-vliegende staat. Dit exemplaar heeft voor de Nederlandse
Marine Luchtvaartdienst (MLD) gevlogen in voormalig Nederlands Indië. Ook dit feit
nuanceert de stelling dat het toestel, dat in de Amerikaanse belangstelling staat,
op voorhand koste wat kost in Nederland zou moeten blijven.
Vraag 3
Bent u bereid om het gesprek aan te gaan met de eigenaar van De Catalina, die het
vliegtuig ook het liefst in Nederland wenst te behouden, en de vele organisaties zoals
de Erfgoedvereniging Heemschut, de Koninklijke Stichting Defensiemusea en de Nationale
Federatie Historische Luchtvaart om te kijken hoe dit cultureel erfgoed in Nederland
te houden is? Zo nee, waarom niet? Bent u op de hoogte dat de Koninklijke Stichting
Defensiemusea en de Nationale Federatie Historische Luchtvaart een aanbod hebben gedaan
om de onderhoudskosten op zich te nemen hetgeen de kansen voor behoud verhoogt?
Antwoord 3
Ik heb met de bovengenoemde partijen overlegd over de vraag wat de mogelijkheden tot
behoud van het toestel voor Nederland zijn. Ik heb daarbij aangegeven dat een inspanning
vanuit het Rijk alleen zinvol is als er voldoende belangstelling is bij andere partijen
die tot uitdrukking komt in een bijdrage aan de aankoop en de garantie dat het vliegtuig
door hen wordt onderhouden en geëxploiteerd.
Recentelijk heb ik een gezamenlijk verzoek van de Vereniging Heemschut, de Koninklijke
Stichting Defensiemusea (KSD, waar ook het Nationaal Militair Museum onderdeel van
uit maakt), de Nationale Federatie Historische Luchtvaart (NFHL) en de Stichting Koninklijke
Luchtmacht Historische Vlucht (SKHV) gekregen om het nationale aankoopfonds aan te
wenden voor aankoop van het vliegtuig. Hierin wordt aangegeven dat de SKHV bereid
is de verantwoordelijkheid voor de exploitatie op zich te nemen. Voor een bijdrage
in de aankoop van het toestel zijn tot nu toe echter geen partijen gevonden.
Vraag 4
Welke (financiële) mogelijkheden ziet u om dit vliegtuig in Nederland te behouden?
Bent u bereid om hierin samen op te trekken met haar collega van Defensie?
Antwoord 4
In april van dit jaar heb ik op een verzoek van de Stichting Exploitatie Catalina
om een financiële bijdrage voor de aankoop van het toestel gewezen op de mogelijkheden
voor financiële ondersteuning bij het Mondriaan Fonds. De partijen zijn daarvan op
de hoogte. Tot op heden is echter geen verzoek ingediend. Het Mondriaan Fonds fungeert
tevens als loket voor verzoeken voor bijdragen uit het nationaal aankoopfonds. Het
Mondriaan Fonds adviseert mij over dergelijke aanvragen. Er moet dan wel een goede
aanvraag worden ingediend door een erfgoedinstelling met een collectie, met informatie
over onder meer de financiering, exploitatie, cultuurhistorische waarde en positie
van het toestel in de context van de Collectie Nederland en een taxatierapport. Het
Mondriaan Fonds heeft aangegeven zo nodig een spoedprocedure te kunnen volgen, waarbij
in zeer korte tijd een besluit of advies kan worden afgegeven.
Ik heb tevens contact gehad met mijn ambtscollega van Defensie. Zij heeft laten weten
geen mogelijkheden te zien voor een financiële bijdrage aan de investeringskosten.
Vraag 5
Bent u bereid snel actie te ondernemen om verlies van dit erfgoed voor Nederland te
voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Ik ben bereid om actie te ondernemen, maar ben daarbij afhankelijk van de bereidheid
van de betrokken partijen om met een goed voorstel te komen en dit in te dienen bij
het Mondriaan Fonds. Pas dan kan ik een besluit nemen. Ik zie geen reden om deze zorgvuldigheid
hier niet te betrachten.
Alles overziend moeten we ook serieus rekening houden met het scenario dat het toestel
niet voor Nederland behouden kan blijven.