Vragen van de leden Yesilgöz-Zegerius en Aartsen (beiden VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de berichten «Nederland gaat gewetensvol om met roofkunst» en Twijfel over teruggave is verwerpelijk» (ingezonden 28 januari 2019).

Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 18 februari 2019).

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel »Nederland gaat gewetensvol om met roofkunst»1 en het opiniestuk van Frits Barend «Twijfel over teruggave roofkunst is verwerpelijk»?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u van het feit dat de Restitutiecommissie afweegt in hoeverre een mogelijk geroofd stuk van emotioneel belang is voor de erven en in welke mate het museum belangstelling voor het betwiste stuk heeft?

Antwoord 2

Het restitutievraagstuk wordt juist bekeken vanuit het morele aspect, omdat op juridische grond de claim verjaard is. Redelijkheid en billijkheid vormen sinds de totstandkoming van het restitutiebeleid in 2001 het afwegingskader voor claims daar waar het niet de collectie van de Staat betreft. De reden hiervoor is dat na overleg met de commissie Ekkart begin deze eeuw is besloten bij de beoordeling van deze claims het belang mee te wegen van eigenaren, bijvoorbeeld musea, die te goeder trouw kunst hebben gekocht, niet wetende dat het roofkunst is. In 2012 adviseerde de Raad voor Cultuur dit afwegingskader ook te gaan hanteren voor claims op werken uit de Rijkscollectie. Dit wegens het besef dat dergelijke werken soms vele jaren na de oorlog aangeschaft waren, en dit een rol zou moeten hebben in de advisering door de Restitutiecommissie. Op grond van dit ruime afwegingskader kunnen alle betrokken belangen in de beoordeling worden afgewogen. Uw Kamer steunde die aanpak (Kamerstuk 25 839, nr. 41, vergaderjaar 2011–2012). In 2020 wordt het beleid weer geëvalueerd.

Vraag 3

Hoe verhoudt deze belangenafweging zich tot de zogenoemde «Washington principles»? In hoeverre wijkt het Nederlandse beleid rondom roofkunst af van de internationale standaard?

Antwoord 3

Het ruime afwegingskader van redelijkheid en billijkheid is in lijn met de Washington Principles waarin de nadruk wordt gelegd op een «just and fair solution, recognizing this may vary according to the facts and circumstances surrounding a specific case». Op grond hiervan kan ook rekening worden gehouden met de huidige eigenaar die een kunstwerk te goeder trouw heeft verworven. Het Nederlandse beleid wijkt niet af van de standaarden zoals in de Washington Principles zijn beschreven.

Vraag 4

Deelt u de mening dat de belangen van de slachtoffers van het naziregime voorop moeten staan?

Antwoord 4

Ja.

Vraag 5

In hoeverre verkleint een dergelijke belangenafweging de kans om geroofde kunst terug te geven aan de rechtmatige eigenaren?

Antwoord 5

Wanneer onomstotelijk vaststaat dat de claimant de rechtmatige eigenaar is en er sprake is van roofkunst, zal in principe geadviseerd worden om tot teruggave over te gaan. Uit de adviezen van de Restitutiecommissie blijkt dat deze commissie de wijze waarop de oorspronkelijke eigenaar het bezit van een kunstwerk verloren heeft zwaar laat wegen en ten volle rekening houdt met de doelstelling dat onrecht dat is geschied door de terreur van het nazi-regiem behoort te worden hersteld.

Naar boven