Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-20191419

Vragen van het lid Kerstens (PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Toeloop verwacht voor zorg van de gemeente door nieuwe regeling» (ingezonden 6 december 2018).

Antwoord van Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 5 februari 2019). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2018–2019, nr. 1065.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Toeloop verwacht voor zorg van de gemeente door nieuwe regeling»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Herkent en deelt u de zorgen verwoord door uw partijgenoot De Langen, die uw portefeuille zorg in Rotterdam heeft overgenomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Uit het bericht maak ik op dat wethouder De Langen zich zorgen maakt over een toename van het aantal Wmo-voorzieningen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief. De invoering van het abonnementstarief beoogt te voorkomen dat mensen met een stapeling van (zorg)kosten die zijn aangewezen op maatschappelijke ondersteuning, met het oog op de door hen verschuldigde eigen bijdrage, daarvan afzien. Dit is dan ook een beoogd effect. Het aantal mensen dat als gevolg hiervan een beroep zal doen op Wmo-voorzieningen zal hierdoor naar verwachting inderdaad toenemen. Gemeenten zijn naar huidig inzicht voldoende gecompenseerd voor het abonnementstarief én de daarbij verwachte toestroom naar voorzieningen.

Vraag 3, 4, 5, 6

Onderschrijft u het uitgangspunt dat (zeker) mensen met de laagste inkomens direct noch indirect de dupe mogen worden van invoering van het abonnementstarief? Zo ja, bent u dan ook van mening dat daartoe vóór invoering van het abonnementstarief maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen? Zo nee, waarom niet?

Ziet u ook het risico dat vooral mensen met de laagste inkomens direct dan wel indirect de dupe worden van invoering van het abonnementstarief?

Bent u bereid gemeenten, die hetgeen u tot nu toe hebt aangeboden volstrekt onvoldoende vinden, in voldoende mate en tijdig tegemoet te komen zodat (zeker) mensen met de laagste inkomens direct noch indirect de dupe worden van de invoering van het abonnementstarief?

Zo ja, hoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?

Bent u bereid de onderbestedingen op uw departementen (deels) in te zetten om te voorkomen dat mensen met de laagste inkomens de dupe worden van invoering van het abonnementstarief?

Antwoord 3, 4, 5, 6

De invoering van deze maatregel kan en mag er niet toe leiden dat mensen die daarop zijn aangewezen niet of in onvoldoende mate de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. De Wmo 2015 biedt cliënten voldoende waarborgen. De Wmo 2015 verplicht gemeenten tot het doen van zorgvuldig onderzoek als iemand zich meldt voor Wmo-ondersteuning. Als hieruit blijkt dat een cliënt op de gemeente is aangewezen voor ondersteuning, moet de gemeente een bijdrage aan die ondersteuning leveren die als passend kan worden aangemerkt in de betreffende situatie. Daarbij zijn gemeenten ook voldoende gecompenseerd voor de maatregel (inclusief de toestroom naar voorzieningen). Wel ben ik van mening dat de effecten van de introductie van het abonnementstarief gevolgd moeten worden, omdat deze op voorhand niet precies zijn in te schatten. Met de VNG heb ik dan ook afgesproken om de effecten in de praktijk met behulp van een monitor nauwlettend te volgen én als de resultaten van de monitor hiertoe aanleiding geven, hierop te acteren.

Vraag 7

Onderschrijft u de stelling dat monitoring pas achteraf tot inzicht in de gevolgen van invoering van het abonnementstarief leidt en dus niet voorkomt dat (bijvoorbeeld) mensen met de laagste inkomens de dupe worden van die invoering? Gaat u in dat geval de geleden schade herstellen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Voor beleidsmaatregelen die worden genomen geldt dat voorafgaand aan de invoering een zo zorgvuldig mogelijke inschatting wordt gemaakt van de effecten. Ik heb op dit moment nog geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door het CPB ingeschatte effecten. Ik vind het – zoals hiervoor aangegeven – wel van belang om de meer precieze effecten van de introductie van het abonnementstarief in de praktijk nauwlettend te volgen. Hiertoe is met VNG een monitor afgesproken. De monitor zal in kaart brengen of en in welke mate er sprake is van een hoger dan verwacht gebruik van Wmo-voorzieningen, dat zich onvoldoende door gemeentelijk beleid – met inachtneming van de huidige wettelijke kaders – laat reduceren. Daarnaast wordt in de monitor, vanuit cliënt- en gemeentelijk perspectief, aandacht besteed aan de kwaliteit en kwantiteit van de ondersteuning. Het doel daarvan is vast te stellen dat risico’s ten aanzien van een mogelijke verschraling van Wmo-voorzieningen zich in de praktijk ook daadwerkelijk niet voordoen. Ik heb met de VNG afgesproken om jaarlijks het gesprek over de resultaten van de monitor te voeren en hierop te acteren als de resultaten hiertoe aanleiding geven. Mochten zich in de praktijk onverhoopt toch ongewenste effecten voordoen die zich onvoldoende met de huidige wettelijke kaders en gemeentelijk beleid en uitvoering laten beïnvloeden, moet er een handelingsperspectief zijn. Daarom bevat het wetsvoorstel dat ik uw Kamer 26 november 2018 heb toegestuurd een grondslag om bij algemene maatregel van bestuur zo nodig nadere regels te stellen. Vanzelfsprekend zal de toegankelijkheid van de Wmo 2015 niet uit het oog worden verloren. Zij die daarop zijn aangewezen moeten de ondersteuning krijgen die nodig is.