Vragen van het lid Özdil (GroenLinks) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het bericht «Meer jonge moslims leven naar strikte islamitische regels. Dreigt
segregatie?» (ingezonden 21 november 2017).
Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 2 januari
2018).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de reportage «Meer jonge moslims leven naar strikte islamitische
regels. Dreigt segregatie?»?1
Vraag 2
Herkent u het beeld uit de reportage dat steeds meer jonge Nederlandse moslims naar
strikt islamitische regels (willen) leven, zoals ook bevestigd in wetenschappelijk
onderzoek?2
Antwoord 2
Uit de studie van het SCP naar «Moslims in Nederland» uit 2012 blijkt dat moslims
meer aandacht besteden aan hun geloof. De tweede generatie migranten gaat bijvoorbeeld
gemiddeld vaker naar de moskee dan voorheen. Ook constateert het SCP een relatief
hoge mate van religiositeit bij moslims in Nederland. Binnen deze brede context van
de positie van moslims in Nederland is er ook een beperkt aantal mensen die kiezen
voor een zeer strikte of fundamentalistische interpretatie van de islam.
Vanuit de in Nederland geldende vrijheid van geloof houdt de overheid niet bij hoeveel
jonge Nederlandse moslims naar strikt islamitische regels (willen) leven. Daar waar
sprake is van niet-strafbaar, maar wel problematisch gedrag of van wetsovertredingen
grijpt de overheid in.
Vraag 3
Vindt u dat u de oproepen tot afzondering tegen «het gif van de moderne maatschappij»
door orthodox-islamitische predikers bevorderlijk zijn voor de integratie en emancipatie
van jonge Nederlanders met een migratieachtergrond?
Antwoord 3
Nee, ik vind het belangrijk dat iedereen meedoet in de samenleving, ongeacht achtergrond
of geloof. Ik beschouw het aanzetten van anderen tot afzijdigheid van de maatschappij
dan ook als problematisch vanuit het integratieperspectief.
Vraag 4
Hoe kwalificeert u de gender-segregatie (in de reportage is te zien hoe zelfs op de
Vrije Universiteit Amsterdam vrouwen achter mannen moeten zitten) tijdens bijeenkomsten
waar orthodox-islamitische predikers jongeren indoctrineren? Vindt u dat patriarchale
gender-segregatie niet bevorderlijk is voor de integratie van jonge Nederlanders met
een migratieachtergrond? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Waar het mij om gaat is dat in Nederland mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Vanuit
integratieperspectief vind ik het van belang dat er sprake is van ontmoetingen en
contact op basis van gelijkwaardigheid. In dit specifieke geval gaat het om een bijeenkomst
op een universiteit waar zowel vrouwen als mannen aan deelnemen, maar waarbij de vrouwen
achter de mannen plaatsnemen. De universiteit verbiedt seksesegregatie in ruimtes
die worden gehuurd. Dit is moeilijk als vrouwen en mannen vrijwillig apart van elkaar
gaan zitten. Wanneer de universiteit daar signalen over ontvangt, gaat men met de
betreffende zaalhuurder in gesprek.
Vraag 5
Wat vindt u van de indoctrinatie tegen elke vorm van muziek tijdens diezelfde bijeenkomsten?
Vindt u dat in een samenleving met een publieke ruimte waar overal muziek te horen
is, dit neerkomt op een oproep tot segregatie? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Zoals bij vraag 3 genoemd biedt onze democratische en pluriforme samenleving ruimte
aan een grote diversiteit van (godsdienstige) beschouwingen, opvattingen, waardepatronen
en leefstijlen. Mijn inziens betekent dit dat je muziek categorisch mag afkeuren in
je eigen omgeving of privédomein, zolang de vrijheid van anderen in de samenleving
om muziek te luisteren in de publieke ruimte maar niet wordt beperkt.
Vraag 6
Bent u bereid te (laten) onderzoeken welke sociale druk de opmars van de orthodoxe
c.q. salafistische islam legt op jonge Nederlandse moslims die zichzelf op een gematigde,
seculiere of niet-religieuze manier willen ontwikkelen in de samenleving? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u bereid te (laten) onderzoeken welke sociale druk de opmars van de orthodoxe
c.q. salafistische islam legt op jonge Nederlandse moslims die zichzelf op een gematigde,
seculiere of niet-religieuze manier willen ontwikkelen in de samenleving? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
In eerdere publicaties van onder meer de AIVD en de NCTV is vastgesteld dat de relatieve
professionaliteit van Salafistische organisaties bijdraagt aan hun invloed op sommige,
meest kwetsbare groepen. Het WODC onderzoek van 11 september 2017, waarnaar u in uw
tweede vraag verwijst, laat zien dat Salafistische imams en predikers bijzondere aandacht
hebben voor jongeren. Sommige jonge Nederlandse Moslims zijn kwetsbaar voor invloeden
die hun participatie in de Nederlandse samenleving onder druk zetten. Het is van groot
belang dat jongeren daartegen weerbaar zijn en dat jongeren in staat zijn eigen keuzes
te maken. Het vergroten van de weerbaarheid van jongeren is onder meer onderdeel van
de opvolging van het bestuurlijke overleg met de meest betrokken gemeenten dat in
april jl. heeft plaatsgevonden.