Vragen van het lid Sjoerdsma (D66) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over transseksuelen en interseksuelen (ingezonden 23 november 2017).

Antwoord van Minister Zijlstra (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 14 december 2017).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de rapporten over de rechten van transseksuelen en interseksuelen?1

Antwoord

Ja. Vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben op 9 november jl. de uitkomsten besproken met de opstellers van de twee rapporten.

Vraag 2 en 3

Bent u het eens met de opvatting dat de steun voor belangengroepen van transseksuelen afneemt, gezien de in de genoemde rapporten gepresenteerde feiten en cijfers?

Hoe duidt u het gegeven dat het budget voor dergelijke groepen is afgenomen en dat er veelal tekorten zijn om betaalde werknemers in dienst te hebben?

Antwoord 2 en 3

De twee rapporten laten op basis van een brede enquête zien dat de (financiële) ondersteuning van transgender- en interseksegroepen structureel achterblijft ten opzichte van belangengroepen voor lesbiennes, homoseksuelen en biseksuelen. Dit betekent dat ze grotendeels afhankelijk zijn van vrijwilligers. Van een afname in financiering is volgens de rapporten geen sprake.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u de financiering van dergelijke groepen met behulp van beschikbare fondsen? Acht u dit afdoende?

Antwoord 4

Nederland ziet mensenrechtenstrijders, waaronder LHBTI-organisaties, als een belangrijke motor achter verandering in hun land. Dit is ook de reden dat het kabinet financiële en beleidsmatige steun geeft, bijvoorbeeld door het werk van COC Nederland te ondersteunen, door activiteiten van Nederlandse ambassades te faciliteren en door in multilateraal verband actief te pleiten voor gelijke rechten van LHBTI’s.

Afgelopen twee jaar heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken de Nederlandse belangenorganisatie voor intersekse personen, Stichting Nederlands Netwerk Intersekse/DSD (NNID), financiële steun gegeven om de internationale belangenbehartiging van de interseksegemeenschap vorm te geven. Het doel hiervan is mede om andere intersekse-organisaties de capaciteit te geven om hun eigen fondsenwerving en belangenbehartiging te realiseren. Dit draagt bij aan verduurzaming van deze activiteiten. Daarnaast is mede door inzet van de NNID de aandacht voor de positie van interseksen in de afgelopen jaren toegenomen. Dat is een positieve ontwikkeling. Zo wordt er in de VN steeds vaker de positie van intersekse personen benoemd.

Op nationaal niveau is het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap een strategisch partnerschap aangegaan met COC Nederland, Transgender Netwerk Nederland en de NNID in de alliantie «Gedeeld geluk, gedeelde trots». Het doel van die samenwerking is om de situatie van LHBTI-personen en de sociale acceptatie in Nederland verder te verbeteren.

De rapporten over de financiering van transgender en intersekse personen bieden voor deze specifieke belangengroepen een goed instrument om donoren aan te spreken.

Vraag 5

Bent u het eens met de constatering dat belangengroepen van transseksuelen wereldwijd onvoldoende toegang hebben tot gezondheidszorg?

Antwoord 5

Ja. Transgendervrouwen en -mannen krijgen in veel landen minder goede behandeling in de zorg of hebben te maken met weigering van gezondheidszorg, bedreigingen, verbaal en/of lichamelijk geweld.

Naast reguliere zorg, hebben transgendermannen en -vrouwen ook vaak behoefte aan specifieke zorg. Zo lopen transgender personen een verhoogd risico op HIV en is er vaker sprake van depressie of bijvoorbeeld alcoholmisbruik. Daarnaast hebben ze vaak behoefte aan hormoontherapie of plastische chirurgie.

Vraag 6, 7 en 8

Klopt het dat slechts de helft van de belangengroepen van interseksuelen wereldwijd geregistreerd is bij een overheid? Zo ja, hoe duidt u dit?

Klopt het dat belangengroepen van interseksuelen vaak niet onder de doelgroep van donororganisaties vallen? Hoe duidt u dit?

Hoe duidt u het feit dat er bijna geen belangengroepen van interseksuelen worden gefinancierd door overheden?

Antwoord 6, 7 en 8

De interseksebeweging is in veel landen nog relatief nieuw in vergelijking met belangengroepen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en in mindere mate transgender personen. Dat verklaart ook dat nog niet alle donororganisaties intersekse personen als onderdeel van de doelgroep scharen. De problemen die intersekse personen ervaren zijn vaak ook anders dan de problemen die LHBT personen ervaren. Het gebrek aan financiering hangt samen met de beperkte aandacht voor de groep.

Vraag 9

Bent u bereid om internationale fondsen voor interseksuelen en transseksuelen financieel te ondersteunen? Zo ja, bent u bereid extra budget beschikbaar te stellen voor het investeren in zowel het International Fund for Transsexuals als het Intersex Human Rights Fund? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

Naast de eerdergenoemde steun aan NNID en de steun van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan Europese LHBTI-netwerken zoals Transgender Europe, steunt het Ministerie van Buitenlandse Zaken via het Mensenrechtenfonds en de strategische partnerschappen verschillende belangenorganisaties die zich inzetten voor gelijke rechten van LHBTI’s. Daarbij vraagt het ministerie aan deze organisaties expliciete aandacht voor de positie van transgender en intersekse personen. De belangenorganisaties moeten in overleg met de doelgroep zelf bepalen hoe zij dat het beste kunnen doen.

Het kabinet bekijkt de mogelijkheden voor intensivering van de in het regeerakkoord genoemde prioriteiten, waaronder gelijke rechten voor LHBTI’s.

Naar boven