Vragen van het lid Diertens (D66) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het onderzoek «Geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie» (ingezonden
15 november 2017).
Antwoord van Staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
13 december 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 558.
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek «Geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat hulpverleners, juist binnen de psychiatrie, in staat moeten
zijn om hun werk op een veilige manier uit moeten kunnen voeren?
Antwoord 2
Medewerkers in de zorg vervullen een publieke taak. Ik ben met u van mening dat hulpverleners
binnen de psychiatrie in staat moeten zijn om hun werk op een veilige manier te kunnen
uitvoeren.
Als gevolg van hun ziekte kunnen er momenten zijn waarop mensen waaraan zorg wordt
verleend niet zichzelf zijn en afwijkend of agressief gedrag kunnen vertonen. Hulpverleners
worden getraind om met afwijkend gedrag om te gaan. Ggz-organisaties werken dagelijks
aan een veilig leef- en organisatieklimaat voor patiënten en medewerkers.
Vraag 3
Bent u bereid om in overleg met de instellingen en professionals te treden en te kijken
of de afspraken en convenanten, zoals het onderzoek uitwijst, te weinig houvast bieden
als het gaat om het bieden van duidelijkheid omtrent het doen van aangifte? Zo ja,
wanneer kunt u de Kamer hierover informeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
GGZ Nederland heeft, naar aanleiding van het verschijnen van het rapport, het initiatief
genomen in overleg te treden met de politie en het OM. Met elkaar gaan zij aan de
slag met de aanbevelingen uit het rapport. Dit vind ik een goed initiatief.
Vraag 4
Bent u daarnaast bereid om met de sector in overleg te treden om de regels omtrent
het medisch beroepsgeheim, in samenhang met de mogelijkheden van aangifte doen, te
bestuderen? Bent u bereid om te kijken hoe de hulpverlener hier beter over geïnformeerd
kan worden, met respect voor het medisch beroepsgeheim?
Antwoord 4
Voor medewerkers in de ggz is bij het arbeidsmarktfonds van de ggz (O&O fonds ggz)
een handreiking «sociale veiligheid in de ggz, aangifte doen bij agressie en/of geweldsincidenten»
beschikbaar. Daarin is een apart hoofdstuk opgenomen over de relatie tussen aangifte
doen en het medisch beroepsgeheim. Als het gaat om het medisch beroepsgeheim dan staat
er niets in de weg om aangifte te doen en basisgegevens te verstrekken zodat de politie
verder kan met de afhandeling. De handreiking is echter onvoldoende bekend zoals ook
blijkt uit het feit dat GGZ Nederland meerdere malen per jaar vragen ontvangt of een
hulpverlener aangifte mag doen. Ook instellingen hebben vaak een protocol, maar in
de praktijk is dit eveneens niet altijd bekend.
Ik zal GGZ Nederland vragen onder haar leden meer bekendheid te geven aan de handreiking
van het O&O fonds.
Vraag 5
Kunt u toelichten wat er op dit moment gebeurt op het gebied van preventie van geweldincidenten
in de psychiatrie? Hoe verkleint u de kans op geweldsincidenten tegen hulpverleners
in de psychiatrie door middel van preventiemaatregelen?
Antwoord 5
Zoals ik in antwoord op vraag 2 heb aangegeven, is werken aan een veilig leefklimaat
een prioriteit binnen de ggz-organisaties. Door continu verbeteringen door te voeren
wordt hier dagelijks aan gewerkt. Een voorbeeld hiervan is de instelling van de gouden
held bij GGZ Oost-Brabant, waar jaarlijks een medewerker wordt verkozen die het best
het veiligheidsbeleid van de ggz-instelling vertegenwoordigt. Medewerkers worden getraind
in veilig werken en in teamoverleggen is veilig werken een thema. Als er een incident
is, wordt gezorgd voor een goede afhandeling en opvolging.
In een landelijk zorgbreed project «Veilig werken in de zorg» dat van 2012–2015 liep
en waarvoor mijn ambtsvoorganger voor 2016 nog aanvullend financiële middelen beschikbaar
heeft gesteld, hebben werkgevers en werknemers in de zorg samengewerkt aan het thema.
Deze samenwerking heeft gezorgd voor het delen van goede voorbeelden en beleidsontwikkeling
rond agressiepreventie.
De arbeidsmarktfondsen van de zorgbranches brengen de goede voorbeelden, onderzoeken
en tools nog steeds onder de aandacht via de website «duidelijkheid over agressie».
Aangiftebeleid is daar ook een onderdeel van. In het convenant politie en ggz 2012
staat aangifte ook als norm en dat wordt regionaal ook ingevuld. In het O&O fonds
is een tafel over veiligheid ggz-medewerkers georganiseerd, van waaruit pilots zullen
worden gestart.
De aanpak van preventie hoe om te gaan met agressie en geweld gebeurt op verschillende
manieren, via training van professionals, risicotaxaties en extra beveiligde bedden.
Regionaal zijn er convenanten met de politie naar aanleiding van het Convenant politie
en ggz. Meldingen en incidenten worden geëvalueerd in de organisaties en de aanpak
afgestemd op wat nodig is.
Vraag 6
Bent u bereid om in contact te treden met de onderzoekers en gezamenlijk met de relevante
organisaties en instanties te onderzoeken hoe de barrières en knelpunten, die ervaren
worden door de slachtoffers en naar boven komen in het onderzoek, ondervangen kunnen
worden?
Antwoord 6
Zie mijn antwoord op vraag 3.