Vragen van het lid Gerbrands (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport over miljoenen aan onwettige subsidies verstrekt door ZonMw (ingezonden 4 oktober
2017).
Antwoord van Minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 29 november
2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 310.
Vraag 1
Kent u het bericht «Miljoenen aan subsidies onwettig verstrekt»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat belangenverstrengeling bij subsidieaanvragen te allen tijde
voorkomen dient te worden?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het niet toegestaan zou moeten zijn dat leden van een commissie
die subsidieaanvragen beoordelen, zelf ook subsidieaanvragen kunnen indienen? Zo ja,
hoe heeft dit dan toch kunnen gebeuren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Wat mij betreft kan er geen misverstand over bestaan dat leden van een beoordelingscommissie
niet betrokken kunnen zijn bij de beoordeling van hun eigen subsidieaanvragen. Artikel
4 van de Gedragscode Belangenverstrengeling ZonMw (uitzonderingsclausule) maakte dit
echter wel mogelijk. Naar aanleiding van een oordeel van de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie
van ZonMw in 2015 heeft ZonMw dan ook besloten om dit artikel met ingang van 2016
niet meer toe te passen. ZonMw zal de Gedragscode Belangenverstrengeling ZonMw evalueren
en vervolgens aanscherpen. Artikel 4 zal daarbij worden geschrapt.
Vraag 4
Dienen de betreffende aanvragen niet opnieuw beoordeeld te worden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 4
Door de uitzonderingsbepaling in de gedragscode van ZonMw is de schijn van belangenverstrengeling
(conform artikel 2:4 Algemene wet bestuursrecht) onvoldoende bewaakt. Dat betekent
echter niet zonder meer dat bij de besluitvorming door ZonMw over de toekenning van
subsidies ook sprake is geweest van belangenverstrengeling.
Gelet op de checks and balances in het beoordelingsproces van subsidieaanvragen van
ZonMw, zoals het referentenoordeel en het pre-advies, en het feit dat de uitzonderingsclausule
vanaf 2016 niet meer is toegepast, bestaat er geen aanleiding om de betreffende aanvragen
opnieuw te beoordelen. Ook praktisch gezien is het niet meer mogelijk om een subsidieronde
uit 2015 over te doen aangezien de toegekende subsidie al aan onderzoek is besteed.
Vraag 5
Kunt u aangeven hoeveel miljoenen aan subsidies op deze wijze verstrekt zijn en voor
welke programma’s?
Antwoord 5
Uit het feitenrelaas van ZonMw, dat ik u tegelijkertijd met deze antwoorden toestuur,
blijkt dat in een aantal gevallen de uitzonderingsclausule weliswaar is toegepast,
maar dat was destijds conform de Gedragscode Belangenverstrengeling ZonMw. Als de
uitzonderingsclausule werd toegepast is in geen enkele van deze situaties een commissielid
met directe betrokkenheid aanwezig geweest bij de bespreking van zijn of haar eigen
aanvraag.
In de periode 2010–2015 is in 3.5% van het totale toegekende subsidiebudget van € 710
miljoen sprake geweest van directe betrokkenheid waarbij gebruik is gemaakt van de
uitzonderingsclausule. In deze periode zijn een kleine 9.700 subsidieaanvragen in
316 subsidierondes ingediend. Van de 144 aanvragen waarbij sprake was van directe
betrokkenheid zijn destijds 72 aanvragen (0,74% van 9.700) gehonoreerd.
Vraag 6
Bent u bereid ook andere jaren te laten onderzoeken bij ZonMw op deze onwettige toekenning
van subsidies?
Antwoord 6
Er is geen sprake geweest van onwettige toekenning van subsidies. De analyse die ZonMw
heeft uitgevoerd naar aanleiding van de berichtgeving over vermoedens van onrechtmatig
verstrekte subsidies loopt van 2010 tot en met oktober 2017. Ik acht dit voldoende.
Vraag 7
Kunt u uitleggen waarom ZonMw deze werkwijze bij de programma’s Huisartsengeneeskunde
en Ouderengeneeskunde nog steeds toestaat?
Antwoord 7
In december 2016 heeft ZonMw met de stichting SBOH besproken dat ook bij dit programma
de uitzonderingsclausule uit de Gedragscode Belangenverstrengeling ZonMw niet langer
wordt toegepast. SBOH is een non-profit organisatie en vervult de rol van werkgever
van artsen die in opleiding zijn tot huisarts, tot arts voor verstandelijk gehandicapten
of tot specialist ouderengeneeskunde. De SBOH financiert hun opleiding.
De werkwijze in dit programma Huisartsengeneeskunde en Ouderengeneeskunde is aangepast.
In de lopende ronde in 2017 mogen commissieleden die zelf (mede)aanvrager zijn niet
meer deelnemen aan de beoordelingscommissie.
Vraag 8
Waarom zijn de betreffende leden van de commissie van ZonMw niet uit hun functie gezet,
nu zij zichzelf op deze manier met subsidiegeld hebben verrijkt?
Antwoord 8
De analyse van ZonMw heeft geen aanleiding gegeven om aan te nemen dat er sprake is
van persoonlijke verrijking van commissieleden met subsidiegeld.