Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201853

Vragen van het lid Visser (VVD) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de onbetrouwbaarheid van flitsapparatuur (ingezonden 28 juli 2017).

Antwoord van Minister Blok (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 27 september 2017). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2016–2017, nr. 2538.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «strijd tegen onbetrouwbare flitscamera's»1?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Herkent u de geschetste problematiek in dit artikel van onbetrouwbare digitale camera's? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe komt dit en welke maatregelen heeft u genomen om dit op te lossen? Indien u nog geen aanvullende maatregelen heeft genomen, bent u dan bereid om hierover contact op te nemen met het Openbaar Ministerie (OM) en de Kamer over de uitkomsten van dit overleg te informeren?

Antwoord 2

De digitale flitspalen voldoen aan strenge technische eisen, zijn gecertificeerd door het Nederlands Meetinstituut (NMi) en de werking van de flitsapparatuur wordt voortdurend gemonitord. Het is echter niet uit te sluiten dat er in één van de palen een storing kan optreden. Mocht blijken dat een digitale flitspaal toch niet goed functioneert, dan wordt de handhaving met deze paal gestopt en wordt de storing zo spoedig mogelijk verholpen. Bij de in het artikel aangehaalde flitspaal was dit het geval. De betreffende boete die het gevolg was van de storing is vernietigd.

Op basis van dit eenmalige incident kunnen geen conclusies worden getrokken over de betrouwbaarheid van flitspalen in het algemeen. Ik herken de geschetste problematiek van onbetrouwbare digitale flitspalen of foute instellingen dan ook niet.

Vraag 3

Hoe verhoudt dit bericht zich tot het bericht van vorig jaar, waarbij de politievakbond ACP haar zorgen uit over de betrouwbaarheid van de nieuwe flitsapparatuur2?

Antwoord 3

Het bericht van vorig jaar ging over de mobiele radarsets en staat los van de digitale flitspalen waar het artikel uit De Telegraaf betrekking op heeft.

Vraag 4

Is inmiddels het probleem met reflecterende radarbundels opgelost? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Ja, het probleem met de mobiele radarsets is opgelost. Met de installatie van de ondersteunende software en de optimalisatie van het werkproces bij de politie, wordt de bedienaar van de radarset nog beter in staat gesteld de uitslagen van de radar goed te interpreteren.

Vraag 5

In hoeveel procent van de gevallen moeten agenten nu nog foute flitsmeldingen er handmatig uitfilteren? Is er sprake van een afnemend percentage? Zo nee, waarom niet? Welke zekerheden zijn er in dit proces van handmatige beoordeling dat dit ook adequaat gebeurt, waardoor het risico dat mensen onterecht beboet worden naar 0% gaat?

Antwoord 5

Om onterechte bekeuringen zoveel mogelijk te voorkomen, wordt bij de beoordeling van de overtredingen die worden geconstateerd met mobiele radarsets door de politie het zogenaamde 4-ogen principe toegepast. Alvorens de resultaten van een controle worden doorgestuurd naar het CJIB controleert een tweede collega de controlegegevens zoals de opgegeven locatie, de juistheid van de geldende bebording e.d. Dit beperkt de kans op fouten optimaal, maar sluit fouten niet volledig uit. Uiteraard hebben weggebruikers altijd de mogelijkheid hun foto op te vragen en in beroep te gaan tegen een bekeuring. Een percentage is niet te geven omdat dit niet wordt bijgehouden.

Vraag 6

Klopt het dat het OM tot op heden geen inzicht wil geven in de hoeveelheid foutief ingestelde flitsapparatuur dan wel de hoeveelheid boetes hierdoor? Zo ja, wat vindt u hiervan? Deelt u de mening dat dit inzicht gewoon gegeven moet worden en er geen sprake mag zijn van foutief afgestelde apparatuur?

Antwoord 6

Nee, dat is niet juist. Zoals hiervoor aangegeven, zijn de flitspalen niet foutief ingesteld. Er is slechts sprake van zeer incidentele storingen in flitspalen. Een overzicht hiervan is niet te geven.

Vraag 7

Hoeveel mensen worden er mogelijk nog onnodig beboet door fout afgestelde flitsapparatuur, dan wel het niet adequaat handmatig filteren? Neemt dit percentage inmiddels af ten opzichte van 2016?

Antwoord 7

Zoals in de voorgaande antwoorden is aangegeven is er geen sprake van foutief ingestelde digitale flitspalen. Een percentage kan dan ook niet worden gegeven. De meeste overtredingen die worden geconstateerd via een flitspaal worden automatisch verwerkt, ongeveer 10% van de geconstateerde overtredingen wordt handmatig beoordeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval als het kenteken niet goed gelezen kon worden of als onduidelijk is in welke rijstrook de overtreding plaatsvond. Het is niet helemaal uit te sluiten dat in de handmatige beoordeling een beoordelingsfout wordt gemaakt, door bijvoorbeeld van een onjuiste rijstrook uit te gaan of door onjuiste invoering van een kenteken. Het kan dus gebeuren dat onverhoopt onterecht een boete wordt opgelegd. Ook hiervan zijn geen cijfers te geven.

Voor wat betreft het handmatig filteren bij de mobiele radarsets verwijs ik u naar het antwoord op vraag 5.

Vraag 8

Deelt u de mening dat indien er sprake is van onterechte boetes door foutief afgestelde flitscamera’s dat automobilisten niet dubbel gedupeerd moeten raken door allerlei juridische procedures? Zo ja, op welke manier zal hier invulling aan worden gegeven? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Een incidentele storing aan een flitspaal is niet uit te sluiten. Ook is het mogelijk dat er een fout wordt gemaakt bij de beoordeling van het kenteken of de omstandigheden van de overtreding. Voor beide geldt dat geprobeerd wordt dit tot een minimum te beperken. De opsporingsinstantie kan in de gevallen waarbij sprake is van een evidente onjuistheid of fout in de handmatige beoordeling een correctieverzoek indienen, waarmee wordt voorkomen dat automobilisten alsnog een juridische procedure moeten starten. Boetes waarvan is gebleken dat die het gevolg zijn van een storing worden vernietigd. Daarnaast hebben betrokkenen die van mening zijn dat een boete onterecht is opgelegd de wettelijke mogelijkheid van het instellen van beroep.


X Noot
1

Telegraaf, 27 juli 2017