Vragen van de leden Bisschop en Dijkgraaf (beiden SGP) aan de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën over de afschaffing
van de huurtoeslag voor bewoners van vakantiewoningen (ingezonden 18 september 2017).
Antwoord van Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) mede namens
de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 16 november 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending PAUW, 13 september 2017, waarin gesproken wordt over
het stopzetten van toeslagen bij bewoners van vakantieparken?1
Vraag 2, 3
Op welke manieren is er sinds het aannemen van het wetsvoorstel gecommuniceerd over
de wetswijziging?
Zijn er speciale maatregelen genomen om de belanghebbenden te informeren aangezien
het hier vooral gaat om mensen die zeer waarschijnlijk geen Staatscourant zullen lezen?
Antwoord 2, 3
De Belastingdienst/Toeslagen communiceert over de regels van de huurtoeslag via zijn
website. Ook is daar een nieuwsbericht geplaatst over de werkwijze van de Belastingdienst
rond de beëindiging van de huurtoeslag.
Huurders van vakantiewoningen worden niet als afzonderlijke groep geadministreerd
bij Belastingdienst/Toeslagen en zijn ook niet als groep herkenbaar in de basisadministraties.
De registratie van vakantiewoningen verschilt per soort en per gemeente. Huurders
van vakantiewoningen konden daarom niet vooraf individueel worden geïnformeerd over
de wetswijziging.
Vraag 4
Zijn de gemeenten geïnformeerd over de wijziging?
Antwoord 4
Naar aanleiding van deze recente berichtgeving is gebleken dat de communicatie over
de wijziging van de regels voor huurtoeslag voor vakantiewoningen op vakantiebestedingsbedrijven
niet voor iedereen duidelijk is geweest.
Daarom heeft BZK de VNG gevraagd om gemeenten te informeren. De VNG zal de gemeenten
via de geëigende kanalen informeren over de consequenties van de gewijzigde regels
en de uitvoeringspraktijk van Belastingdienst/Toeslagen daarbij.
Vraag 5
Hebben gemeenten de mogelijkheid om vakantiewoningen legaal permanent te laten bewonen?
Komen deze woningen dan alsnog in aanmerking voor huurtoeslag?
Antwoord 5
Gemeenten kunnen permanente bewoning van vakantiewoningen toestaan door in het bestemmingsplan
een woonbestemming toe te kennen, als dat niet in strijd is met een goede ruimtelijke
ordening en daar geen regels van de provincie en het Rijk aan in de weg staan. Daarnaast
kan de gemeente permanente bewoning toestaan door, onder voorwaarden, een persoonsgebonden
omgevingsvergunning te verlenen of een gedoogbeschikking af te geven aan iemand die
een recreatiewoning al lange tijd onafgebroken bewoont. Het betreft hier verder een
decentrale aangelegenheid waar het Rijk geen bemoeienis mee heeft.
Ongeacht of een gemeente permanente bewoning van een vakantiewoning op een vakantiebestedingsbedrijf
heeft toegestaan, is er met ingang van 1 juli 2016 geen recht meer op huurtoeslag
voor huurders van woningen die zich op een vakantiebestedingsbedrijf bevinden. Dit
is het gevolg van het mogelijk maken van tijdelijke verhuur ten behoeve van de doorstroming
op de woningmarkt.
De Belastingdienst kan bij kortdurende huur niet nagaan of sprake is van huur van
woonruimte of van «huur naar zijn aard van korte duur», waaronder vakantieverhuur.
Vandaar dat ervoor gekozen is om voor huur op vakantiebestedingsbedrijven in alle
gevallen geen huurtoeslag toe te kennen.
Vraag 6, 7
Klopt het dat er pas berichten verzonden worden na het stopzetten van de huurtoeslag?
Hoe verhoudt zich dat tot de belofte dat de huurtoeslag een maand na de brief wordt
stopgezet?
Waarom heeft het zolang geduurd voordat bewoners werden geïnformeerd? Bent u van mening
dat een maand zeer kort is om een andere oplossing te vinden? Ziet u mogelijkheden
om brieven eerder te versturen en een langere overgangstijd te gunnen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 6, 7
Nee, dat klopt niet. De belanghebbende ontvangt eerst bericht voordat de huurtoeslag
wordt beëindigd. In de casus die in de uitzending van Pauw aan de orde kwam, is deze
werkwijze abusievelijk niet gevolgd omdat de huurtoeslag al was stopgezet voordat
de belanghebbende hierover was geïnformeerd. Dit is inmiddels rechtgezet.
Op grond van de wet- en regelgeving had de huurtoeslag voor vakantiewoningen beëindigd
moeten worden op het moment van inwerkingtreding van de wet. Voor nieuwe huurders
van vakantiewoningen is het sindsdien niet meer mogelijk om huurtoeslag aan te vragen.
Voor de zittende huurder van vakantiewoningen is, vanwege de situatie dat er geen
overzicht was van de toeslagontvangers in vakantiewoningen, via de website van de
Belastingdienst gemeld dat de betreffende huurders bericht zouden krijgen van de beëindiging
en dat de huurtoeslag niet met terugwerkende kracht zou worden stopgezet. Binnenkort
zal de huurtoeslag bij de meeste bewoners van vakantiewoningen zijn beëindigd. Daarom
zal met ingang van 1 april 2018 de vanaf dat moment ontvangen huurtoeslag voor een
vakantiewoning worden teruggevorderd. Huurders van vakantiewoningen kunnen terugvordering
voorkomen door hun huurtoeslag zelf per 1 april 2018 stop te zetten. Dit zal ook worden
gecommuniceerd via de website van de Belastingdienst/Toeslagen.
De termijn tussen aankondiging en stopzetting kan niet worden verlengd. Het is een
vaste termijn die gehanteerd wordt voor alle toeslagen. De wet- en regelgeving biedt
de Belastingdienst/Toeslagen geen mogelijkheid om hiervan af te wijken.