Vragen van de leden Buitenweg (GroenLinks) en Kuiken (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de opvang van vluchtelingen in Turkije op basis van de Turkijedeal (ingezonden 9 oktober 2017).

Antwoord van Staatssecretaris Harbers (Justitie en Veiligheid) mede namens de Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 15 november 2017) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 357.

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de conclusies van het rapport «Situation of Readmitted Migrants and Refugees from Greece to Turkey under the EU-Turkey Statement» van de Vrije Universiteit, dat zich specifiek richt op de situatie van vluchtelingen en migranten die vanuit Griekenland zijn teruggestuurd naar Turkije als onderdeel van de zogeheten Turkijedeal?1

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het feit dat uit het onderzoek blijkt dat de meeste niet-Syrische migranten vrijwel geen mogelijkheid hebben om in Turkije asiel of internationale bescherming aan te vragen en veelal opgesloten zitten zonder toegang tot een advocaat of familie?

Vraag 3

Bent u van mening dat deze praktijksituatie in de opvang van vluchtelingen in Turkije in lijn is met de afspraken van de Turkijedeal? Zo ja, waarom?

Vraag 4

Hoe verhoudt de praktijk van opvang van vluchtelingen in Turkije, zoals beschreven in het VU-rapport, zich in uw ogen tot de materiële vereisten van het VN-Vluchtelingenverdrag?

Vraag 5

Bent u bekend met het feit dat tussen april 2016 en juni 2017 1798 niet-Syrische migranten van Griekenland naar Turkije zijn teruggestuurd, en dat slechts 56 daarvan (dus minder dan 3%) om bescherming heeft gevraagd? Welke verklaring heeft u voor dit lage aantal? Kan het mede gelegen liggen in de omstandigheden waaronder teruggestuurde migranten worden vastgehouden? Welke consequenties trekt u hieruit voor het terugsturen van vluchtelingen van Griekenland naar Turkije?

Vraag 6

Deelt u de mening dat het dwingen van vluchtelingen om verklaringen tot vrijwillige terugkeer te ondertekenen, een ondermijning is van het beginsel van non-refoulement?

Antwoord 2 t/m 6

Het kabinet komt tot andere conclusies dan het onderzoek van de Vrije Universiteit dat is opgesteld in opdracht van VluchtelingenWerk Nederland.

Alle migranten in Turkije, ongeacht hun nationaliteit hebben de mogelijkheid om een asielaanvraag in te dienen. Turkije is hier immers toe verplicht op grond van het VN-Vluchtelingenverdrag en de eigen Turkse nationale wet op Buitenlanders en Internationale Bescherming. Met deze eigen nationale wetgeving wordt een effectieve oplossing geboden voor de geografische beperking die Turkije toepast op het VN Vluchtelingenverdrag. Ook is Turkije op basis van het Verdrag en de eigen wet gehouden aan het principe van non-refoulement. Personen die in Turkije een vluchtelingenstatus krijgen, hebben volgens de Turkse wetgeving rechten vergelijkbaar aan de rechten die volgen uit het VN Vluchtelingenverdrag. Turkije voldoet wat dat betreft aan de vereisten van het VN Vluchtelingenverdrag. Dit wordt zowel door de Europese Commissie als door UNHCR bevestigd en geldt ook voor migranten die op grond van de EU-Turkije Verklaring vrijwillig dan wel gedwongen zijn teruggekeerd naar Turkije.

Syrische vluchtelingen krijgen nagenoeg automatisch een beschermde status. Zij krijgen de mogelijkheid om in (open) opvangcentra te verblijven waar zij toegang hebben tot de nodige voorzieningen. Een grote groep, inclusief het merendeel van de Syriërs die vanaf de Griekse eilanden naar Turkije zijn teruggekeerd, kiest er echter zelfstandig voor om zich te vestigen in verschillende Turkse steden. Ook daar hebben zij recht op voorzieningen, maar is het mogelijk dat deze minder goed toegankelijk zijn dan in de genoemde opvangcentra.

Zowel het kabinet als UNHCR en de Europese Commissie bevestigen dat de situatie voor niet-Syriërs in Turkije ingewikkelder is. Daar is echter niet mee gezegd dat Turkije voor hen niet voldoet aan de materiele vereisten van het VN Vluchtelingenverdrag. Turkije biedt hun bijvoorbeeld ook internationale bescherming aan. Om dit verder te verbeteren en meer inzichtelijk te krijgen, werkt UNHCR nauw samen met het Turkse Directoraat-Generaal voor Migratie Management. Zo wordt gezamenlijk gewerkt aan een betere registratie.

Ten aanzien van de algemene situatie van vluchtelingen in Turkije, merkt het kabinet op dat Turkije onder zeer complexe omstandigheden meer dan drie miljoen vluchtelingen opvangt. De Europese Unie steunt Turkije hier dan ook terecht in o.a. via de Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije. Zoals ook uit de eerder genoemde voortgangsrapportages blijkt2, wordt via dit instrument belangrijk werk verzet om de situatie van vluchtelingen verder te verbeteren. Het kabinet hecht hier veel belang aan waarbij het verbeteren van de toegang tot zorg, onderwijs en arbeid specifieke prioriteiten zijn. Daarnaast onderneemt Nederland hierin ook zelf initiatieven zoals bijvoorbeeld de afspraken die zijn gemaakt tussen de toenmalige Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en het Nederlandse bedrijfsleven in Turkije om Syrische vluchtelingen een arbeidsplaats aan te bieden.

Migranten die onrechtmatig in Turkije verblijven, kunnen in terugkeercentra worden vastgehouden in afwachting van hun uitzetting of behandeling van een eventuele asielaanvraag. Indien zij geen asielaanvraag indienen zal Turkije voorbereidingen treffen om de betrokken personen terug te laten keren naar hun land van herkomst, zoals ook in Nederland het geval is.

Volgens bevindingen van de Europese Commissie en UNHCR naar aanleiding van bezoeken aan verschillende terugkeercentra wordt migranten informatie aangeboden over het indienen van een asielaanvraag in Turkije. Deze brochures worden in het Turks, Engels, Russisch, Arabisch, Farsi, Pashtun en Urdu uitgedeeld. Ook wordt hen de mogelijkheid geboden om met de buitenwereld te communiceren, bijvoorbeeld met advocaten en/of hulpverleners. In informele gesprekken van de EU Delegatie met migranten in deze centra werd dit ook bevestigd. Deze bevindingen bevestigen het beeld dat ook de Nederlandse ambassade heeft opgedaan tijdens soortgelijke bezoeken. Op basis van deze bevindingen ziet het kabinet geen reden om consequenties te trekken voor uitvoering van de EU-Turkije Verklaring.

De in de vraag 5 genoemde gegevens komen overeen met de kwartaalrapportages van de Europese Commissie inzake de uitvoering van de EU-Turkije Verklaring. Middels de kabinetsappreciaties van deze rapportages en de geannoteerde agenda’s en verslagen van de JBZ-raad wordt uw Kamer hierover geïnformeerd. In de zevende voortgangsrapportage meldt de Commissie t.a.v. ingediende asielaanvragen door niet-Syriërs die op grond van de EU-Turkije Verklaring zijn teruggekeerd naar Turkije, dat twee aanvragen zijn ingewilligd, negen aanvragen zijn afgewezen en dat in 39 aanvragen nog moet worden beslist.3

Waarom een relatief klein aantal niet-Syrische migranten dat naar Turkije is teruggekeerd daar een asielaanvraag indient, is het kabinet niet bekend. Gelet op de nationaliteiten is het denkbaar dat een groot deel van hen verwacht niet in aanmerking te zullen komen voor internationale bescherming en daarom ook geen aanvraag heeft ingediend.

Ten aanzien van het onder dwang ondertekenen van verklaringen tot vrijwillige terugkeer, merkt het kabinet op dat Turkije gehouden is aan het principe van non-refoulement. Daar is sprake van wanneer een persoon wordt teruggestuurd naar een levensbedreigende situatie die de persoon juist probeert te ontvluchten. Indien iemand hiervoor vreest, kan hij of zij juist een asielaanvraag indienen. Dit is ook in Turkije het geval.

Vraag 7

Welke stappen bent u bereid te nemen naar aanleiding van het VU-onderzoek om binnen de Europese gemeenschap te pleiten voor het aanspreken van Turkije op haar verantwoordelijkheid om de rechten van vluchtelingen beter te waarborgen?

Antwoord 7

In het kader van de intensieve samenwerking tussen de EU en Turkije op het migratievraagstuk, heeft de uitvoering daarvan de nadrukkelijke aandacht van de Europese Commissie. Eventuele incidenten of mistanden worden in dat verband door de Europese Commissie aangekaart, maar ook door UNHCR en IOM.

Vanuit de Nederlandse overheid is het onderzoek van de Vrije Universiteit onder de aandacht gebracht van UNHCR en de Europese Commissie. Beide hebben nadrukkelijk aangegeven dat er geen sprake is van structurele, fundamentele tekortkomingen. Desondanks kan niet worden uitgesloten dat in de uitvoering incidenten voorkomen. Om Turkije verder te ondersteunen, worden daarom meerdere projecten uitgevoerd in het kader van de Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije, maar ook via andere instrumenten zoals de pre-accessie fondsen om bijvoorbeeld de professionaliteit van Turkse overheidsfunctionarissen op dit gebied verder te versterken.


X Noot
2

Voor de meest recente rapportage zie COM(2017) 470 final en Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 32 317, nr. 490

X Noot
3

COM(2017) 470 final

Naar boven