Vragen van het lid Voordewind (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken
over het bericht dat de Europese Unie een plan heeft opgesteld voor infrastructuur
tussen Gaza en Judea-Samaria, zonder Israël en de Palestijnse Autoriteit hierbij te
betrekken of hiervan op de hoogte te stellen (ingezonden 16 augustus 2018).
Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 11 september 2018).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het bericht waarin staat dat de Europese Unie (EU) een plan
heeft opgesteld voor infrastructuur tussen Gaza en Judea-Samaria zonder Israël hierbij
te betrekken of hiervan op de hoogte te stellen?1
Vraag 2, 3, 4, 5, 6
Bent u op de hoogte van de inhoud van het plan van de EU? Op wiens initiatief is het
tot stand gekomen? Wat is de status van het plan op dit moment? Wat is de officiële
reactie van Israël en van de Palestijnse Autoriteit op dit plan?
Wat is het standpunt van Nederland over dit plan? Op welke wijze wordt de Kamer betrokken
bij het vaststellen van het Nederlandse standpunt?
Wat vindt u, in het licht van de veiligheidssituatie in en rond Israël, van het feit
dat de EU een dergelijk plan opstelt zonder Israël en/of de Palestijnse Autoriteit
daarbij te betrekken of daarvan op de hoogte te stellen?
Deelt u de mening dat het, in het licht van de veiligheidssituatie in en rond Israël
en gezien het feit dat een dergelijk plan mede invloed heeft op de soevereiniteit
en het grondgebied van de staat Israël, noodzakelijk is dat de EU een dergelijk plan
niet opstelt zonder Israël daarbij te betrekken of daarvan op de hoogte te stellen?
Bent u bereid bij de EU te bepleiten dat zowel de Israëlische regering als de Palestijnse
Autoriteit onverwijld wordt betrokken bij eventuele vervolgstappen of soortgelijke
plannen?
Antwoord 2, 3, 4, 5, 6
The National Road and Transportation Master Plan is een studie die wordt opgesteld ten behoeve van het Palestijnse Ministerie van
Transport. De Europese Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) ondersteunen
de studie. Het project is onderdeel van de Europese inzet voor het versterken van
de institutionele capaciteiten van de Palestijnse Autoriteit (PA) – in dit geval op
het gebied van transport en infrastructuur.
Het project onderzoekt de mogelijkheden en behoeften in de Palestijnse gebieden op
het gebied van infrastructuur, op zowel de korte- als (middel)lange termijn. De studie
bestrijkt onder meer de bouw van een luchthaven, de aanleg van treinrails en het realiseren
van een omvangrijk en modern wegennet. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om een
fysieke verbinding aan te leggen tussen de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Het kabinet
ondersteunt het EU-initiatief om al deze opties in kaart te brengen, omdat een dergelijke
visie kan bijdragen aan de levensvatbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat.
Aangezien het gaat om een verkennend onderzoek dat de PA helpt diens eigen visie vorm
te geven, is geen toestemming gevraagd van de Israëlische autoriteiten. Dat is volgens
het kabinet ook niet nodig. Coördinatie met Israël is vanzelfsprekend wel aan de orde,
ook in verband met veiligheidsvraagstukken, op het moment dat de PA wil overgaan tot
de uitvoering van concrete projecten.
Vraag 7
Op welke manier denkt u dat er wel mogelijkheden bestaan om tot verbetering van het
lot van de Gazanen te komen c.q. wel tot meer handel en uitwisseling van goederen
en mensen gekomen kan worden tussen Gaza en de westelijke Jordaanoever.
Antwoord 7
Bevorderen van het verkeer van goederen en personen tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever
en tussen Gaza en Israël is van wezenlijk belang voor economisch herstel in Gaza.
Het is een van de veranderingen die nodig is voor de verbetering van het leven van
mensen in Gaza, naast investeringen in infrastructuur en humanitaire hulp. Voor duurzame
stabiliteit is het noodzakelijk dat de Palestijnse Autoriteit terugkeert naar Gaza,
en Hamas afziet van geweld tegen Israël.
Nederland en de EU zetten zich in dit kader onder meer actief in voor het opheffen
van de Israëlische restricties op het verkeer van goederen en personen tussen Gaza
en Israël en de Westelijke Jordaanoever, met inachtneming van de Israëlische veiligheidszorgen.
Het kabinet heeft daarom concrete oplossingen helpen realiseren bij de grensovergang
bij Kerem Shalom. Dit is de enige overgang voor goederen tussen Gaza en Israël en
de Westelijke Jordaanoever. Voorbeelden van de Nederlandse inzet zijn de scanners,
de inspanningen om export van landbouwproducten mogelijk te maken, de trilaterale
werkgroepen en het initiatief om de export van verpakte levensmiddelen uit Gaza naar
de Westelijke Jordaanoever te bevorderen, waar Nederland samen met Israël en de PA
aan werkt.
Daarnaast zet het kabinet zich ook in voor het openhouden van overgang tussen Gaza
en Egypte bij Rafah. Eind augustus heb ik in een telefoongesprek met de Egyptische
Minister van Buitenlandse Zaken Shoukry wederom aangedrongen op langer openhouden
van deze overgang.
Vraag 8
Deelt u de mening dat de Nederlandse regering zich moet blijven inzetten voor een
veilig Israël met internationaal erkende grenzen?
Antwoord 8
Ja. Het kabinet zet zich in voor het behoud en de verwezenlijking van de twee-statenoplossing,
met een veilig en internationaal erkend Israël naast een onafhankelijke, democratische
en levensvatbare Palestijnse staat.