Vragen van het lid Futselaar (SP) aan de Minister van Economische Zaken over het bericht
dat de hygiëne in pluimveeslachterijen vaak niet op orde is (ingezonden 6 oktober
2017).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 26 oktober 2017).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «NVWA: hygiëne in pluimveeslachterijen vaak niet in
orde»?1
Vraag 2
Op welke aspecten schiet de hygiëne van de twee slachterijen, die door Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onder verscherpt zijn gesteld, tekort?
Antwoord 2
Eén slachterij schoot tekort op het gebied van slachthygiëne. Aan het eind van de
slachtlijn werden meer karkassen met zichtbare verontreiniging aangetroffen dan volgens
de norm toegestaan is. De andere slachterij schoot tekort bij het voorkomen van kruiscontaminatie
tijdens de slacht en bij de reiniging van bedrijfsruimtes, materialen en machines.
De twee slachterijen hebben drie maanden onder verscherpt toezicht gestaan van de
NVWA. Gedurende deze periode hebben beide slachterijen hun werkwijze verbeterd.
Vraag 3
Welke overtredingen heeft de NVWA geconstateerd ten aanzien van dierenwelzijn? Hoeveel
dieren zijn hierdoor getroffen? Kunt u aangeven hoeveel dieren jaarlijks worden geslacht
door deze bedrijven? Is het vlees dat afkomstig is van deze slachterijen bestemd voor
de Nederlandse markt of voor de export?
Antwoord 3
De meest voorkomende tekortkomingen hebben betrekking op de welzijnscontrole bij aankomst
op het slachthuis, de monitoring van de gasbedwelming en het ruw kantelen van de containers
met (onbedwelmd) pluimvee.
Ten aanzien van het ruw kantelen is de NVWA in september 2016 met een handhavingstraject
gestart. Sindsdien zijn meerdere slachthuizen begonnen met grootschalige verbouwingen
om het proces van het kantelen aan te passen. De uitvoering hiervan kost tijd, maar
is inmiddels grotendeels voltooid. De verwachting is dat het aantal overtredingen
op dit punt in de komende periode lager zal zijn.
Het is niet aan te geven hoeveel dieren getroffen zijn door de tekortkomingen. Er
zijn gevallen waarbij de NVWA geen aantasting van het dierenwelzijn constateert, maar
wel een niet toegestane situatie waarbij het risico bestaat dat het dierenwelzijn
aangetast kan worden. Bijvoorbeeld als het slachthuis de welzijnscontrole bij aankomst
van de dieren op het slachthuis niet goed heeft uitgevoerd. Ook houdt de NVWA niet
permanent toezicht op alle controlepunten in een slachthuis gedurende de gehele slachtperiode.
In 2016 zijn op de 18 grote pluimveeslachthuizen in totaal 614 miljoen vleeskuikens,
17 miljoen kippen en 8,5 miljoen eenden geslacht.
Het vlees dat deze 18 grote slachterijen verlaat, voldoet aan de Europese eisen en
is goedgekeurd voor humane consumptie op de EU-markt. Export naar derde landen is
toegestaan afhankelijk van de importeisen van deze landen.
Vraag 4
Wat vindt u van de bevinding van de NVWA dat slechts 38 procent van de bedrijfsruimten
op orde is, terwijl dit eind 2015 nog 65 procent was? Klopt het dat deze daling grotendeels
is veroorzaakt door de twee bedrijven die onder toezicht zijn gesteld? Hoe gaat u
ervoor zorgen dat honderd procent van de bedrijfsruimte aan de gestelde eisen voldoet?
Antwoord 4
Het percentage bedrijfsruimten dat op orde is, is relatief laag. Dat betekent dat
de bedrijven de hygiëne in de bedrijfsruimtes onvoldoende op orde hebben. Het percentage
bedrijfsruimten dat op orde is, is lager dan in 2015. Hierop kunnen de verscherpte
controles van de NVWA mede van invloed geweest zijn, waardoor er meer tekortkomingen
zijn aangetroffen. Het percentage naleving wordt niet gerelateerd aan het aantal geïnspecteerde
bedrijfsruimten, maar aan het aantal inspecties dat op de bedrijven heeft plaatsgevonden.
Het bedrijfsleven is echter zelf verantwoordelijk voor de naleving van de wet- en
regelgeving. De NVWA houdt daar toezicht op. Via dit toezicht, vastgelegd in het NVWA-interventiebeleid,
en via overleg over de resultaten van het toezicht met de slachthuizen, streeft de
NVWA ernaar het nalevingsniveau hoog te houden dan wel te verhogen.
De tekortkomingen hebben betrekking op alle bedrijven en niet alleen op de twee slachthuizen
die onder verscherpt toezicht hebben gestaan.
Vraag 5
Welke strafmaatregelen worden genomen ten aanzien van deze bedrijven, die ook in het
verleden al overtredingen hebben begaan? Hoe verhouden eventuele boetes zich tot de
winsten die deze bedrijven maken en waaruit bestaat het traject van verscherpt toezicht?
Op welke moment mag de NVWA besluiten dat de overtredingen ernstig genoeg zijn om
een slachterij te sluiten? Deelt u de mening dat het vreemd is dat slachterijen ondanks
herhaaldelijke overtredingen gewoon hun bedrijfspraktijk kunnen vervolgen?
Antwoord 5
Het maatregelenbeleid van de NVWA is beschreven in het interventiebeleid en is opgenomen
op de internetsite van de NVWA.
De hoogte van de bestuurlijke boetes is vastgelegd in de Wet dieren. De boetes hebben
geen relatie met de hoogte van de winst van bedrijven.
Het verscherpte toezicht van de NVWA is een vorm van maatwerk dat afhankelijk is van
de ernst van de overtreding en de eventuele herhaling van de overtreding. Na het vaststellen
van een overtreding volgt een systeem van steeds zwaardere maatregelen die uiteindelijk
kunnen resulteren in een schorsing van de erkenning als slachthuis en in feitelijke
stopzetting van de bedrijfsvoering.