Vragen van het lid Van der Lee (GroenLinks) aan de Minister van Economische Zaken
en Klimaat over het Dutch Venture Initiative (DVI-I en DVI-II) (ingezonden 5 juli
2018).
Antwoord van Staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 11 september
2018).
Vraag 1
Klopt het dat DVI-I en DVI-II zijn opgericht om investeringen in innovatieve en/of
technologische ondernemingen in de opstartende en ontwikkelende fase in Nederland
te stimuleren?
Antwoord 1
Ja, DVI-I en DVI-II zijn opgericht om het aanbod van risicokapitaal in Nederland te
vergroten voor jonge en snelgroeiende innovatieve en/of technologische ondernemingen.
Vraag 2
Klopt het dat fondsen door investeringen van DVI-I en/of DVI-II overschreven raken
en marktpartijen geweigerd worden als investeerder?
Antwoord 2
DVI-I en DVI-II investeren vaak als (één van de) eerste in een venture capitalfonds.
Het is dan juist de bedoeling dat de DVI inbreng voor vertrouwen zorgt bij marktpartijen
en hen daarmee over de streep trekt. Op die manier kan het fonds nog meer middelen
aantrekken. Het fonds neemt zelf een besluit welke investeerders zij in het fonds
wil hebben. Wel is er de mogelijkheid dat, indien er zoveel vraag komt uit de markt
om deel te nemen aan een fonds, DVI-I en DVI-II een kleiner aandeel nemen dan het
commitment dat eerder was aangegaan. Op die manier kan aan marktpartijen meer ruimte
worden geboden.
Vraag 3
Deelt u de mening dat overheidsbeleggingsfondsen marktverstorend werken als door hun
investeringen institutionele beleggers niet de mogelijkheid hebben om te investeren
in bepaalde fondsen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Fondsen waarin de overheid een rol bij speelt in de risicokapitaalmarkt zijn er juist
op gericht om zoveel mogelijk private middelen, o.a. investeringen van institutionele
beleggers, te ontlokken. Dit uitgangspunt noemen we ook wel «crowding-in». Institutionele
beleggers kunnen dus juist wel investeren in fondsen waar de overheid ook in investeert.
Bij een goede toepassing van het uitgangspunt van «crowding-in» van zoveel mogelijk
private middelen is er geen marktverstoring.
Vraag 4
Klopt het dat het DVI pensioenfondsen en beleggers «unieke» toegang belooft aan deels
door hen overschreven fondsen waartoe deze beleggers anders geen toegang zouden hebben?
Zo ja, vindt u het bijdragen aan een goede marktwerking als overheidsbeleggingsfondsen
zelf institutionele beleggers benaderen en daarbij deze potentiële beleggers «unieke»
investeringen beloven?
Antwoord 4
Nee, aan institutionele beleggers zoals pensioenfondsen wordt de mogelijkheid geboden
om direct in DVI-I en DVI-II mee te investeren, via een zogenoemd fund-of-funds-constructie.
Het blijft voor institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen) wel mogelijk om direct
bij fondsen te investeren, maar zij achten deze investeringen vaak te klein en/of
te risicovol.
Vraag 5
Klopt het dat in een revolverend fonds projecten gefinancierd worden in de vorm van
leningen, deelnemingen en garanties, waarna deze middelen gedeeltelijk, geheel of
met rendement terugvloeien naar het fonds, rechtstreeks of via een financieringsfonds
of financiële instelling? Herinnert u zich dat u als antwoord op vraag 13 van de vragen
over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken
en Klimaat (XIII), de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende
met de Voorjaarsnota) (deel EZK) (Kamerstuk 34 960 XIII) stelde dat DVI en DVI-II alleen onderdeel uitmaken van de volledig revolverende
instrumenten? Deelt u de mening dat de overheid zich met het gebruik van revolverende
fondsen als bank opstelt?
Antwoord 5
Het klopt dat in een revolverend fonds projecten en ondernemingen gefinancierd kunnen
worden in de vorm van leningen, deelnemingen en garanties, waarna deze middelen gedeeltelijk,
geheel of met rendement terugvloeien naar het fonds, rechtstreeks of via een financieringsfonds
of financiële instelling. Ook klopt het dat DVI-I en DVI-II in de begroting onderdeel
uitmaken van de volledig revolverende instrumenten, vanwege de verwachting dat de
middelen die zijn ingezet terug zullen komen. De wijze waarop de overheid via DVI-I
en DVI-II participeert in venture capital fondsen en vervolgens indirect in ondernemingen
is echter wel een andere wijze dan dat banken doen als zij leningen verstrekken aan
ondernemingen. Dit gaat echt om investeringen in een fonds. Ik deel dan ook niet de
mening dat de overheid zich met het gebruik van revolverende fondsen als bank opstelt.
Vraag 6
Deelt u de mening dat om marktverstoring door overheidsbeleggingen te voorkomen DVI-I
en DVI-II alleen moeten investeren in fondsen die zonder overheidsinvestering onvoldoende
kapitaal uit de markt kunnen halen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe bent u van plan
dit te bereiken?
Antwoord 6
Ja, met DVI-I en DVI-II richten we ons op fondsen die onvoldoende kapitaal uit de
markt kunnen halen. Om niet met de markt te concurreren zijn de voorwaarden waaronder
DVI-I en DVI-II investeren dezelfde als die van marktpartijen. Dit wordt ook bereikt
doordat DVI-I en DVI-II, zoals bij het antwoord op vraag 2 is aangegeven, een kleiner
aandeel kunnen nemen dan het commitment dat was afgegeven, om zo marktpartijen meer
ruimte te bieden.