Vragen van het lid Kerstens (PvdA) aan de Staatssecretaris van Defensie over het bericht
«Chroom-6 verf aangetroffen op speedboten Koninklijke Marine» (ingezonden 19 juli
2018).
Antwoord van Staatssecretaris Visser (Defensie) (ontvangen 7 september 2018). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 2993.
Vraag 1, 2, 3
Wat is uw reactie op het artikel «Chroom-6 verf aangetroffen op speedboten Koninklijke
Marine»?1
Bent u verrast dat ook hier mensen zijn blootgesteld aan Chroom-6? Deelt u de opvatting
dat dit nieuws medewerkers kan doen twijfelen aan hun veiligheid en gezondheid? Wat
doet u hiermee?
Heeft u reeds contact gehad met medewerkers die mogelijk op schadelijke wijze in aanraking
zijn gekomen met de betreffende Chroom-6 houdende boten? Zo nee, op welke termijn
gaat u dit alsnog doen?
Antwoord 1, 2, 3
Ik wil voorop stellen dat ik geschrokken ben door het aantreffen van chroom-6 houdende
verf op verschillende FRISC-vaartuigen2. Mijn zorgen gaan daarbij allereerst uit naar de medewerkers die werkzaamheden hebben
verricht aan deze vaartuigen. De direct betrokken medewerkers zijn (tijdens een «alle
hens») geïnformeerd door hun commandant en in de gelegenheid gesteld zich te laten
registreren. Dat geeft hun in de toekomst de mogelijkheid aan te tonen onder welke
omstandigheden ze in aanraking zijn geweest met chroom-6.
De chroom-6 houdende verf is aangetroffen op verschillende FRISC-vaartuigen van de
Koninklijke Marine. De ontdekking is gedaan door oplettende onderhoudsmedewerkers
die het chroom-6, met behulp van speciaal hiervoor bij Defensie ingevoerde detectiepennen,
aantroffen in de conserveerlaag op een affuit van een FRISC. Bij verdere controle
bleken meerdere onderdelen van verschillende FRISC’s chroom-6 te bevatten. De werkzaamheden
zijn daarop stilgelegd en de werkplaatsen waar de FRISC’s worden onderhouden zijn
preventief gesloten. Deze werkplaatsen zijn inmiddels industrieel gereinigd. Ook wordt
onderzocht hoeveel, en in welke mate, FRISC-vaartuigen en reserveonderdelen zijn bewerkt
met chroom-6 houdende verf. Het was namelijk niet bekend dat er chroom-6 houdende
verf voor de FRISC-vaartuigen is gebruikt. Het is daarom niet uit te sluiten dat defensiepersoneel
dat werkzaamheden heeft verricht aan de FRISC-vaartuigen in het verleden aan chroom-6
is blootgesteld. Defensiemedewerkers die denken in het verleden mogelijk te zijn blootgesteld
aan chroom-6 door werkzaamheden aan de FRISC-vaartuigen kunnen dit laten opnemen in
hun personeelsdossier. Daarnaast kunnen zij voor vragen terecht bij hun bedrijfsarts
of arbofunctionaris en zich laten registreren bij het www.informatiepuntchroom6.nl.
Ondanks alle preventieve voorzorgmaatregelen, instructies, toezicht etc. kunnen onvoorziene
incidenten met gevaarlijke stoffen optreden, bijvoorbeeld door een technisch defect
of menselijk handelen. Daarvoor is in de regelgeving een «calamiteitenprocedure» opgenomen,
zodat op de juiste wijze kan worden gehandeld als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering.
Meestal betekent dit het stilleggen van de werkzaamheden, het uitvoeren van metingen,
het reinigen van de werkplaatsen, het informeren van het personeel en het zo nodig
aanpassen van werkinstructies. In geval van een calamiteit wordt deze incidentele
blootstelling, zoals eerder vermeld, vastgelegd in het personeelsdossier.
Vraag 4
Gaat de reeds met de vakbonden overeengekomen schaderegeling voor medewerkers die
werkten met Chroom-6 ook voor deze mogelijk nieuwe groep slachtoffers gelden? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 4
Nee, Deze regeling geldt momenteel alleen voor (oud-)medewerkers die op de Prepositioned Organizational Materiel Storage (POMS)-locaties hebben gewerkt, of hun nabestaanden. Het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s
van het werken met chroom-6 op de POMS-locaties is afgerond; het onderzoek naar de
gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling aan chroom-6 op andere defensielocaties
is in voorbereiding. De onderzoeksopzet en reikwijdte van dit onderzoek moet nog door
de paritaire commissie worden vastgesteld.
(Oud-)medewerkers van andere defensielocaties kunnen, indien zij onverhoopt ziek zijn
geworden, afhankelijk van de aandoening, functie en functieduur, mogelijk aanspraak
maken op de sinds maart 2015 bestaande coulanceregeling. Afhankelijk van de uitkomsten
van het onderzoek, kan mogelijk de Regeling uitkering chroom-6 Defensie worden aangepast.
Daarnaast kunnen
(oud-)medewerkers die ziek zijn geworden door blootstelling aan chroom-6 altijd een
letselschadeclaim indienen bij Defensie.
Vraag 5, 6
Bent u bereid het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) te verzoeken
ook de in het artikel aangehaalde boten mee te nemen in hun lopende vervolgonderzoek
naar Chroom-6? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het noodzakelijk is om breder onderzoek te doen naar Chroom-6
op en in materieel waar defensie mee werkt, wie daarmee in aanraking is geweest en
wanneer? Zo ja, op welke termijn kunt u een dergelijk onderzoek starten? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5, 6
Het RIVM gaat voor Defensie nu ook andere locaties en werkplekken onderzoeken waarbij
is gewerkt met chroom-6. Dit onderzoek is in voorbereiding. De onderzoeksopzet en
reikwijdte van dit onderzoek zullen op basis van het advies van het RIVM door de paritaire
commissie worden vastgesteld. Zodra de onderzoeksopzet en de tijdsplanning voor dit
onderzoek door de paritaire commissie is vastgesteld zal ik uw Kamer hierover op de
gebruikelijke manier informeren.
X Noot
2Fast Raiding Interception and Special forces Craft (FRISC)