Vragen van het lid Van der Lee (GroenLinks) aan de Minister van Economische Zaken
over het bericht «Nieuw faillissement voor voormalig Aldel» (ingezonden 29 augustus
2017).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 26 oktober 2017) Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 18
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Nieuw faillissement voor voormalig Aldel»?1
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel overheidssubsidie er in totaal aan Klesch Aluminium Delfzijl,
het vroegere Aldel, is verstrekt?
Antwoord 2
Aan Klesch Aluminium Delfzijl BV is in 2016 en 2017 in totaal 4,57 miljoen euro betaald
uit de subsidieregeling Indirecte emissiekosten ETS. Dit betreft compensatie van hogere
elektriciteitskosten om oneerlijke concurrentie te voorkomen met landen waar geen
hogere elektriciteitsprijzen gelden die voortvloeien uit het ETS. Producenten in onder
meer de aluminium-, staal-, kunstmest-, papier- of kunststoffensector kunnen hier
aanspraak op maken. De uitgekeerde compensatie wordt gerelateerd aan de energieconsumptie
van bedrijven in eerdere jaren. Het betreft dus niet een activiteit of investering
die nog moet plaatsvinden en door een faillissement geen doorgang meer vindt.
Vraag 3
Welke lessen trekt u uit dit faillissement?
Antwoord 3
Het uitgangspunt van de overheid is dat een onderneming zelf verantwoordelijk is voor
belangrijke beslissingen, voor de bedrijfsvoering en voor de continuïteit. Het Rijk
faciliteert door te werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat, open en transparante
markten, beperking van regeldruk, een goede infrastructuur en een goed functionerend
financieel systeem. Daarnaast stimuleert het Rijk innovatie en ondernemerschap om
duurzaam het groeivermogen van de Nederlandse economie te bevorderen. Dit uitgangspunt
verandert niet door het faillissement van Klesch.
Vraag 4 en 5
Deelt u de mening dat alle staatssteun van de Nederlandse overheid, via subsidies
en/of andere voordelen, beter besteed had kunnen worden aan het ondersteunen van meer
duurzame industrie, zodat banen behouden hadden kunnen worden alsook zou zijn bijgedragen
aan de energietransitie of andere maatschappelijke doelen van Nederland? Zo nee, waarom
niet?
Deelt u ook de mening dat hiermee (opnieuw) het bewijs is geleverd dat het geen zin
heeft om energie-intensieve industrie, die vrijwel volledig op fossiele brandstof
draait met kunstmatige (subsidie-)ingrepen, in stand te houden?
Antwoord 4 en 5
Allereerst deel ik niet met u dat we zowel in de context van dit faillissement, als
ook en ten aanzien van de energie-intensieve industrie in het algemeen, kunnen spreken
over kunstmatige (subsidie-)ingrepen. Ten tweede krijgt verduurzaming van de industrie
ook vorm in de metaalsector. Bij het voormalige Klesch, nu weer Aldel, is mijn ministerie
bijvoorbeeld actief betrokken bij het verkennen van een uiterst perspectiefvolle innovatie
in de aluminiumproductie. Bij realisatie zal dit project ook een positieve uitstraling
hebben op de verduurzaming van een aantal chemiebedrijven op het nabijgelegen chemiepark
Delfzijl.
Vraag 6
Bent u bereid voortaan af te zien van dergelijke ondersteuning van energie-intensieve
bedrijven?
Antwoord 6
Het kabinet heeft verschillende instrumenten beschikbaar die ondernemers kunnen ondersteunen
bij de opstart, groei en/of doorstart. Alle ondernemers kunnen een beroep doen op
deze generieke regelingen voor innovatiestimulering en financiering. Voorbeelden zijn
innovatieregelingen zoals de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) of
financieringsinstrumenten als de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de Garantie
Ondernemingsfinanciering (GO). Slechts in bijzondere gevallen overweegt het kabinet
extra inspanningen voor individuele bedrijven met bijvoorbeeld grote continuïteitsproblemen.
Deze inspanningen mogen niet marktverstorend werken en het overheidshandelen moet
passen binnen de staatssteunkaders.
Ik ben niet voornemens om energie-intensieve bedrijven bij voorbaat uit te sluiten
van het reguliere instrumentarium of bij de overweging van eventuele extra overheidsinspanningen.
Vraag 7
Wat is de stand van zaken van de directe stroomlijn naar Duitsland die als doel had
om goedkope stroom (onder andere voor Aldel) uit Duitsland te importeren? Tast dit
faillissement ook de businesscase of zelfs het bestaansrecht van die stroomlijn aan?
Antwoord 7
De Duitse Toezichthouder Bundesnetz Agentur zag indertijd de plannen om een directe
stroomverbinding tussen aluminiumbedrijf Klesch Metals en het Duitse hoogspanningsnet
te leggen niet zitten. Daarop onderzochten de vier betrokken partijen Klesch Metals,
Groningen Seaports, ESD-Sic en Getec sinds juni 2016 de haalbaarheid van een verbinding
tussen het Nederlandse en het Duitse hoogspanningsnet met een vrijgestelde interconnector.
Hierbij is een deel van de transportcapaciteit van de interconnector vrijgesteld van
het veilingsysteem zoals dat geldt voor een reguliere interconnector. Zo zouden betrokken
Groningse bedrijven alsnog kunnen profiteren van lagere Duitse groothandelsprijzen.
Nu de prijsontwikkeling van stroom inmiddels gunstiger is, hebben de genoemde partijen
de eventuele uitvoering van dit plan voorlopig in de ijskast gezet.