Vragen van het lid Ploumen (PvdA) aan de Minister-President over de uitspraken van vicepremier de Jonge en vicepremier Ollongren naar aanleiding van de uitspraken van de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens een bijeenkomst met Nederlandse werknemers van internationale organisaties, bedrijven en ambtenaren (ingezonden 21 augustus 2018).

Antwoord van Minister-President Rutte (Algemene Zaken) (ontvangen 3 september 2018).

Vraag 1

Bent u bekend met de berichten «Vicepremier De Jonge: Blok kan «tuurlijk» door?»»1 en «Vroeger stond ik op de brug»?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u van de uitspraak van vicepremier De Jonge dat de zaak niet groter moet worden gemaakt dan hij is, dit ook in het licht van de reacties op de uitspraken van de Minister van Buitenlandse Zaken over Nederland en in het buitenland?

Antwoord 2

Minister Blok heeft, in antwoord op schriftelijke vragen over zijn uitspraken van 10 juli jl. (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 2921), geschreven dat zijn inbreng tijdens de besloten bijeenkomst Touch Dutch Base er deels op gericht was te prikkelen en dat hij – om dat doel te bereiken – de scherpte van de discussie heeft opgezocht en illustraties en bewoordingen heeft gebruikt die niet alleen ongelukkig maar ook onzorgvuldig zijn. De Minister heeft erkend dat hij dat niet had moeten doen, zeker niet in zijn rol als Minister van Buitenlandse Zaken, en gemeld daar spijt van te hebben en de betreffende woorden terug te nemen. Tevens heeft Minister Blok contact gezocht met landen die zich gekwetst (hadden kunnen) voelen door de uitspraken. Het kabinet acht dit verstandig.

Vraag 3

Deelt u de mening dat het oordeel over het aanblijven van een bewindspersoon een zaak van de Kamer is? Zo ja, wat vindt u dan van de uitspraken van vicepremier De Jonge dat Minister Buitenlandse Zaken «tuurlijk» door kan?

Antwoord 3

Over de uitspraken van Minister Blok volgt nog een debat in de Tweede Kamer. De Kamer gaat over hetgeen daarin aan de orde zal worden gesteld.

Vraag 4

Deelt u de mening van vicepremier Ollongren dat de uitspraken van de Minister van Buitenlandse Zaken «een zomerdingetje» zijn? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 5

Staan u en uw gehele kabinet achter de excuses die de Minister van Buitenlandse Zaken heeft gemaakt voor zijn uitspraken of is dit slechts voor de bühne, dit ook in het licht van de uitspraken van twee vicepremiers?

Antwoord 5

Het kabinet staat achter de antwoorden van Minister Blok op schriftelijke vragen naar aanleiding van zijn uitspraken. Zie verder ook het antwoord op vraag 2.

Vraag 6

Kunt u deze vragen beantwoorden voordat het debat in de Kamer plaatsvindt over de uitspraken van de Minister van Buitenlandse Zaken?

Antwoord 6

Ja.


X Noot
1

NOS, 17 augustus 2018

X Noot
2

Telegraaf, 20 augustus 2018

Naar boven