Vragen van de leden Van der Graaf en Bruins (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs
over hogere reiskosten voor leerlingen door aanpassing van de scholierenlijn naar
Gouda (ingezonden 16 juli 2018).
Antwoord van Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer (Infrastructuur en Waterstaat),
mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media (ontvangen 24 augustus
2018)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de hoge extra kosten voor 150 leerlingen (uit onder meer De
Ronde Venen, Wilnis, Nieuwer Ter Aa en Kockengen) die naar het Driestar College in
Gouda reizen, als gevolg van de aanpassing van de scholierenlijn door Syntus Utrecht?1 2
Antwoord 1
Ik ben op de hoogte van het voornemen om de scholierenlijnen 646 en 647 met de nieuwe
dienstregeling per 9 december 2018 in te korten tot station Woerden. De scholieren
moeten dan met de trein pendelen tussen de stations Woerden en Gouda.
Vraag 2
Deelt u de mening dat een kostenstijging van 776 euro naar 1.446 euro per leerling
onredelijk is voor scholieren die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer naar school?
Deelt u de mening dat zeker gezinnen met meerdere kinderen met een onredelijke kostenstijging
te maken krijgen?
Antwoord 2
Een dergelijke kostenstijging is fors, helemaal voor gezinnen met meerdere kinderen
die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer (OV) naar het Driestar College. Het
is echter niet aan mij om te oordelen over de redelijkheid. Ik begrijp dat dit heel
vervelend kan zijn voor de betreffende ouders en leerlingen. De afweging over de redelijkheid
moet gemaakt worden door de ouders, provincie Utrecht en Syntus Utrecht.
Dat de vervoerkosten worden gemaakt is een gevolg van de keuze van de ouders. Zij
kiezen voor het Driestar College omdat het een school is die aansluit bij hun geloofsovertuiging.
Onderdeel van de afweging is dat deze keuze meer kosten met zich mee brengt.
Het Driestar College is een reguliere voortgezet onderwijs (vo) school. Het Rijk vergoedt
voor geen enkele reguliere vo-leerling de reiskosten en het is ook niet de bedoeling
dat scholen dat doen: OCW-bekostiging is bestemd voor het onderwijsproces. In sommige
gevallen vergoeden gemeenten de vervoerskosten.
Dat deze vervoerkosten mogelijk stijgen is een gevolg van aanpassing van het buslijnennet.
De provincie Utrecht is verantwoordelijk voor het regionale openbare vervoer in de
provincie en maakt de afweging hoe de middelen het beste ingezet kunnen worden.
Vraag 3
Deelt u de mening dat tariefintegratie tussen de regionale vervoerder en de Nederlandse
Spoorwegen (NS) noodzakelijk is om ouders en leerlingen niet te confronteren met bijna
een verdubbeling van de reiskosten? Bent u bereid hierover in overleg te treden met
Syntus Utrecht, de NS en de provincie Utrecht?
Antwoord 3
De verhoging van de reiskosten is in het onderhavige geval het gevolg van een beoogde
verandering van het OV-netwerk waardoor scholieren die nu met de bus tussen Woerden
en Gouda pendelen, in de toekomst de trein moeten nemen. Omdat de trein duurder is
dan de bus leidt dit tot hogere reiskosten.
Bus, tram, metro en trein hebben verschillende karakteristieken die een prijsverschil
rechtvaardigen. Ik vind het logisch dat deze prijsverschillen worden meegenomen in
de concessies en tot uitdrukking komen in de tarieven.
Tariefintegratie (dat wil zeggen het verkleinen of elimineren van prijsverschillen)
vind ik hierom en met het oog op de tariefbevoegdheid van de decentrale overheden
in het regionale stads- en streekvervoer in algemene zin niet wenselijk.
Ook als middel om bepaalde reizigers te compenseren voor hogere kosten is tariefintegratie
niet geschikt. In de praktijk betekent dit dat een deel van de kosten niet meer door
de reizigers op het desbetreffende traject worden gedragen, maar door de vervoerders
of hun opdrachtgevers. Die kosten moeten elders binnen de (lopende) concessies gecompenseerd
worden, waardoor andere reizigers weer met nadelige gevolgen kunnen worden geconfronteerd.
Ik kan mij wel voorstellen dat de betrokken partijen de mogelijkheden onderzoeken
van een nieuw regionaal reisproduct waar ook de trein in zit en dat in de plaats kan
komen van het huidige gesubsidieerde bussysteem. Dit is een regionale afweging evenals
de prijsstelling van een eventueel nieuw reisproduct.
Het voorstel tot aanpassing van het OV-netwerk is onderdeel van het concept vervoerplan
2019 dat concessiehouder Syntus Utrecht (Keolis) aan haar opdrachtgever heeft gestuurd.
De provincie Utrecht is bevoegd en verantwoordelijk voor het regionale verkeer en
vervoer in de provincie Utrecht. Het is niet aan mij om over de inhoud van het concept
vervoerplan 2019 een oordeel te geven. Op 11 september aanstaande zullen gedeputeerde
staten van de provincie Utrecht over dit plan besluiten.