Vragen van het lid Futselaar (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de open brief aan de Minister over bestuurders die alles maar vertrouwelijke maken (ingezonden 3 juli 2018).

Antwoord van Minister Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 11 juli 2018).

Vraag 1

Wat is uw reactie op het artikel «Open brief aan Minister: bestuurders maken alles maar vertrouwelijk»?1

Antwoord 1

Ik vind het van groot belang dat instellingen voor hoger onderwijs transparant opereren. Inherent aan de academische vrijheid is dat er open debat gevoerd wordt op instellingen. Hierbij hoort in mijn ogen dan ook dat informatie gedeeld wordt vanuit het «openbaar, tenzij» principe. Dit is ook het principe zoals met de Wet versterking bestuurskracht onderwijsinstellingen is vastgelegd voor informatieverstrekking aan de medezeggenschap. Verder is op deze instelling de Wet Openbaarheid Bestuur van toepassing.

Inperking van transparantie moet een instelling dus goed kunnen uitleggen, als bijvoorbeeld beleidsdocumenten of rapportages niet openbaar worden gemaakt. Extra spelregels zie ik daarom niet als een oplossing. Ik vind dat binnen instellingen zelf het gesprek moet worden gevoerd over transparantie en de kaders van vertrouwelijkheid.

Vraag 2

Deelt u de mening dat toegang tot beleidsdocumenten en rapportages van belang is voor een goede controle van het instellingsbestuur, ook voor kritische instellingsmedia als universiteitskranten?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Heeft u inzicht in hoe vaak colleges van bestuur documenten en vergaderingen van de medezeggenschap vertrouwelijk maken? Gaat u deze instellingen hierop aanspreken?

Antwoord 3

Nee. Ik verwijs u verder naar mijn antwoord op vraag 1.

Vraag 4

Bent u bereid duidelijke spelregels op te stellen over transparantie omtrent documenten en vergaderingen van de medezeggenschap, eventueel in overleg met de instellingen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 1.

Naar boven