Vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de Minister van Economische Zaken over het
voornemen garnalenvissers het MSC-keurmerk voor duurzame visserij te geven (ingezonden
26 september 2017).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 25 oktober 2017).
Vraag 1
Kent u het bericht «Natuurorganisaties maken zich zorgen over bijvangst garnalenvissers»?1
Vraag 2
Klopt het dat 60% van de totale vangst van de garnalenvissers bestaat uit bijvangsten,
waaronder jonge schol, kabeljauw, haaien en roggen? Zo nee, welk percentage bijvangst
kent de garnalenvisserij?
Antwoord 2
Uit het openbare publieke assesment rapport de Marine Stewardship Council van juli 20172 blijken de volgende gegevens. Gemiddeld bestaat een garnalenvangst voor 78% uit garnalen,
waarvan bijna de helft ondermaats. De bijvangst bestaat uit: 11% bodemdieren (o.a.
strandkrabben, zwemkrabben en zeesterren), 9% rondvis (o.a. grondel, wijting, harnasmannetjes,
haring, kleine zeenaalden en spiering) en 2% platvis (met name jonge schol < 10 cm).
Dit komt overeen met de bevindingen van Wageningen Marine Research.
Vraag 3
Deelt u de mening dat een visserijsector met zo’n hoge bijvangst in geen geval als
duurzaam kan worden beschouwd en dat het voornemen om garnalenvissers het MSC-keurmerk
te geven de betrouwbaarheid van dit keurmerk niet ten goede komt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ten behoeve van het behalen van het MSC-keurmerk hebben garnalenvissers extra beheersmaatregelen
genomen met als doel om de ondermaatse vangst en de overige bijvangst te verminderen.
Dit doen ze door meerdere maatregelen uit te voeren, waaronder:
-
– bij ongunstige bestandsontwikkelingen blijven de vissers aan wal;
-
– de maaswijdte wordt stapsgewijs vergroot;
-
– de zeeflap wordt jaarrond toegepast en zeven aan wal gebeurt op een bovenwettelijke
maat.
Hiermee kan worden bijgedragen aan een verdere verduurzaming. Verder worden de wetenschappelijke
gegevens in de publieke assessment gedeeld en becommentarieerd. In dit verband merk
ik tevens op dat op 29 mei 2017 het Noordzeekustvisserijakkoord is ondertekend door
de visserijorganisaties, NGO’s en het Ministerie van Economische Zaken. Het doel van
dit akkoord is om vanuit de betrokken visserijsectoren een bijdrage te leveren aan
een gezond en veerkrachtig ecosysteem. Dit wordt gerealiseerd via de sluiting van
gebieden en via een impactreductie van de garnalenvisserij. De betrouwbaarheid van
het keurmerk is geborgd in het onafhankelijke certificeringsproces, consultatie van
partijen en meerjarige herziening van de systematiek.
Vraag 4
Deelt u de kritieken dat het MSC-keurmerk vooral een marketingtruc en een vorm van
greenwashing is als 31% van de vis met dit keurmerk afkomstig is uit overbeviste bestanden?3
Antwoord 4
De toestand van de bestanden die worden (bij)gevangen maken onderdeel uit van de beoordeling
door de certificeerder. Ik verwijs u hiervoor ook naar het antwoord op vraag 3. Het
toekennen van keurmerken is een privaat initiatief. Ik ben in algemene zin van mening
dat keurmerken in belangrijke mate kunnen bijdragen aan een meer duurzame voedselproductie,
zeker wanneer die (zoals in dit geval) een versterking van publiek beleid oplevert.
Meer specifiek voor de visserij verwijs ik naar het Global Impacts Report MSC4. In deze rapportage komt naar voren dat, op basis van publiek beschikbare bestandsgegevens,
visserijen die in het bezit zijn van het MSC keurmerk gemiddeld beter presteren.
Vraag 5
Kunt u uiteenzetten hoe de invoering van de aanlandplicht voor garnalenvissers vordert?
Op welke termijn kan een aanzienlijke verlaging van de bijvangst in de garnalenvisserij
worden verwacht?
Antwoord 5
Volgens het Gemeenschappelijk Visserijbeleid dienen alle vissoorten waarvoor een vangstbeperking
geldt vanaf 1 januari 2019 aangeland te worden. Hoewel er voor garnalen geen quota
zijn, worden in de garnalenvisserij wel vissoorten bijgevangen waarvoor vangstbeperkingen
gelden. Dat betekent dat de garnalenvisserij de bijvangsten van bijvoorbeeld schol
moet aanlanden en aftrekken van de quota.
De garnalenvisserij gaat (periodiek) gepaard met hoge bijvangsten van ondermaatse
vis, waarvoor garnalenvissers doorgaans geen of een te beperkt quotum hebben. Deze
bijvangst wordt momenteel grotendeels teruggegooid, maar dat is onder de aanlandplicht
in principe niet langer toegestaan.
In gesprek met de sector zal worden gekeken hoe de bijvangsten van vissen beperkt
kunnen worden. De visserij kan in aanmerking komen voor een uitzondering, wanneer
de gevangen vissen na teruggooi een hoge overlevingskans hebben. Dit moet blijken
uit wetenschappelijk onderzoek. Uit eerder onderzoek lijkt een uitzondering voor hoge
overleving vooralsnog lastig. Tegelijk moet de selectiviteit en innovatie gestimuleerd
worden. De toepassing van de pulstechniek in de garnalenvisserij leidt mogelijk tot
een grote reductie van de bijvangsten, maar deze toepassing bevindt zich nog een vroeg
stadium. De mogelijkheden voor de toepassing van deze techniek worden op Europees
niveau bovendien nog beperkt.