Vragen van de leden Beckerman en Karabulut (beiden SP) aan de Ministers voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Economische Zaken en Klimaat over de Nederlandse
deelname aan de Iran Oil Show (ingezonden 3 mei 2018).
Antwoord van Minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) mede
namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 2 juli 2018).
Vraag 1
Bent u bekend met de deelname van Nederlandse bedrijven aan het Holland-Paviljoen
op de Iran Oil Show?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat deelname van Nederlandse bedrijven haaks staat op een klimaatbeleid
waarin afscheid wordt genomen van fossiele energieopwekking?
Antwoord 2
In het Parijs Akkoord hebben we internationale klimaatdoelen voor de lange termijn
vastgelegd. Het bereiken van deze doelen vergt een ambitieus klimaatbeleid. Internationaal
hebben landen met elkaar afgesproken dat elk land een eigen invulling geeft aan de
benodigde transitie. Tijdens de transitie zullen fossiele brandstoffen nog een belangrijke,
maar steeds verder afnemende rol spelen om te voorzien in de mondiale energiebehoefte.
Het is aan individuele bedrijven om te bepalen aan welke internationale bijeenkomsten
zij willen deelnemen.
Nederlandse bedrijven dragen bij aan de Nederlandse ambitie op klimaatgebied en de
energietransitie, onder meer door deelname aan de gesprekken over het nationaal klimaatakkoord.
Vraag 3
Deelt u de mening dat om klimaatverandering tegen te gaan steun vanuit Nederland bij
de exploitatie van Iraanse gasvelden ongewenst is in het kader van het Nederlands
klimaatbeleid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Er is geen sprake van Nederlandse overheidssteun aan de exploitatie van Iraanse gasvelden.
Het is aan Iran om te bepalen hoe het de doelen van Parijs wil bereiken en hoe het
de benodigde transitie vormgeeft. Voor bedrijven geldt dat zij er verstandig aan doen
om in hun hele bedrijfsmodel te anticiperen op de benodigde transitie, zonder dat
dit overigens betekent dat er niet meer geïnvesteerd kan worden in de winning van
fossiele brandstoffen
Vraag 4
Op welke wijze ondersteunt u bedrijven op deze beurs? Kunt u een overzicht geven van
bedrijven die directe financiële ondersteuning ontvangen indien directe financiële
ondersteuning wordt geboden?
Antwoord 4
De Nederlandse overheid biedt geen directe financiële steun aan individuele bedrijven.
Vanuit de overheid wordt via de lokale ambassade de beurs gesteund door middel van
het organiseren van een netwerk event. De ambassade verleent soortgelijke assistentie
aan Nederlandse bedrijven die oplossingen bieden op het gebied van o.m. duurzame energie
en water.
Vraag 5
Bent u bereid om in het kader van een coherent en effectief klimaatbeleid uw steun
en dat van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) aan Dutch Energy Solutions
en het FME-programma dat gericht is op het veroveren van de Iraanse gasmarkt2, stop te zetten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Nee. De Nederlandse energiesector is een belangrijke economische sector die innovatieve
producten en diensten biedt waarmee kan worden bijgedragen aan een duurzame(re) exploitatie
en productie van energie, zowel op het terrein van hernieuwbare energie als fossiele
brandstoffen.
Onderdeel van het programma Partners International Business (PIB) van Dutch Energy
Solutions voor Iran is het onderzoeken van mogelijkheden tot vermindering van CO2-uitstoot,
onder meer door toepassing van wind- en zonne-energie op installaties.
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van directe en indirecte ondersteuning aan de internationale
promotie van de Nederlandse olie- en gassector?
Antwoord 6
Nederland biedt actieve ondersteuning aan de internationalisering van het Nederlandse
bedrijfsleven in het buitenland, waaronder bedrijven in de energiesector. Daarbij
wordt onder meer in beperkte mate gebruik gemaakt van het economisch instrumentarium
binnen de ontwikkelingssamenwerking-portefeuille en het handelsinstrumentarium.
Bij verschillende handelsinstrumenten vindt een IMVO-beoordeling plaats. Zo maakt
bijvoorbeeld bij het Dutch Trade and Investment Fund een (I)MVO-beoordeling integraal
onderdeel van de financieringsaanvraag. Deze toetsing werkt ondersteunend aan projecten
op het terrein van hernieuwbare energie. Voorts kan het voorkomen dat bij handelsmissies
aandacht uitgaat naar zakelijke mogelijkheden binnen de energiesector.
Ook binnen de ontwikkelingssamenwerking-portefeuille zijn verschillende instrumenten
beperkt inzetbaar voor de ontwikkelingen van de olie- en gassector, zoals het programma
voor ontwikkelingsrelevante infrastructuurontwikkeling ORIO (inmiddels Develop2Build
en Drive), de Private Sector Development Apps, het Dutch Good Growth Fund, de financiering
van fossiele energieprojecten door ontwikkelingsbank FMO en de subsidieregeling voor
demonstratieprojecten, haalbaarheids- en investeringsvoorbereidingsstudies. Het merendeel
van deze projecten is gericht op training, verbeterde wet- en regelgeving bij de ontwikkeling
van de energiesector en veelal ook ondersteuning van een energietransitie op langere
termijn.