Vragen van de leden Becker (VVD), Ten Broeke (VVD), Van Helvert (CDA), Voordewind (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over aanvallen op de Kerem Shalom-grensovergang in Israël (ingezonden 8 mei 2018).

Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 22 juni 2018).

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het bericht dat Gazaanse demonstranten op 4 mei 2018 niet alleen hebben geprobeerd het hek op de grens tussen Israël en de Gazastrook te vernielen, maar ook hebben geprobeerd de grensovergang Kerem Shalom te vernielen dan wel af te branden?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hebt u kunnen vaststellen of de grensovergang en in het bijzonder de door Nederland gefinancierde containerscanners hierdoor beschadigd zijn? Is de aan-en afvoer van goederen, ook humanitaire goederen, die soms tot 500 vrachtwagens per dag beloopt, tot stilstand gekomen of aanzienlijk verminderd? Welke directe effecten heeft dit voor de leefbaarheid in Gaza?

Antwoord 2

Op vrijdag 4 mei hebben Gazaanse demonstranten aan Palestijnse zijde van de Kerem Shalom / Karm Abusalem grensovergang beschadigingen aangebracht. Aan Israëlische zijde is geen sprake geweest van schade. De door Nederland gefinancierde containerscanners staan aan de Israëlische zijde van de grensovergang en zijn niet beschadigd geraakt. Op zondag 6 mei is de grensovergang weer opengesteld. De beschadigingen hebben minimale gevolgen gehad op de aan- en afvoer van goederen en de leefbaarheid in Gaza.

Vraag 3

Hoeveel vrachtvervoer is, voor zover u kunt achterhalen, dit jaar de Kerem Shalom-grensovergang gepasseerd?

Antwoord 3

Volgens het Office for the Coordination of Humanitarian Affairsvan de VN zijn er 34.551 vrachtladingen de grensovergang gepasseerd tussen 1 januari en april 2018. Voor de maand mei zijn nog geen cijfers bekend.

Vraag 4

Deelt u de volkenrechtelijke opvatting van de Israëlische regering dat de inmiddels wekelijkse demonstraties aan de Gazaans-Israëlische grens gekwalificeerd dienen te worden als daden van agressie, en de situatie derhalve dient te worden behandeld als (hybride) oorlogssituatie?2

Antwoord 4

Nee. Op basis van het internationaal recht beschouwt het Kabinet de Gazastrook als door Israël bezet gebied. Bepalend voor deze kwalificatie is de mate van feitelijke controle die Israël uitoefent op het Gazaanse luchtruim, de zee en de grenzen. Op basis van het bezettingsrecht, dat onderdeel uitmaakt van het humanitair oorlogsrecht, is Israël als bezettende mogendheid verplicht de openbare orde en het openbare leven in het bezette gebied zo veel als mogelijk te herstellen en te verzekeren. Dit sluit de mogelijkheid van geweldgebruik bij het handhaven van de openbare orde niet uit, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van noodzakelijkheid en proportionaliteit. Tegelijkertijd dragen ook de organisatoren van de demonstraties verantwoordelijkheid voor de veiligheid van demonstrerende burgers. Zij mogen niet als menselijk schild worden gebruikt.

Naar boven