Vragen van de leden Alkaya en Van Kent (beiden SP) aan de Staatssecretaris van Economische
Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het ontduiken
van het minimumloon door Sandd (ingezonden 22 mei 2018).
Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Staatssecretaris
van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 21 juni 2018).
Vraag 1
Kent u het handhavingsverzoek dat FNV heeft ingediend bij de Inspectie SZW vanwege
het ontduiken van het minimumloon door Sandd?
Antwoord 1
Ik ben bekend met de melding die de FNV bij de Inspectie SZW heeft gedaan van vermoedelijke
overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
Vraag 2
Deelt u de mening dat postbezorgers, ongeacht voor welk postbedrijf ze werken, minimaal
volgens het minimumloon moeten worden betaald?
Antwoord 2
Iedere werknemer heeft recht op het wettelijk minimumloon. Per 1 januari jl. is het
wettelijk minimumloon ook van toepassing op mensen die niet op basis van een arbeidsovereenkomst
werken, maar op basis van een overeenkomst van opdracht, tenzij deze overeenkomst
is aangegaan in de uitoefening van bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van beroep.
Aan de postbezorgers die worden aangemerkt als werknemer of die werken op basis van
een overeenkomst van opdracht moet dus, ongeacht voor welk postbedrijf zij werken,
minimaal het minimumloon worden betaald.
Vraag 3
Deelt u de mening dat postbezorgers net als alle werknemers in Nederland moeten worden
betaald naar het aantal uren dat ze daadwerkelijk aan het werk zijn en niet op basis
van een van bovenaf vastgestelde normtijd? Zo ja, hoe gaat u Sandd dwingen zich hieraan
te houden?
Antwoord 3
Per 1 januari jl. is de mogelijkheid om uit te betalen op basis van stukloon gewijzigd.
Hieruit volgt dat betalen op basis van een van bovenaf vastgestelde normtijd nog wel
mag, maar voor ieder gewerkt uur moet gemiddeld minstens het minimumloon worden betaald.
Een vastgestelde normtijd heeft daardoor feitelijk alleen nog betekenis voor het deel
van het loon boven het wettelijk minimumloon. Dit betekent dat postbezorgers die worden
aangemerkt als werknemer of die werken op basis van een overeenkomst van opdracht
per gewerkt uur ten minste het wettelijk minimumloon moeten verdienen. Uit de administratie
van de werkgever moet blijken dat gemiddeld minstens het minimumloon is betaald voor
het aantal gewerkte uren. Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat de Wml onder strikte
voorwaarden de mogelijkheid biedt om specifieke werkzaamheden in een bedrijfstak aan
te wijzen waarvoor als arbeidsduur wordt aangemerkt, de tijd die redelijkerwijs met
de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid. Voor de postbezorgers zijn dergelijke
werkzaamheden niet aangewezen. Werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor de naleving
van de arbeidswetgeving. De Inspectie SZW houdt risicogericht toezicht op naleving
van de arbeidswetgeving, zoals de Wml.
Vraag 4
Hoe verklaart u dat Sandd binnen zeer korte termijn in staat was te voldoen aan de
normen die zijn vastgelegd in het Tijdelijk Besluit Bezorgers waaronder de 80%-norm?
Hoe verklaart u dat het hen in de tijd die is verstreken sinds het advies van de heer
Vreeman (2011) niet lukte om minimaal 80% van de bezorgers in dienst te nemen, ondanks
de bepalingen die in de wet waren opgenomen?
Antwoord 4
Het Tijdelijk besluit postbezorgers 2011 heeft tot doel te bevorderen dat in de postmarkt
arbeidsvoorwaarden tot stand komen voor postbezorgers, waarbij de arbeidsovereenkomst
de dominante contractvorm is. In het besluit is opgenomen dat een postvervoerbedrijf
met 80% van de postbezorgers een arbeidsovereenkomst moet zijn aangegaan. Uitzondering
op deze eis was mogelijk indien bij collectieve arbeidsovereenkomst (cao) afzonderlijke
afspraken werden gemaakt. Sandd heeft destijds van deze wettelijke mogelijkheid gebruik
gemaakt. In 2015 is door de leden Gesthuizen (SP) en Vos (PvdA) een amendement (Kamerstuk
34 024, nr. 22) aangenomen op artikel 8 van de Postwet 2009. Door dit amendement kwam de uitzondering
te vervallen om bij cao te kunnen afwijken van de 80%-norm. Deze wijziging van de
Postwet 2009 is op 1 januari 2017 in werking getreden. Met instemming van uw Kamer
is besloten de 80%-norm per 1 januari 2018 daadwerkelijk te gaan handhaven.
Ik ben niet bekend met de specifieke situatie bij Sandd. De handhaving van het Tijdelijk
besluit is belegd bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De ACM heeft in een nieuwsbericht
van 22 maart 2018 laten weten dat na onderzoek naar de naleving is gebleken dat de
postbedrijven voldoen aan de norm. Volgens hetzelfde persbericht heeft met name postbedrijf
Sandd grote inspanningen verricht om aan deze norm te voldoen.
Vraag 5, 6
Deelt u de mening dat als Sandd haar bezorgers niet betaalt volgens de reëel gewerkte
tijd die opnieuw kan leiden tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden in de postsector?
Zo ja, wat gaat u hiertegen ondernemen?
Bent u bereid met de postbedrijven en de vakbonden in gesprek te gaan om te komen
tot een sectorale cao?
Antwoord 5, 6
In algemene zin ben ik het met u eens dat concurrentie op arbeidsvoorwaarden in de
postmarkt onwenselijk is. Dit uitgangspunt vormt, mede in overleg met uw Kamer, ook
één van de kaders van de postdialoog. Over de uitkomsten van de postdialoog heeft
u op 15 juni een brief ontvangen van de Staatssecretaris van EZK. Daarin is ook aandacht
voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Over de specifieke situatie bij Sandd kan
ik geen uitspraken doen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. Een sectorbrede
cao zou concurrentie op arbeidsvoorwaarden kunnen tegengaan en een gelijk speelveld
bevorderen. Het afsluiten van een cao blijft echter de verantwoordelijkheid van de
sociale partners binnen de betreffende sector.