Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201825

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over het daadwerkelijke aantal dieren dat is omgekomen bij stalbranden (ingezonden 17 augustus 2017).

Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 21 september 2017).

Vraag 1

Kent u het bericht «Honderden varkens dood bij brand in stallen Agelo», waarin staat dat de brandweer na de brand in fokbedrijf Lansink Agelo aanvankelijk sprak van ruim 7.000 omgekomen dieren, waarna de eigenaar stelde dat bij de brand in zijn varkensschuren slechts enkele honderden varkens zouden zijn omgekomen?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kent u het bericht «10.000 varkens omgekomen bij brand in Agelo», waarin de door Tubantia geraadpleegde deskundigen op basis van de in 2015 door de provincie Overijssel afgegeven vergunning veronderstellen dat er, naast zeker 1.000 fokzeugen, ook circa 8.000 tot 10.000 biggen in de stal gezeten moeten hebben?2

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3

Heeft u gezien dat de brandweer na haar eerdere uitspraak dat er ruim 7.000 dieren waren omgekomen in deze stalbrand op haar eigen website meldt dat er slechts «honderden biggetjes en varkens» aanwezig waren in de twee geschakelde schuren?3

Antwoord 3

Ja.

Vraag 4

Kunt u bevestigen dat de brandweer zich bij deze berichtgeving louter heeft gebaseerd op de uitspraken van de eigenaar zelf? Zo nee, op welke bronnen heeft de brandweer haar bericht dan nog meer gebaseerd?

Antwoord 4

Het aantal betrokken dieren bij een brand wordt niet vastgesteld door de brandweer. Dergelijke informatie wordt tijdens de inzet van de brandweer door de eigenaar en/of het bevoegd gezag verschaft aan de brandweer ten behoeve van het uitvoeren van de brandbestrijdingstaak (bij dit scenario: het redden van dieren, voorkomen van branduitbreiding en bestrijden van de brand). In het geval van de stalbrand in Agelo heeft de brandweer zich gebaseerd op informatie van de eigenaar.

Vraag 5

Kunt u bevestigen dat dit varkensbedrijf een vergunning had voor het houden van 1.250 fokzeugen en vleesvarkens, en 8.000 biggen? Zo nee, hoeveel varkens en biggen mocht deze varkenshouder dan wel houden in zijn stallen?

Antwoord 5

Gemeente Dinkelland heeft informatie verschaft inzake de omgevingsvergunning voor de inrichting aan de Oppersveldweg 8 in Agelo. Er is op 5 april 2013 een omgevingsvergunning verleend voor het houden van 1.786 varkens, 5.389 biggen en 14 paarden.

Vraag 6

Kunt u zich voorstellen dat zowel deskundigen als niet-deskundigen het uiterst onwaarschijnlijk achten dat in een megastal met een vergunning voor het houden van 9.250 biggen en varkens slechts enkele honderden dieren aanwezig zouden zijn geweest op het moment dat de brand uitbrak? Wat denkt u er zelf van?

Antwoord 6

Voor de inrichting aan de Oppersveldweg 8 in Agelo is een omgevingsvergunning verschaft voor het houden van dieren in meerdere stallen. De door de brand verwoeste stallen betreft twee stallen met een vergunning voor het houden van in totaal 1.036 varkens en 3.520 biggen. Het aantal dieren afgegeven in de vergunning wordt niet altijd gehouden.

Vraag 7

Deelt u de mening dat in het geval van een stalbrand zowel het aantal omgekomen dieren als het aantal dieren dat de brand heeft overleefd op objectieve en transparante wijze zou moeten worden vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Doel van ons beleid is het aantal stalbranden te doen verminderen en daar willen we met het vervolg van het Actieplan Stalbranden vol op in zetten. Het op een objectieve en transparante wijze vaststellen van het precieze aantal dieren welke is omgekomen als het aantal dieren welke een brand heeft overleefd is hierbij minder relevant.

Vraag 8

Is het de standaard werkwijze dat de brandweer bij de inschatting of vaststelling van het aantal omgekomen dieren enkel afgaat op de informatie die de eigenaar zelf wenst te verstrekken? Zo ja, moet hieruit worden geconcludeerd dat het aantal omgekomen dieren bij stalbranden mogelijk nog hoger is dan tot nu toe is aangenomen? Zo nee, op basis van welke objectieve bronnen wordt het aantal omgekomen dieren bij een stalbrand dan wel geregistreerd?

Antwoord 8

Het precies vaststellen van het aantal betrokken dieren bij een brand is geen opgedragen taak van de brandweer. De brandweer heeft wel informatie nodig van de ondernemer om haar taak goed uit te kunnen voeren, zoals het voorkomen van uitbreiding en bestrijden van de brand, het redden van dieren en woordvoering over het incident. In het kader van het Actieplan Stalbranden heeft de Brandweer Nederland i.s.m. Verbond van Verzekeraars en CBS Landbouwtelling afgesproken om de gegevens van het aantal stalbranden en omgekomen dieren in de periode 2012–2016 in kaart te brengen. Tevens wordt, in het kader van het Actieplan Stalbranden, sinds 2014 systematisch data bijgehouden over de oorzaken van stalbranden door de Nederlandse Brandweer in samenwerking met het Verbond van Verzekeraars.

Vraag 9

Hoewel het van bijzonder toeval zou getuigen, is het niet onmogelijk dat een (groot) deel van de biggetjes en/of fokzeugen en/of vleesvarkens kort voor het uitbreken van de brand van het bedrijf is afgevoerd naar een ander bedrijf of het slachthuis? Deelt u de mening dat de eigenaar in dat geval de documenten openbaar zou moeten maken die zulks bewijzen? Zo nee, op welke wijze kan volgens u dan wel objectief en transparant worden vastgesteld hoeveel dieren zich in de stal bevonden?

Antwoord 9

Gegevens over verplaatsingen van varkens naar een ander bedrijf of slachthuis dienen door de ondernemer in het kader van de regeling Identificatie en Registratie van Dieren doorgegeven te worden aan een centrale databank van de overheid. Uit deze databank is echter niet af te leiden wat het werkelijk aantal varkens is in de stallen op een bepaald moment. Op basis van de jaarlijks opgave in mei ten behoeve van de Landbouwtelling is wel een beeld te geven over het aantal dieren dat zich in de stallen kunnen bevinden. Vaak kan ook in samenwerking met de ondernemer op basis van de bedrijfsadministratie een goed beeld van het aantal dieren verkregen worden.

Vraag 10

Deelt u de mening dat het onacceptabel is wanneer een eigenaar van een brandende stal de brandweer verkeerd informeert over het aantal dieren dat aanwezig is in de stal? Zo ja, wat gaat u ondernemen om te kunnen vaststellen of dat in dit geval, maar ook in andere gevallen, is gebeurd? Welke gevolgen zal dat, wat u betreft, voor de betreffende eigenaar moeten hebben? Zo nee, waarom hoeft de brandweer van u niet te weten hoeveel levende wezens zich bevinden in een stal die in brand staat en wat betekent dat voor de kans dat de hulpdienst nog dieren kan bevrijden dan wel redden?

Antwoord 10

Indien de brandweer opgeroepen wordt voor een stalbrand, waarbij dieren betrokken zijn, zal de inzettactiek erop gericht zijn om waar mogelijk reddend op te treden door dieren en mensen in de stal in veiligheid te brengen, uitbreiding van de brand te voorkomen en de brand te bestrijden. Deze inzettactiek is niet afhankelijk van het precieze aantal aanwezig dieren en is er altijd op gericht zoveel mogelijk dieren te redden.

Vraag 11

Gaat u ervoor zorgen dat de brandweer op elk moment op de hoogte is van het daadwerkelijke aantal dieren dat aanwezig is tijdens een stalbrand? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Nee, deze informatie is voor de brandweer niet relevant. De inzettactiek is niet afhankelijk van het precieze aantal aanwezige dieren en is er altijd op gericht zoveel mogelijk dieren te redden.

Vraag 12

Kent u de door Wakker Dier gepubliceerde statistieken omtrent het aantal slachtoffers in stalbranden? Zo nee, waarom niet?4

Antwoord 12

Ja.

Vraag 13 en 14

Sluit u zich aan bij de volgende uitspraak van Brandweer Nederland: «Dit soort grote branden kunnen zich binnen de huidige regelgeving voordoen. Dat is een politieke keuze»? Zo nee, op welke gronden denkt u de kennis, expertise en autoriteit van Brandweer Nederland in twijfel te kunnen trekken door vraagtekens te plaatsen bij hun analyse van de vigerende regels voor brandveiligheid voor stallen en hun conclusie daarover?5

Deelt u de mening dat zowel het aantal stalbranden als het aantal dieren dat omkomt bij een stalbrand onacceptabel hoog is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u duidelijk maken welke aantallen u acceptabel vindt en wat u gaat doen om ervoor te zorgen dat de verblijven waarin dieren mogen worden gehouden in de Nederlandse veehouderij veel minder brandgevaarlijk worden en om veel betere overlevingskansen te bieden voor de dieren in het geval er toch een brand uit breekt?

Antwoord 13 en 14

Zoals in de brief over de «Evaluatie Actieplan Stalbranden 2012–2016 en vervolg» van 30 augustus 2017 (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 138) is aangegeven, waren de beelden van de recente stalbranden hartverscheurend en waren velen aangedaan door dit dierenleed. Op 30 augustus 2017 is een brief over de «Evaluatie Actieplan Stalbranden 2012–2016» van 30 augustus 2017 (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 138) verstuurd. In de evaluatie van het Actieplan Stalbranden wordt geconcludeerd dat de kans op brand met dierlijke slachtoffers in nieuwbouwstallen (en stallen die een grote verbouwing hebben ondergaan) is afgenomen door o.a. nieuwe bouwvoorschriften in het Bouwbesluit (sinds 2014). In bovengenoemde brief zijn, op basis van de adviezen uit het evaluatierapport Actieplan Stalbranden, vervolgacties geformuleerd en aangegeven dat extra maatregelen volgen om de kans op stalbranden, ook in bestaande stallen, te verkleinen.

Vraag 15

Moet u er nog aan worden herinnerd dat de beste preventie van grote stalbranden met grote aantallen slachtoffers bestaat uit het beperken van de omvang van stallen en het zorgdragen voor vrije uitloop voor de dieren, zodat zij bij het minste teken van brand hun natuurlijke instinct kunnen volgen en naar buiten kunnen gaan, alwaar hun overlevingskansen vele malen hoger liggen dan in een afgesloten stal waaruit zij niet kunnen ontsnappen? Zo ja, bij deze.

Antwoord 15

Voor het beleid van het kabinet verwijs ik u naar de brief over de Evaluatie Actieplan Stalbranden 2012–2016 van 30 augustus 2017 (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 138).