Vragen van de leden AgnesMulder, Geurts en Ronnes (allen CDA) aan de Ministers van
Economische Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over
de aansluiting en planning van duurzame energie projecten met betrekking tot elektriciteitsnetwerken
en beschermen natuur, landschap en vruchtbare landbouwgrond (ingezonden 17 mei 2018).
Mededeling van Minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 29 mei 2018).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «8 maanden wachten met nieuwbouw door capaciteitsproblemen
Alliander», het bericht «Waarschuwing: geen nieuwe zonneparken, het net kan het niet
aan» en het bericht «Overbelasting van stroomsector brengt digitale koppositie Nederland
in gevaar»?1
2
3
Vraag 2
Kunt u inzichtelijk maken welke termijn wordt gehanteerd voor de aansluiting van duurzame
energieprojecten van kleinere (kleiner dan 10 megawatt) en grotere omvang en voor
de aansluiting van grote afnemers?
Vraag 3
In hoeverre worden deze termijnen overschreden, in welke regio’s en waarom?
Vraag 4
Wat is de wettelijke sanctie wanneer netbeheerders niet binnen de wettelijke termijnen
een aansluiting op het net realiseren? Hoe vaak worden deze sancties opgelegd?
Vraag 5
Is bekend in hoeveel gevallen meer tijd nodig is vanwege capaciteitstekort bij de
landelijke of regionale netbeheerder?
Vraag 6
Is bekend in hoeveel gevallen voor de aanleg van duurzame energieprojecten en de inpassing
van grote afnemers netverzwaring nodig is bij gerealiseerde en aangevraagde aansluitingen?
Vraag 7
Is er een overzicht van de doorlooptijden voor aansluitingen bij de verschillende
netbeheerders? Zo nee, bent u bereid hierover meer inzicht te verkrijgen?
Vraag 8
In hoeverre leiden vertragingen van het aansluiten van elektriciteitsproducenten tot
het niet halen van de doelen van het energieakkoord 2020?
Vraag 9
Hoe voorkomt u maatschappelijke kosten, zoals netverzwaringen, bij het stimuleren
van duurzame energieprojecten?
Vraag 10
Is het mogelijk dat netbeheerders inzichtelijk maken waar er voldoende ruimte en vraag
is op het net voor duurzame energieprojecten zodat netverzwaringen en dure aansluitingen
voorkomen kunnen worden?
Vraag 11
In hoeverre bestaat er samenwerking tussen netbeheerders en decentrale overheden over
het inplannen van duurzame energieprojecten zodat duurzame energieprojecten tijdig
en tegen de laagste maatschappelijke kosten aangesloten kunnen worden?
Vraag 12
Kunt u aangeven of er landelijke afspraken zijn over de vorm en inhoud van regionale
energie- en klimaatstrategieën die nu ontwikkeld worden door decentrale overheden?
In hoeverre kunnen deze strategieën een formele status krijgen of vertaald worden
in omgevingsvisies en plannen?
Vraag 13
Ziet u mogelijkheden om ervoor te zorgen dat in het beleid voor duurzame energie in
de regionale energie- en klimaatstrategieën en in de omgevingsvisies rekening gehouden
wordt met de beschikbaarheid van het elektriciteitsnet, zodat netverzwaringen voorkomen
kunnen worden of tijdig kunnen plaatsvinden? In hoeverre krijgen de regionale energie-
en klimaatstrategieën een plek in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI)?
Vraag 14
Deelt u de mening dat het behoud van natuur- en landschap en vruchtbare landbouwgrond
geborgd moet zijn, ook ten aanzien van de energietransitie, en dat hiervoor afstemming
nodig is tussen decentrale overheden (aanvullende vraag naar aanleiding van de antwoorden
op schriftelijke vragen van het lid Dik-Faber)4?
Vraag 15
Ziet u mogelijkheden om ter bescherming van natuur- en landschap en vruchtbare landbouwgrond
als doelstelling voor de fysieke leefomgeving regels te stellen voor zonne-energie
projecten op grond van artikel 2.24 juncto artikel 2.28 Omgevingswet?
Mededeling
Op 17 mei jl. hebben de leden Mulder, Geurts en Ronnes (allen CDA) vragen gesteld
over de aansluiting en planning van duurzame energie projecten met betrekking tot
elektriciteitsnetwerken en beschermen natuur, landschap en vruchtbare landbouwgrond.
Vanwege voor de beantwoording benodigde interdepartementale afstemming en afstemming
met de netbeheerders kunnen deze vragen niet binnen de gebruikelijke termijn van drie
weken worden beantwoord. Ik streef ernaar de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden.
X Noot
4Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1839.