Vragen van het lid Karabulut (SP) aan de Staatssecretaris van Defensie over verwaarloosde
veiligheidsmaatregelen in en om munitieopslagplaatsen van Defensie (ingezonden 3 mei
2018).
Antwoord van Staatssecretaris Visser (Defensie) (ontvangen 29 mei 2018).
Vraag 1
Wanneer, op welke datum, hebt u het besluit genomen alle munitieopslagen langs de
strengste norm te gaan controleren en indien nodig aan te passen?1
Antwoord 1
De eisen waaraan de bliksembeveiligingsinstallatie op de munitiecomplexen van Defensie
moet voldoen, zijn vastgelegd in het «Voorschrift opslag en behandeling ontplofbare
stoffen en voorwerpen MP 40-21». Dit voorschrift is in 2015 zodanig aangepast dat
deze eisen naast nieuwbouw ook van toepassing zijn op bestaande munitiemagazijnen.
In de praktijk is er daarna onduidelijkheid ontstaan over de interpretatie van de
eisen over de wijze waarop de bliksembeveiliging mag worden uitgevoerd bij bestaande
bouw. Om hieraan een einde te maken is op 23 april jl. besloten dat alle munitiemagazijnen
aan de nieuwste norm moeten voldoen.
Vraag 2, 3
Welke bevindingen van de 89 tekortkomingen zijn nog niet verholpen, en van de grotendeels
al verholpen bevindingen? Kunt u dat toelichten?
Wanneer denkt u alle geconstateerde problemen verholpen zijn? Kunt u dat toelichten?
Antwoord 2, 3
De geconstateerde tekortkomingen betreffen voornamelijk infrastructurele voorzieningen,
keuringen van gereedschappen en apparatuur, aanwezige kennis van regelgeving en correcte
opslag. De belangrijkste geconstateerde tekortkoming betreft de bliksembeveiligingsinstallaties.
De tekortkomingen die de lokale verantwoordelijken van Defensie zelf konden aanpakken
zijn opgelost. Zo zijn reparaties uitgevoerd aan luchtbehandelingsinstallaties, markeringsborden
vervangen of geplaatst, drempelplaten voorzien van aardkabels en is een calamiteitencentrum
verplaatst. Voor het oplossen van de infrastructurele tekortkomingen op onder meer
keuringen en bliksembeveiliging (overspanningsbeveiliging) is Defensie afhankelijk
van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). De aanpassing van de bliksembeveiliging betreft
een groot aantal oude bunkers waarvan de complexe bliksembeveiligingsinstallaties
moeten worden aangepast of vervangen. Dit vereist ingrijpende verbouwingen die zorgvuldig
moeten worden uitgevoerd. Op dit moment wordt hiervoor, in nauwe samenwerking met
het RVB, een plan van aanpak opgesteld en voorgelegd aan de I-SZW.
Daarnaast inventariseert het RVB momenteel of de tekortkomingen in de bliksembeveiliging
zich ook op andere munitiecomplexen voordoen. Deze inventarisatie zal naar verwachting
in juli 2018 worden voltooid. Tot die tijd worden, in nauw overleg met I-SZW, voorzorgs-
en herstelmaatregelen genomen, zodat het werk op een veilige manier kan worden uitgevoerd.
Dit uitgangspunt staat uiteraard altijd voorop.
Naast de verbetertrajecten per locatie wordt een defensiebreed verbetertraject opgestart
die zich onder meer richt op regelgeving, opleidingen en kennis. Gezien de omvang
van dit traject zal dit enige tijd in beslag nemen.
Vraag 4
Heeft de Defensie Materieel Organisatie (DMO) de boetes doorgestuurd aan het Rijksvastgoedbedrijf?
Zo ja, zijn deze boetes door het Rijksvastgoedbedrijf voldaan? Zo nee, waarom niet
en wie heeft ze uiteindelijk betaald?2
Antwoord 4
Nee, het vorige Nadere Uitwerking Opdrachtgeversconvenant Defensie (NUOD) met het
RVB voorzag niet in het kunnen doorsturen van boetes, derhalve heeft Defensie deze
voldaan. Het NUOD is recent aangepast, waardoor boetes nu wel worden verrekend.
Vraag 5
Deelt u de constateringen van de Volkskrant dat de samenwerking tussen relevante onderdelen
van Defensie (met namen de DMO) en het Rijksvastgoedbedrijf niet goed genoeg is om
het veiligheidsvraagstuk op het hoogste niveau te kunnen behandelen? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, op welke wijze wordt de samenwerking van DMO met het Rijksvastgoedbedrijf
vormgegeven? Denkt u dat die samenwerking kan zonder overleg met Inspectie Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en IL&T? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het Defensie Ondersteuningscommando is namens Defensie de reguliere gesprekspartner
van het RVB. Er is voldoende ruimte om elkaar aan te spreken op verantwoordelijkheden.
Veiligheidsvraagstukken worden dan ook zonder belemmeringen besproken. Overleg tussen
Defensie, het RVB en de inspecteurs van I-SZW en IL&T vindt plaats op basis van de
resultaten van de inspecties. Daarnaast vindt er periodiek op hoog ambtelijk niveau
overleg plaats over de samenwerking.
Vraag 6
Acht u het op basis van deze ervaringen wenselijk de coördinatie van de onderhoudsverantwoordelijkheid
(thans bij het Rijksvastgoedbedrijf) en aansprakelijkheid voor ongelukken (DMO) anders
te gaan organiseren? Zo ja, hoe en wanneer wilt u dat geregeld hebben? Zo nee, waarom
niet? Kunt u dat toelichten?
Antwoord 6
Defensie moet invulling geven aan de verantwoordelijkheden van werkgever en objectvergunninghouder
zoals wettelijk vastgelegd. Het RVB is verantwoordelijk voor de instandhouding van
de infrastructuur. Aan beide zijden is er tot op het hoogste niveau het volle besef
dat de samenwerking en de prestaties beter moeten en daaraan wordt hard gewerkt.
X Noot
2«Veiligheid schiet tekort bij veel munitiedepots», Volkskrant 2 mei 2018.