Vragen van het lid Gijs vanDijk (PvdA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
over het bericht «Opleiden 55-plusser is plicht» (ingezonden 13 april 2018).
Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 28 mei
2018).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Opleiden 55-plusser is plicht?1
Vraag 2
Heeft het afvloeien van personeel bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
(UWV) negatieve gevolgen voor de dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers?
Antwoord 2
Nee. Bij de administratieve processen worden efficiency, automatisering en robotisering
steeds belangrijker. Hierdoor zullen administratieve functies verdwijnen. Voor specialistische
functies, onder meer arbeidsdeskundigen, bestaat juist een tekort. Het beleid van
UWV is erop gericht om boventalligheid zo veel mogelijk te voorkomen en te zorgen
dat er een goed beeld bestaat en beleid wordt gevoerd ten behoeve van het werven en
behouden van de benodigde capaciteit. In 2017 zijn sessies georganiseerd om voor elk
organisatieonderdeel een strategisch meerjarenpersoneelsplan op te leveren. Deze plannen
bieden zicht op de schaarse capaciteit voor cruciale functies en een leidraad hoe
aan voldoende capaciteit te komen.
Vraag 3
Hoe gaat u, samen met het UWV, ervoor zorgen dat alle werkgevers hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid nemen? Hoe kijkt u tegen over belonen en/of quota aan?
Antwoord 3
Langdurig werklozen vormen een interessant arbeidspotentieel voor werkgevers. In mijn
antwoord op vragen van de leden Wiersma en Nijkerken-de Haan geef ik aan dat er veel
manieren zijn waarop werkgevers (verder kunnen) bijdragen om langdurig werklozen aan
een baan te helpen. Te denken valt aan scholing en het bijstellen of herschikken van
functiewerkzaamheden en -eisen, maar ook aan deelname aan speeddaten en andere matchingsbijeenkomsten
via werkgeversservicepunten. UWV en gemeenten beschikken over een breed instrumentarium
om werkgevers daarbij van dienst te kunnen zijn en om de positie van werkzoekenden
beter te laten aansluiten bij de arbeidsmarkt.
Vraag 4
Hoe groot is het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV?
Antwoord 4
U wordt periodiek geïnformeerd over het tekort aan verzekeringsartsen, voor de laatste
maal met de vierde monitor artsencapaciteit op 13 december 2017. In deze laatste monitor
zei ik dat fundamentele keuzes gemaakt moeten worden, wil UWV zijn taken waar artsen
aan te pas komen toekomstvast kunnen uitvoeren. Hierover brengt een groep van experts
advies uit aan UWV, waarna ik u voor de zomer van dit jaar informeer. In die brief
kijk ik ook terug naar de resultaten over het hele jaar 2017.
Vraag 5
Leidt dit tekort tot een slechtere ondersteuning aan zieke werknemers en mensen die
arbeidsongeschiktheid zijn?
Antwoord 5
Zolang er een tekort aan verzekeringsartsen is, kan UWV niet al zijn taken waar deze
artsen aan te pas komen uitvoeren zoals UWV en ik dit zouden willen. Daarbij geldt
dat de verzekeringsarts een schakel vormt in de ondersteunende dienstverlening aan
zieke werknemers en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, maar niet de enige schakel
is. Zo wordt de dienstverlening voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten in belangrijke
mate uitgevoerd door arbeidsdeskundigen en werkcoaches van UWV. Vanuit het Regeerakkoord
zijn middelen ter beschikking gesteld om deze dienstverlening uit te breiden. Voorts
hebben UWV en ik de werkzaamheden van de verzekeringsarts zo geprioriteerd, dat het
effect op de ondersteuning aan de klant zo klein mogelijk is.
Vraag 6
Worden door het tekort aan verzekeringsartsen alle keuringen door medisch specialisten
(verzekeringsartsen) verricht? Hoeveel zaken worden door basisartsen, arbeidsdeskundigen
en/of medisch secretaressen verricht?
Antwoord 6
De verzekeringsarts blijft eindverantwoordelijk voor het resultaat van een sociaal-medische
beoordeling, ook als deze arts werkt met taakdelegatie. Artsen die werken met taakdelegatie
worden ondersteund door een medisch secretaresse of een sociaal medisch verpleegkundige,
zoals dat inmiddels gebruikelijk is in de curatieve sector. Ook basisartsen worden
op deze manier ingezet.
Vraag 7
Vindt u ook niet dat, vanwege de kwetsbare positie van zieke werknemers, zieke werknemers
altijd gezien moeten worden door een verzekeringsarts?
Antwoord 7
Nee. Indien iedere zieke werknemer of uitkeringsgerechtigde gezien wordt door een
verzekeringsarts, lopen de wachttijden op en neemt de dienstverlening aan deze klanten
af. Dat is onwenselijk. Bovendien is een zieke werknemer of uitkeringsgerechtigde
meer gebaat met specifieke ondersteuning gericht op werkhervatting vanuit een andere
discipline, zoals een arbeidsdeskundige, dan met een advies van een verzekeringsarts.
Vraag 8
Bent u van plan om de zeer hardvochtige plannen voor mensen die arbeidsongeschikt
zijn (WIA) en die in de Ziektewet zitten in de ijskast te zetten, totdat er voldoende
verzekeringsartsen zijn?
Antwoord 8
In het Regeerakkoord zijn maatregelen opgenomen die capaciteit opleveren bij verzekeringsartsen
en maatregelen die capaciteit kosten. Vooralsnog vormt het tekort aan verzekeringsartsen
geen reden om maatregelen niet uit te voeren. Het UWV beoordeelt per maatregel in
een «uitvoeringstoets» of de maatregel uitvoerbaar is.