Vragen van het lid Van der Lee (GroenLinks) aan de Staatssecretaris van Economische
Zaken en Klimaat over het artikel «Bij revolverende fondsen fungeert de overheid als
bank» (ingezonden 12 april 2018).
Antwoord van StaatssecretarisKeijzer (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 24 mei
2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1972.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Bij revolverende fondsen fungeert de overheid als bank»?1
Vraag 2 en 3
Klopt de constatering dat er door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
onterecht private investeringen worden meegeteld als gekatalyseerd kapitaal? Zo nee,
waarom niet? Deelt u de constatering dat hierdoor het gekatalyseerde vermogen en het
aantal banen dat ondersteund worden te hoog uitvallen?
Deelt u de mening dat de wijze waarop de Nederlandse ontwikkelingsbank (FMO) gekatalyseerd
vermogen berekent, door alleen gekatalyseerd kapitaal mee te tellen als FMO daadwerkelijk
een leidende rol heeft, een betere weergave geeft van de werkelijkheid? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, bent u van plan deze wijze van berekenen over te nemen?
Antwoord 2 en 3
De constatering in het ESB artikel is dat FMO en het Ministerie van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking gekatalyseerd kapitaal bij het Infrastructure Development
Fund anders meetelt. Het heeft derhalve geen betrekking op de revolverende fondsen
van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, die ook in fondsopzet en doelstelling
verschillen. Het beheer en daarmee de leiding van de fondsen zoals SEED en DVI ligt
per definitie bij de private investeringsmaatschappijen. Gelet op de verschillen,
zie ik geen aanleiding om de wijze van berekenen over te nemen.
Vraag 4
Klopt de bewering dat door elke euro die de overheid investeert in het Dutch Venture
Initiative (DVI) er vier euro wordt geïnvesteerd in Nederlandse startups en scaleups,
wanneer slechts die investeringen worden meegerekend waarbij de Nederlandse overheid
een leidende rol bij had?
Antwoord 4
Het klopt dat op basis van de huidige investeringspraktijk de verwachting is, dat
voor elke euro die de overheid investeert in het Dutch Venture Initiative (DVI), er
circa vier euro wordt geïnvesteerd in Nederlandse startups en scale-ups. Bij de investeringen
van het DVI nemen de private investeringsmaatschappijen altijd de investeringsbeslissingen
in startups en scale-ups. Op deze manier wordt er marktconform geïnvesteerd en optimaal
gebruik gemaakt van de expertise van de investeringsmaatschappijen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat revolverende fondsen in Nederland al snel marktverstorend werken
en dat dit een belangrijk aandachtspunt is?
Antwoord 5
Nee, die mening deel ik niet. Of revolverende overheidsfondsen marktverstorend zullen
werken, hangt af van de marktsegmenten waarop die fondsen zijn gericht en op welke
wijze ze worden opgezet. Bij revolverende fondsen zoals de SEED capital regeling en
DVI is de opzet juist om de interventie via de markt te laten verlopen. Doordat de
investeringsbeslissing bij de marktpartijen is belegd, zijn zij ook bereid om in een
belangrijk deel van de financiering te voorzien. Ook de OECD heeft te kennen gegeven
dat de manier waarop Nederland dit heeft vormgegeven met co-investeringen waarbij
private investeerders betrokken worden, een goede manier is om het investeringsklimaat
te stimuleren.2
Vraag 6 en 7
Bent u bereid de informatieverstrekking richting het parlement over de resultaten
van revolverende fondsen te verbeteren, zodat het parlement een beter inzicht heeft
over de effectiviteit van fondsen, vertragingen en onderbenutting? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, op welke wijze bent u van plan deze informatieverstrekking vorm te geven?
Bent u bereid ook de jaarlijkse informatievoorziening te verbeteren, door uitgebreider
en per instrument de resultaten weer te geven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6 en 7
Op bedrijvenbeleidinbeeld.nl wordt er per beleidsinstrument, waaronder de revolverende
fondsen en instrumenten, informatie verstrekt en dit wordt regelmatig geactualiseerd
met kwartaalcijfers3. Daarnaast zijn voor DVI steeds afzonderlijk de jaarverslagen naar de Kamer gestuurd.
Het rijksbrede onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar revolverende fondsen is momenteel
nog in gang en wordt naar verwachting in het derde kwartaal 2018 opgeleverd.4 Bij het onderzoek wordt gekeken hoeveel revolverende fondsen er op rijksniveau zijn,
hoeveel publiek geld erin is ondergebracht en of deze fondsen werken zoals bedoeld.
De informatie over de revolverende fondsen en de reactie van het kabinet op het onderzoek
en eventuele aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer, worden met de afronding van
het onderzoek zo snel mogelijk gedeeld met het parlement.