Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-20182101

Vragen van het lid Den Boer en Groothuizen (beiden D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat particulieren steeds vaker een privédetective inhuren (ingezonden 23 april 2018).

Mededeling van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 mei 2018).

Vraag 1

Kent u het bericht «Waar de politie verzaakt, duikt de privédetective op»?1

Vraag 2

Klopt het dat het aantal zaken dat door particuliere rechercheurs wordt behandeld toeneemt? Zo ja, hoe duidt u dit?

Vraag 3

Hoeveel particuliere recherchebureaus kent Nederland?

Vraag 4

Beschikt u over cijfers van zaken die door de politie worden opgepakt, nadat ze zijn aangedragen door particuliere rechercheurs? Zo ja, kunt u deze cijfers aan de Kamer doen toekomen?

Vraag 5

Op welke wijze behandelt de politie zaken die door particuliere recherchebureaus worden aangedragen? Zijn hier bepaalde werkwijzen of protocollen binnen de politie voor?

Vraag 6

Hoe duidt u het feit dat door de afgenomen capaciteit van de politie in de periode 2012–2017 er meer particuliere rechercheurs worden ingeschakeld?

Vraag 7

In hoeverre acht u de opkomst van particuliere recherchebureaus een risico voor de rechtsorde?

Vraag 8

Aan welke voorwaarden moeten particuliere recherchebureaus voldoen om een vergunning te krijgen? Welke opleidingsvereisten zijn verbonden aan het beroep particulier rechercheur?

Vraag 9

In hoeverre komen vergunningsvoorwaarden voor particuliere recherchebureaus overeen met de reguliere politierecherche?

Vraag 10

Op welke wijze worden de richtlijnen die zijn opgesteld door de branchevereniging voor particuliere rechercheurs gemonitord? Acht u deze vorm van zelfregulering afdoende om particuliere rechercheurs aan hun wettelijke restricties te houden? Zo ja, waarom? Zo nee, bent u bereid de regulering van en het toezicht op particuliere rechercheurs aan te scherpen?

Vraag 11

Klopt het dat de politie verantwoordelijk is voor het wettelijk toezicht op de particuliere recherche? Heeft de politie voldoende capaciteit om hier effectief toezicht op te kunnen uitoefenen?

Vraag 12

Hoe vaak zijn de afgelopen vijf jaar boetes aan particuliere recherchebureaus opgelegd omdat ze zich niet aan de regels hielden?

Vraag 13

Hoe vaak zijn de afgelopen vijf jaar vergunningen van particuliere recherchebureaus ingetrokken omdat ze zich niet aan de regels hielden?

Vraag 14

Aan welke wettelijke restricties zijn particuliere rechercheurs gebonden als het gaat om het vergaren van bewijs?

Vraag 15

Wat zijn de gevolgen als het openbaar ministerie in een strafzaak gebruik maakt van onrechtmatig verkregen bewijs dat door een particulier recherchebureau is verzameld? In hoeverre wordt de rechter bij zijn toetsing van dergelijk bewijs gehinderd door het feit dat het bewijs niet is verzameld door een opsporingsambtenaar, maar door een particulier (bedrijf)?

Welke risico’s ziet u voor de integriteit van de opsporing? Hoe kijken het openbaar ministerie en de rechtspraak hier tegenaan?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Den Boer en Groothuizen (beiden D66) van uw Kamer aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat particulieren steeds vaker een privédetective inhuren (ingezonden 23 april 2018) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


X Noot
1

Volkskrant, 18 april 2018