Vragen van het lid Helder (PVV) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het
bericht «Winkeldiefstal daalt helemaal niet» (ingezonden 22 maart 2018).
Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 23 april 2018).
Vraag 1
Kent u het bericht «Winkeldiefstal daalt helemaal niet»?1
Vraag 2
Hoe kijkt u aan tegen het bericht van Detailhandel Nederland dat het verschil tussen
aangiften van winkeldiefstal en het daadwerkelijke aantal diefstallen steeds groter
wordt?
Antwoord 2
Ik kan niet beoordelen of het verschil tussen aangiften van winkeldiefstal en het
daadwerkelijke aantal diefstallen steeds groter wordt. Het klopt wel dat er een verschil
is tussen de daadwerkelijke en geregistreerde criminaliteit. Het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) doet onderzoek naar de aard en omvang van
niet-geregistreerde criminaliteit (zie ook vraag 7). De resultaten van dit onderzoek
wacht ik af.
Vraag 3
Hoe rijmt u het verschil tussen de cijfers van het CBS en de door Detailhandel Nederland
verrichte steekproeven, waaruit bleek dat er geen sprake is van een daling, maar juist
van een stijging van 5% van het aantal winkeldiefstallen?
Antwoord 3
In het bericht «Winkeldiefstal daalt helemaal niet» worden steekproeven van Detailhandel
Nederland aangehaald. Ik ben echter niet bekend met de wijze waarop Detailhandel Nederland
de steekproeven heeft uitgevoerd, c.q. welke meetmethode wordt gehanteerd. Daarom
kan ik geen verklaring geven voor het verschil tussen de cijfers van het CBS en de
uitkomst van de door Detailhandel Nederland verrichte steekproeven.
Vraag 4
Hoe staat u tegenover het betoog van Detailhandel Nederland dat het doen van aangifte
dient te worden vereenvoudigd, nu volgens Detailhandel Nederland de cijfers van het
CBS een vertekend beeld geven, vanwege onder andere het feit dat het doen van aangifte
dikwijls als lastig wordt ervaren, waarbij wordt verwezen naar een artikel uit het
AD van 20 maart 2018, waarin tevens de link wordt gelegd tussen de daling van het
aantal aangiftes en het doen van aangifte via DigiD?2
Antwoord 4
Mijn inzet is en blijft om burgers en bedrijven te stimuleren om altijd aangifte te
doen van een strafbaar feit. De Nationale Politie werkt aan een verbeterd aangifteproces
bij winkeldiefstal. Detailhandel Nederland wordt daar nauw bij betrokken.
Daarnaast zijn er laagdrempelige aangiftemogelijkheden gecreëerd. Zo kan voor onder
andere winkeldiefstal aangifte worden gedaan op het politiebureau, in wijksteunpunten,
via een 3-D aangifteloket, telefonisch, bij een agent op straat en via internet.
Vraag 5
Wat gaat u doen met de boodschap dat sommige winkeliers helemaal gestopt zijn met
het doen van aangifte, omdat zij geen vertrouwen meer hebben in de politie?
Antwoord 5
Om de aangiftebereidheid te verhogen ontwikkelt de politie momenteel een nieuwe visie
op de dienstverlening die inspeelt op technologische en maatschappelijke ontwikkelingen
en de behoefte van de burger. Ik verwijs hiervoor naar mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Deelt u de mening dat er – meer algemeen – een groot verschil lijkt te bestaan tussen
daadwerkelijke criminaliteit en geregistreerde criminaliteit en de cijfers van het
CBS een te rooskleurig beeld laten zien? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het klopt dat er een verschil is tussen de daadwerkelijke en geregistreerde criminaliteit.
Door onderzoek, zoals nader wordt toegelicht in het antwoord op vraag 7, probeer ik
te achterhalen hoe groot dit verschil is. De cijfers van het CBS geven weer wat de
politie aan criminaliteit registreert.
Vraag 7
Bent u van plan nader onderzoek te laten doen naar het verschil tussen daadwerkelijke
criminaliteit en geregistreerde criminaliteit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ja, het WODC doet reeds onderzoek naar de aard en omvang van niet-geregistreerde criminaliteit.
Naar verwachting verschijnt het onderzoeksrapport in mei 2018.
Vraag 8
Bent u nu eindelijk van mening dat er behoefte is aan een nieuw meetinstrument om
zicht te krijgen op de daadwerkelijke omvang van de criminaliteit, nu de Veiligheidsmonitor
een enquête is onder een beperkt aantal burgers en ondernemers hier buiten vallen,
terwijl zij ook slachtoffer zijn van criminaliteit? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Een aanvullend meetinstrument acht ik niet noodzakelijk. Er zijn tal van periodieke
onderzoeken en monitoren die de omvang van de criminaliteit in beeld brengen. Door
middel van de Veiligheidsmonitor, waarin 150.000 personen deelnemen, worden onder
meer de leefbaarheid van de woonbuurt, de ervaren overlast, onveiligheidsgevoelens,
ervaringen met veel voorkomende criminaliteit en het oordeel van de burger over het
optreden van de politie onderzocht. Daarnaast zijn er ook andere monitoren, zoals
Criminaliteit en Rechtshandhaving, het Nationaal DreigingsBeeld georganiseerde criminaliteit,
de Strafrechtketenmonitor en de Monitor Georganiseerde Criminaliteit, die inzicht
bieden in onder meer de omvang van criminaliteit.