Vragen van de leden Özütok en Özdil (beiden GroenLinks) aan de Minister en Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Callgirl voor Albert Heijn»
(ingezonden 12 maart 2018).
Antwoord van Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 17 april 2018).
Vraag 1
Kent u het bericht «Callgirl voor Albert Heijn»?1
Vraag 2
Deelt u de mening dat de praktijken, zoals die in het artikel worden omschreven (intimidatie,
onbetaalde oproepdiensten, onwerkbare roosters), neigen naar uitbuiting? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
Op basis van de informatie in het artikel kan ik niet concluderen dat hier sprake
is van arbeidsuitbuiting. Bij arbeidsuitbuiting gaat het om ernstige en onmenselijke
situaties op de werkvloer, waarbij sprake is van dwang, geweld, chantage en misleiding.
Arbeidsuitbuiting is een vorm van mensenhandel en is strafbaar gesteld onder artikel
273f van het Wetboek van Strafrecht.
Vraag 3 en 4
Is de werkomgeving in de distributiecentra van Albert Heijn wel veilig (zowel fysiek
als sociaal)? Controleert de Inspectie SZW hier voldoende op?
Weten werknemers waar zij melding kunnen doen van onveilige situaties? Zijn er meldingen
geweest? Wat was de aard van deze meldingen? Wat is er gebeurd met deze meldingen?
Wat kan de Inspectie SZW doen om de meldingsbereidheid van deze werknemers te vergroten?
Antwoord 3 en 4
Het is de taak van de werkgever om voor goede arbeidsomstandigheden te zorgen en voor
eerlijk werk zorg te dragen. Als het gaat om de veiligheid en de gezondheid stelt
de wet duidelijke grenzen. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet mogen werkzaamheden
geen gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer, waaronder
zeker ook het voorkomen van stress en overmatige werkdruk verstaan dient te worden.
Ook de Arbeidstijdenwet stelt duidelijke grenzen
De Inspectie houdt toezicht op de naleving van de arbeidswetgeving zoals de Arbeidsomstandighedenwet,
de Arbeidstijdenwet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Werknemers kunnen
individueel of via een vakbond of ondernemingsraad een melding of klacht indienen
bij de Inspectie SZW. Alle meldingen worden betrokken bij de risico-evaluatie van
de Inspectie, waarna besloten wordt welke meldingen met voorrang worden opgepakt.
Bij een melding of klacht afkomstig van een vakbond of ondernemingsraad met betrekking
tot gezond en veilig werk volgt altijd een onderzoek door de Inspectie SZW.
Er zijn geen recente meldingen bekend die betrekking hebben op de in het artikel genoemde
situatie.
In 2017 heeft de Inspectie mede op basis van kwalitatief webonderzoek haar website
vernieuwd waardoor het nog overzichtelijker en laagdrempeliger is geworden om meldingen
en klachten bij de Inspectie te doen. De meldingen kunnen in diverse talen gedaan
worden.
Vraag 5
Wat vindt u ervan dat OTTO (het betreffende uitzendbureau) meer huur inhoudt op het
loon dan wettelijk toegestaan is? Wordt hiermee de Wet Aanpak Schijnconstructies overtreden?
Zo ja, gaat de Inspectie SZW hier op handhaven?
Antwoord 5
Sinds 1 januari 2017 geldt het verbod op inhoudingen en verrekeningen op het Wettelijk
minimumloon. Huisvesting vormt daar één van de uitzonderingen op. Er mag maximaal
25% ingehouden worden op het wettelijk minimumloon onder strikte voorwaarden. Eén
van die voorwaarden is dat de huisvesting voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen die
zijn afgesproken in de cao en zijn gecontroleerd door een geaccrediteerde instelling.
Een voorbeeld van een normenset met accreditering is het eerdergenoemde SNF-keurmerk.
Het minimumloon is trouwens het minimumloon dat voor de werknemer geldt. Onduidelijk
is of sprake is van inhoudingen die niet toegestaan zijn.
Vraag 6
Is hier sprake van een overtreding van de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs
(WAADI)? Zo ja, gaat de Inspectie SZW hier op handhaven?
Antwoord 6
Ik neem aan dat u hierbij wijst op het feit dat uitzendkrachten op basis van de Waadi2 recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in gelijke of gelijkwaardige
functies in dienst van het bedrijf waar de uitzendkracht aan ter beschikking is gesteld
(de inlener). Bij de cao van de uitzender of de inlener kan hier – mits in duur beperkt
– van worden afgeweken. Ik ga er vooralsnog van uit dat Albert Heijn en OTTO Workforce
aan deze voorwaarden voldoen en dat Albert Heijn zich ervan vergewist dat OTTO Workforce
haar werknemers correct betaalt. De uitleg van de werkingssfeer van een cao is aan
cao-partijen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat dit het zoveelste voorbeeld is van onwenselijke concurrentie
op arbeidsvoorwaarden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De interne markt brengt de Nederlandse samenleving veel welvaart: meer export, lagere
consumentenprijzen en grotere werkgelegenheid. Eerlijk loon en goede arbeidsomstandigheden
voor iedereen zijn helaas niet vanzelfsprekend. Daarom wordt ingezet op gelijk loon
voor gelijk werk in Europa, de Wet aanpak schijnconstructies en het minimumloon per
gewerkt uur voor meerwerk en stukloon dat vanaf 1 januari jongstleden geldt.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Jasper van
Dijk (SP), ingezonden 12 maart 2018 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018,
nr. 1916)
X Noot
2Waadi, Wet allocatie arbeidskrachten door intermediars.