Vragen van het lid Groothuizen (D66) aan de Minister voor Rechtsbescherming over het
bericht «Veluwe staat model bij aanpak criminelen» (ingezonden 12 maart 2018).
Antwoord van Minister Dekker (Rechtsbescherming) (ontvangen 12 april 2018). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1698.
Vraag 1
Kent u het bericht «Veluwe staat model bij aanpak criminelen»?1
Vraag 2, 3
In hoeveel gemeenten is deze methode al geïmplementeerd? Wat zijn daar de resultaten?
Hoeveel gemeenten hebben interesse om deze bestuursrechtelijke sanctiemethodiek te
implementeren?
Antwoord 2, 3
Ik heb vernomen dat er verschillende gemeenten geïnformeerd hebben bij de gemeente
Putten naar de wijze waarop Putten gebruikmaakt van dit instrumentarium. Mij is niet
bekend hoeveel gemeenten gebruik maken van dit instrumentarium en wat de resultaten
zijn.
Vraag 4
Hoe verhoudt deze bestuursrechtelijke sanctiemethode zich tot de strafrechtelijke
vervolging uit artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van
de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM)?
Antwoord 4
De gemeente Putten maakt gebruik van de last onder dwangsom. Een dergelijke last is
een reparatoire bestuurlijke sanctie (herstelsanctie), zoals geregeld in hoofdstuk
5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en is geen bestraffende sanctie. Een herstelsanctie
kan worden opgelegd om een overtreding ongedaan te maken of te beëindigen, om te voorkomen
dat een overtreding wordt herhaald dan wel zodra het gevaar voor een (eerste) overtreding
klaarblijkelijk dreigt. Artikel 6 EVRM ziet op strafrechtelijke vervolging en is in
beginsel niet van toepassing op een last onder dwangsom. Wel kunnen de concrete omstandigheden
van het geval de rechter tot het oordeel brengen dat een herstelsanctie toch moet
worden aangemerkt als een punitieve sanctie.2 De rechter kijkt daarbij naar de aard van de overtreding (mede bezien in relatie
tot het doel van de sanctie) en de zwaarte van de maatregel. Naast artikel 6 EVRM
stelt overigens ook de Awb grenzen aan de bevoegdheid van een bestuursorgaan om een
last onder dwangsom op te leggen. Zo mogen de nadelige gevolgen van het besluit niet
onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen (artikel 3:4,
tweede lid, Awb) en moet de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding staan tot
de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom (artikel
5:32b, derde lid, Awb).
Vraag 5, 6
Hoe beoordeelt u de stelling dat de gemeente met deze methode eigenlijk op de stoel
van het openbaar ministerie (OM) en de rechter gaat zitten? Zo ja, hoe beoordeelt
u de zorgvuldigheid van deze procedure?
Hoe beoordeelt u de wenselijkheid van dit soort methodes in het licht van het feit
dat de bestuursrechter doorgaans een marginale toets uitvoert in tegenstelling tot
de toets van de strafrechter?
Antwoord 5, 6
Op grond van artikel 5:32 Awb, in samenhang met artikel 125 Gemeentewet, is het gemeentebestuur
bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van regels die
het gemeentebestuur uitvoert, zoals de APV. Zoals gezegd is een last onder dwangsom
in beginsel geen bestraffende sanctie. Uitgangspunt van het bestuursrecht is dat besluiten
worden genomen door het bestuur en vervolgens kunnen worden beoordeeld door de (bestuurs)rechter.
Het democratisch gelegitimeerde en gecontroleerde bestuur is aangesteld om de wetgeving
uit te voeren.
Voordat de gemeente Putten de last oplegt, stelt zij de overtreder in de gelegenheid
om zijn zienswijze naar voren te brengen. Tegen de last en – als betrokkene de last
negeert en opnieuw in de fout gaat – tegen de beschikking tot invordering van de dwangsom
staan bezwaar, beroep en hoger beroep open. De rechtspraak laat zien dat de bestuursrechter
uitstekend in staat is om ook ingrijpende (al dan niet punitieve) sancties indringend
te beoordelen op hun rechtmatigheid, aan de hand van een met rechtswaarborgen omklede
volledige belangenafweging en proportionaliteitstoets.
Vraag 7
Klopt het dat de gemeenten bij het opleggen van een bestuurlijke sanctie niet naar
de persoonlijke omstandigheden van de verdachte kijken? Zo ja, hoe beoordeelt u dat?
Antwoord 7
Nee, die conclusie trek ik niet uit de mij door de gemeente Putten verstrekte informatie.
De last onder dwangsom is daar onderdeel van een integrale handhavingsaanpak, waarbij
per geval wordt beoordeeld welk strafrechtelijk of bestuurlijk instrument passend
is. De gemeente Putten werkt daarbij nauw samen met de politie en het openbaar ministerie.
Uiteindelijk is het natuurlijk aan de rechter om te beoordelen of de gemeenten die
dit instrument hanteren, voldoende oog hebben voor de persoonlijke omstandigheden
van de overtreder.
Vraag 8
In hoeveel van de gevallen waar een last onder dwangsom of bestuurlijke boete met
als doel preventief crimineel gedrag tegengaan wordt de dwangsom of boete ook daadwerkelijk
geïnd? Hoe ingewikkeld is het om het bedrag te innen? Hoe beoordeelt u in dit verband
het effect van deze methode op lange termijn?
Antwoord 8
In 90 tot 95% van de gevallen wordt in Putten nadat de last onder dwangsom is opgelegd,
geen nieuwe overtreding geconstateerd en volgt dus uiteraard ook geen invordering.
In de overige gevallen (5 tot 10%) gaat de gemeente Putten tot invordering over. Die
invordering verloopt effectief aldus de gemeente.
X Noot
2ECLI:NL:RVS:2017:3251