Vragen van het lid Nijboer (PvdA) aan de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Economische Zaken en Klimaat over onvoorziene fiscale gevolgen van de bevingsschade (ingezonden 2 maart 2018).

Antwoord van Staatssecretaris Snel (Financiën), mede namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 10 april 2018). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1549.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Los ook meteen de fiscale sores rond de bevingsschade in Groningen op»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat onduidelijkheid over de fiscale gevolgen van compensatie en versterking tot onzekerheid kan leiden bij mensen die zoveel mogelijk voorkomen moet worden?

Antwoord 2

Ja. Op 19 maart jongstleden is het nieuwe schadeloket van de onafhankelijke Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) gestart. De commissie stelt binnen de kaders van het Besluit Mijnbouwschade Groningen haar werkwijze vast. De TCMG publiceert naar verwachting in april haar werkwijze. Zodra de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade haar werkwijze heeft vastgesteld en gepubliceerd, is het van belang snel duidelijkheid te scheppen over de eventuele fiscale gevolgen van besluiten.

Het voornemen is om op de website van de Belastingdienst een publicatie op te nemen waarin de fiscale behandeling van de compensatieregelingen is opgenomen. Dat geldt zowel voor particulieren als voor ondernemers voor de inkomstenbelasting. Een dergelijke beschrijving schept duidelijkheid voor degenen die de vergoedingen ontvangen.

Vraag 3, 4, 5

Wilt u ingaan op de genoemde voorbeelden in het artikel en helderheid geven voor die situaties?

Hoe worden de vergoedingen voor immateriële schade en de waardedaling van woningen in de belastingheffing betrokken?

Hoe is dat in deze gevallen voor bedrijven en maakt het daarbij nog uit in welke vorm (bv, nv, vof, zzp) de onderneming wordt gedreven?

Antwoord 3, 4, 5

Er is onderscheid tussen compensatie die wordt ontvangen door particulieren en compensatie die wordt ontvangen door ondernemers. Hierna wordt ingegaan op de in het artikel benoemde voorbeelden.

Box 3

In het algemeen geldt dat vergoedingen in de privésfeer voor (immateriële) schade niet worden aangemerkt als voordelen uit een bron van inkomen. Mits de vergoedingen niet zien op inkomensschade zijn deze dus niet belastbaar in box 1. Dit geldt ook voor vergoedingen in de privésfeer voor de waardedaling van een eigen woning.

In eerste instantie wordt bij materiële schade ingezet op schadeherstel en de verwachting is dat eventuele schadevergoedingen benut worden om schade te herstellen.

Het bedrag van de vergoedingen kan – afhankelijk van de aanwending van die vergoedingen – op de peildatum, 1 januari van de kalenderjaren na het jaar van ontvangst van de vergoedingen, wel deel uitmaken van de rendementsgrondslag van box 3. Voor zover de rendementsgrondslag meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen (€ 30.000, bij fiscale partners € 60.000) is belasting verschuldigd. Ook de rechten op schadevergoedingen kunnen op de peildatum deel uitmaken van de rendementsgrondslag van box 3. Via het verzamelinkomen en de rendementsgrondslag van box 3 werkt dit door naar de inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen (inkomenstoets en vermogenstoets). De rendementsgrondslag van box 3 wordt elk jaar op 1 januari vastgesteld.

Eigen woning

Zoals hiervoor toegelicht kan het bedrag van de vergoeding voor de waardedaling van de eigen woning – afhankelijk van de aanwending van die vergoeding – dan wel het recht op vergoeding een bezitting vormen in box 3.

Het gebruiken van een ontvangen vergoeding voor het al dan niet aflossen van de eigenwoningschuld is een keuze van de gedupeerde. Indien de vergoeding voor de waardedaling van de eigen woning wordt gebruikt voor het aflossen van de eigenwoningschuld, vermindert de eigenwoningschuld. Bij verkoop van de eigen woning wordt de eventuele eigenwoningreserve vastgesteld.2 De eigenwoningreserve is van belang voor het bepalen van de maximale hoogte van de eigenwoningschuld van een eventuele nieuwe eigen woning. Omdat het uitgangspunt van de regeling is dat het bedrag van de eigenwoningreserve wordt aangewend voor de volgende eigen woning, geldt dat hoe hoger de eigenwoningreserve is, hoe lager de maximale eigenwoningschuld is. De renteaftrek is beperkt tot rente over schulden die behoren tot de eigenwoningschuld. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen aflossingen die kunnen worden gedaan door de ontvangst van een vergoeding voor de waardedaling van de eigen woning en andere aflossingen.

Onteigening en bedrijfsverplaatsing

In het artikel wordt ook gerefereerd aan onteigening en bedrijfsverplaatsing. Er is geen sprake van onteigening en het is de inschatting dat bedrijfsverplaatsing direct of indirect gerelateerd aan winning uit het Groningenveld zich slechts in een beperkt aantal gevallen zal (kunnen) voordoen.

Bij een bedrijfsverplaatsing van een onderneming (voor de inkomstenbelasting) gedreven door een natuurlijk persoon speelt de vraag of sprake is van staking van de onderneming, gevolgd door de start van een nieuwe onderneming, of dat sprake is van verplaatsing en voortzetting van de («oude») onderneming.

Of sprake is van staking van de onderneming is een feitelijke toets die aan de hand van de jurisprudentie (identiteitscriterium) moet plaatsvinden. Genoemd criterium houdt in dat de verplaatsing door een ondernemer van zijn bedrijfsuitoefening niet leidt tot staking van de onderneming indien de identiteit van de onderneming ondanks de verplaatsing ervan wezenlijk dezelfde is gebleven.

Als geen sprake is van staking van een onderneming zal ten aanzien van de ontvangen schadevergoeding en de bij verkoop gerealiseerde boekwinst veelal de herinvesteringsreserve soelaas kunnen bieden. Als wel sprake is van staking gelden er stakingsfaciliteiten en kan mogelijk een beroep worden gedaan op de doorschuifregeling via te conserveren inkomen naar een andere onderneming, zodat geen sprake is van onmiddellijke belastingheffing.

Bij een bv of een andere belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting doet zich bij een bedrijfsverplaatsing geen staking van een onderneming voor.

Vraag 6, 7

Overweegt u een specifiek fiscaal beleidsbesluit voor Groningen? Zo ja, wanneer kan dat tegemoet worden gezien?

Bent u bereid fiscale helderheid te scheppen voor alle inwoners en bedrijven in Groningen? Zo ja, op welke wijze gaat u daarvoor zorgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6, 7

Voor zowel burgers als bedrijven is het belangrijk dat helder wordt gecommuniceerd wat de mogelijke fiscale gevolgen zijn van de verschillende compensatieregelingen. Daartoe behoren ook de gevolgen voor het recht op toeslagen. Zodra de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade haar werkwijze heeft vastgesteld en gepubliceerd, is het van belang snel duidelijkheid te scheppen over de eventuele fiscale gevolgen van deze regelingen.

Er wordt geen specifiek fiscaal beleidsbesluit overwogen. Zoals ik eerder aangaf bestaat wel het voornemen om op de website van de Belastingdienst een publicatie op te nemen waarin de fiscale behandeling van de compensatieregelingen is opgenomen. Andere websites voor betrokkenen kunnen dan een link opnemen naar de informatie op de website van de Belastingdienst.


X Noot
1

Los ook meteen de fiscale sores rond de bevingsschade in Groningen op, FD, 20 februari 2017

X Noot
2

Dit is de verkoopprijs verminderd met de verkoopkosten en verminderd met de eigenwoningschuld.

Naar boven