Vragen van het lid Asscher (PvdA) aan de Minister-President over de eerste honderd
dagen van het kabinet (ingezonden 6 februari 2018).
Antwoord van Minister Hoekstra (Financiën) mede namens Staatssecretaris van Financiën
(ontvangen 26 maart 2018).
Vraag 5, 6
Hoeveel geld komt er via het verlagen van de winstbelasting en het afschaffen van
de dividendbelasting bij multinationals en buitenlandse beleggers terecht?
Is het waar dat buitenlandse regeringen, zoals de regering-Trump, en buitenlandse
hedgefondsen het meest profiteren van de afschaf van de dividendbelasting?
Antwoord 5, 6
Het verlagen van de vennootschapsbelasting komt ten goede aan alle vennootschappen
die in Nederland belastingplichtig zijn. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen
nationaal en internationaal opererende vennootschappen. Overigens wordt het fiscale
pakket voor het bedrijfsleven in het regeerakkoord, waaronder de tariefsverlaging
in de vennootschapsbelasting, in de structurele fase voor een groot deel gefinancierd
door een verbreding van de grondslag van de vennootschapsbelasting.
Voor de dividendbelasting geldt het volgende. In 2016 was de bruto opbrengst van de
dividendbelasting € 3,25 miljard. Binnenlandse belastingplichtigen kunnen de dividendbelasting
verrekenen in de inkomstenbelasting (€ 1,56 miljard) en in de vennootschapsbelasting
(€ 0,29 miljard). Er resteert een netto opbrengst van de dividendbelasting van € 1,4
miljard. De netto opbrengst van de dividendbelasting is afkomstig van buitenlandse
partijen. Aangezien bij deelnemingsdividenden, bijvoorbeeld in concernverband bij
multinationals, over het algemeen een inhoudingsvrijstelling geldt, betreft het vrijwel
uitsluitend buitenlandse portfoliobeleggers.
Of de Nederlandse dividendbelasting bij de (uiteindelijke) buitenlandse aandeelhouder
als last neerslaat, hangt af van verschillende factoren, zoals de belastingwetgeving
in het woon- of vestigingsland van de aandeelhouder, de regelingen in een eventueel
belastingverdrag tussen Nederland en het woon- of vestigingsland van de aandeelhouder,
en of de aandeelhouder de Nederlandse aandelen rechtstreeks houdt dan wel dat een
belegger participeert in een beleggingsfonds dat Nederlandse aandelen houdt.
Ook speelt een rol dat de buitenlandse aandeelhouder in bepaalde gevallen aanspraak
kan maken op een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting op basis van de Wet op
de dividendbelasting 1965.
Gezien het grote aantal factoren dat van belang is, kan geen sluitende lijst worden
gegeven van alle situaties waarin Nederlandse dividendbelasting wel en niet een last
is voor buitenlandse aandeelhouders. Wel kan een aantal voorbeelden worden gegeven
van situaties waarin Nederlandse dividendbelasting op basis van lokale belastingwetgeving
en een eventueel belastingverdrag met Nederland (deels) als niet-verrekenbare eindheffing
ten laste van de aandeelhouder kan komen. Zie hiervoor ook de brief van de Staatssecretaris
van 14 november jl.1 Een exacte kwantitatieve inschatting van de mate van verrekenbaarheid met de eigen
fiscus is niet te geven voor de beleggers in de verschillende landen.
Vraag 34
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat het spaargeld van mensen veilig is? Bent u
van plan de ongewogen kapitaalbuffer verder te verhogen?
Antwoord 34
Sinds de crisis zijn veel maatregelen genomen om banken weerbaarder te maken. Bovendien
zijn spaartegoeden op grond van nationale depositogarantiestelsels tot een bepaald
bedrag gedekt. Om banken veiliger te maken is het van belang dat zij voldoende en
adequate bail-inbare buffers hebben, zodat een bank indien deze in problemen komt
kan worden afgewikkeld. NL zet zich hier in Europa dan ook voor in.2 Verder is de leverage ratio eis een goede achtervang om ervoor te zorgen dat banken
te allen tijde voldoende eigen vermogen hebben. Een leverage ratio eis van 3% voor
alle Europese banken ligt momenteel in Europa op tafel in de onderhandelingen over
een herziening van het kapitaaleisenraamwerk. Het Bazelse Comité is daarnaast onlangs
met een opslag in de leverage ratio gekomen voor mondiale systeembanken (GSIBs). Inzet
van Nederland in Europa is dat de opslag breder geldt, namelijk ook voor banken die
relevant zijn voor het Europese of nationale systeem. Nederland zal conform het regeerakkoord
de nationale leverage ratio eis in lijn brengen met de Europese eis zodra deze geïntroduceerd
is.
Vraag 35
Wat gaat u doen om het MKB, net als de multinationals, tegemoet te komen, nu het MKB
een verhoging van box 2, een verhoging van de BTW en het terugdraaien van het tariefopstapje
in de vennootschapsbelasting voor haar kiezen krijgt?
Antwoord 35
Het antwoord op deze vraag is gelijk aan het antwoord op de vraag die door de leden
Asscher en Nijboer op 10 november 2017 is gesteld en op 14 november 2017 door de Minister-President
is beantwoord. Ik verwijs daarom naar die eerdere beantwoording.3
Vraag 59
Bent u bereid de afschaffing van de dividendbelasting uit te stellen?
Antwoord 59
Het kabinet ziet geen aanleiding om indiening van dit wetsvoorstel uit te stellen.
De afschaffing van de dividendbelasting is voorzien per 1 januari 2020, tegelijk met
de implementatie van een bronbelasting op uitgaande dividendstromen naar landen met
zeer lage belastingen en in misbruiksituaties. Op Prinsjesdag 2018 zal de Staatssecretaris
het daartoe strekkende wetsvoorstel aan uw Kamer aanbieden. Bij de behandeling van
dit wetsvoorstel zal hij met uw Kamer in gesprek gaan over de maatregelen.
X Noot
3Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 393, antwoord op vragen 13 en 14, pagina 2 en 3.