Vragen van de leden Ploumen (PvdA), Van Oijk (GroenLinks) en Karabulut (SP) aan de
Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «De onderkoning van Congo» (ingezonden
19 februari 2018).
Antwoord van Minister Blok (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 maart 2018).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «De onderkoning van Congo»?1
Antwoord 1
Ja. Het kabinet is bezorgd over de activiteiten van Dan Gertler, aangezien hij telkenmale
in verband wordt gebracht met corruptie en omkoping, met name in de Democratische
Republiek Congo (DRC). Het kabinet is van mening dat zijn praktijken een uiterst negatief
effect hebben op de al zeer ernstige politieke en veiligheidscrisis in de DRC. Tijdens
haar bezoek aan de DRC op 12 en 13 maart zal de Minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking haar zorgen uitspreken over de activiteiten van Gertler
in DRC en de autoriteiten in de DRC aansporen om maatregelen te nemen tegen hem.
Vraag 2, 3, 4
Is er na plaatsing van de Fleurette Group (die fiscaal in Nederland is gevestigd)
op de Amerikaanse sanctielijst – die voortvloeit uit de zogeheten Magnitski-act, gericht
tegen personen en bedrijven die betrokken zijn bij corruptie en mensenrechtenschendingen
– door Nederland onderzoek gedaan naar dit bedrijf? Zo nee, waarom niet?
Bent u bekend met het strafrechtelijk onderzoek dat loopt tegen het bedrijf? Zo nee,
bent u bereid contact op te nemen met uw Amerikaanse ambtsgenoot om u te laten informeren?
Bent u door de Amerikaanse overheid geïnformeerd over de toelichting op de sanctionering
van Gertler en een handjevol van zijn bedrijven, waaronder de Nederlandse vennootschap
Fleurette Holdings Netherlands in Nieuwkoop? Zo ja, welke acties heeft u daarop ondernomen?
Zo nee, bent u bereid zich alsnog te laten informeren?
Antwoord 2, 3, 4
Het kabinet is goed op de hoogte van het Amerikaanse strafrechtelijk onderzoek en
de Amerikaanse sancties tegen Dan Gertler en een aantal van zijn bedrijven, waaronder
Fleurette Holdings Netherlands en heeft hierover veelvuldig contact met de Amerikaanse overheid. De speciaal gezant
voor natuurlijke hulpbronnen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft in november
2017 contact gezocht met het Nederlandse directielid van Fleurette Holdings om hem te wijzen op de zeer stringente Nederlandse positie inzake corruptie en belastingontwijking
in de grondstoffensector. Deze meldde toen dat Fleurette Holdings reeds uit Nederland was vertrokken. Deze kwestie heeft inmiddels de volledige aandacht
van de Nederlandse handhavingsinstanties.
Vraag 5, 6
Bent u bereid om in navolging van de VS te onderzoeken of er in EU-verband sancties
tegen Gertler en een handjevol van zijn bedrijven mogelijk zijn?
Welke mogelijkheden zijn er voor het invoeren van sancties tegen Gertler en zijn bedrijven
vanuit Nederland?
Antwoord 5, 6
De EU kent geen sanctieregime dat zich laat vergelijken met de Amerikaanse Global
Magnitsky act, waarop personen en bedrijven geplaatst kunnen worden die waar ook ter
wereld verdacht worden van ernstige corruptie of mensenrechtenschendingen. Wel zijn
er andere maatregelen die de EU kan nemen, bijvoorbeeld onder Artikel 97 van het Verdrag
van Cotonou, dat ziet op het instellen van passende maatregelen in de hulprelatie
indien er sprake is van grootschalige corruptie. In geval er sprake is van verdenking
van strafbare feiten, zoals buitenlandse corruptie, zijn het Nederlandse Openbaar
Ministerie en de FIOD belast met de detectie, opsporing en vervolging.
Vraag 7
Welke inspanningen verricht Nederland om betrokkenheid bij (internationale) corruptie
te vermijden?
Antwoord 7
Nederland kent een integrale aanpak van corruptie, van preventie tot repressie.
Dit beleid is uiteengezet in de Kamerbrief van 10 maart 2015 (Kamerstuk 34 000 VII, nr. 40). Het kabinet wil corruptie zoveel mogelijk voorkomen en waar corruptie ondanks preventieve
maatregelen toch nog heeft plaatsgevonden, zo effectief mogelijk met alle beschikbare
middelen en instrumenten bestrijden. Passieve en actieve omkoping van ambtenaren in
binnen- en buitenland zijn strafbaar gesteld voor de Nederlandse wet. Het Nederlandse
Openbaar Ministerie, de rijksrecherche en de FIOD zijn belast met de detectie, opsporing
en vervolging van omkoping.
In 2016 heeft het kabinet een investering van 20 miljoen euro gedaan
voor de bestrijding van binnenlandse en buitenlandse corruptie en witwassen (Kamerstuk
29 911, nr. 134). Met deze investering is onder meer het Anti Corruptie Centrum bij de FIOD opgericht
dat zich bezighoudt met het taakgebied van de FIOD aangaande corruptie.
Naast opsporing en vervolging, is het bevorderen van integriteit en bewustzijn bij
het internationaal opererende bedrijfsleven van groot belang als preventieve maatregel
om buitenlandse corruptie te bestrijden. In de communicatie tussen de Nederlandse
overheid en bedrijven, zoals in de aanloop naar economische missies en rondetafelgesprekken,
wordt het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen sterk aangemoedigd.
Het kabinet stimuleert het Nederlandse bedrijfsleven op een verantwoorde manier zaken
te doen, met respect voor mens en milieu. De OESO-richtlijnen voor Multinationale
Ondernemingen vormen hiervoor het kader (Kamerstuk 26 485, nr. 164), en omvatten diverse thema’s zoals mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu
en corruptie. De bestrijding van corruptie is onderdeel van de OESO- richtlijnen.
Het is de verantwoordelijkheid van bedrijven zelf om risico’s, zoals op het gebied
van corruptie, te identificeren, voorkomen of mitigeren en rekenschap af te leggen
over de wijze waarop zij met de geïdentificeerde risico’s omgaan. Deze due diligence (gepaste zorgvuldigheid) is een kernelement van de OESO-richtlijnen.
X Noot
1Volkskrant van 6 februari 2018