Vragen van het lid Becker (VVD) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over het bericht dat Artsen zonder Grenzen medewerkers heeft ontslagen vanwege seksueel
wangedrag (ingezonden 16 februari 2018).
Antwoord van Minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen
1 maart 2018).
Vraag 1
Kent u het bericht «Artsen zonder Grenzen heeft medewerkers heeft ontslagen vanwege
seksueel wangedrag»?1
Vraag 2
Klopt het dat er vorig jaar sprake is geweest van 24 gevallen van seksueel wangedrag
bij Artsen zonder Grenzen waarvan zeven onder Nederlandse verantwoordelijkheid? Zo
ja, binnen welke projecten deden de gebeurtenissen zich voor, hoe lang kon dit voortduren,
op welk moment is het ministerie hiervan op de hoogte gesteld en welke actie heeft
u ondernomen?
Antwoord 2
Artsen zonder Grenzen heeft sinds 2016 geen financieringsrelatie met het Ministerie
van Buitenlandse Zaken en heeft derhalve geen rapportageverplichtingen richting het
ministerie. Ik heb net als u kennis genomen van dit bericht over de integriteitsmeldingen
binnen Artsen zonder Grenzen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de feiten die de afgelopen dagen naar buiten zijn gekomen van
seksueel wangedrag door hulpverleners en misbruik in de hulpsector in brede zin grote
zorgen baren en we niet kunnen spreken van een incident? Deelt u ook de mening dat
het onacceptabel is dat juist een sector die veel geld en vertrouwen krijgt van belastingbetalers
en donateurs om goed te doen in de wereld, juist ellende veroorzaakt?
Antwoord 3
De feiten die de afgelopen dagen naar boven zijn gekomen over seksueel wangedrag bij
diverse hulp- en ontwikkelingsorganisaties hebben mij diep geschokt, zoals ik ook
heb aangegeven in mijn brief aan uw Kamer op 23 februari jl.2 Het is onacceptabel dat medewerkers van dergelijke organisaties misbruik hebben gemaakt
van hun posities ten koste van kwetsbare individuen in fragiele situaties. Terecht
eisen mensen, van wie velen via giften bijdragen aan het werk van deze organisaties,
volledige openheid over de misstanden én maatregelen.
Vraag 4
Bent u bereid van alle ngo’s waar Nederlands belastinggeld naar toe gaat te onderzoeken
en voor de Kamer in beeld te brengen of en hoeveel incidenten met ontoelaatbaar gedrag
zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, wat de organisatie voor actie heeft ondernomen,
of het ministerie op de hoogte was en wat het ministerie heeft ondernomen?
Antwoord 4
Ik heb op 16 februari jl. in een brief de Nederlandse hulp- en ontwikkelingsorganisaties
reeds gevraagd om volledige openheid van zaken te geven en om waarborgen te bieden
ten aanzien van de wijze waarop zij omgaan met integriteitsschendingen.3 Zie tevens antwoord op vraag 5. Ik heb de organisaties tevens uitgenodigd voor een
overleg dat ik op 6 maart a.s. op mijn ministerie heb belegd.
Vraag 5
Bent u tevens bereid financiële consequenties aan geconstateerde misstanden te verbinden
door bij organisaties waar ontoelaatbaar is gehandeld hulpgeld te korten en/of terug
te vorderen? Zo ja, hoe en op welke termijn kunt u dit realiseren?
Antwoord 5
Integere omgang met ontwikkelingsgelden staat al geruime tijd op de agenda en is gereguleerd
in contracten, subsidiebeschikkingen en auditprotocollen. Financiële malversaties,
of verdenkingen daarvan, worden direct gemeld aan het ministerie. Ook bestaan er heldere
procedures voor terugvordering van onrechtmatige uitgaven.
Ook ten aanzien van overig, niet-financieel integriteitsbeleid kent het ministerie
bepalingen in subsidiekaders. Deze zijn doorgaans echter generiek geformuleerd, zonder
specificering van bijvoorbeeld seksueel grensoverschrijdend gedrag of machtsmisbruik.
Dit maakt het complexer om in het geval van vermeende of bewezen misstanden op dit
terrein over te gaan tot terugvordering of het opleggen van andere, juridisch onderbouwde
sancties.
Naar aanleiding van de in Haïti en andere crisisgebieden geconstateerde misstanden,
heb ik binnen mijn departement opdracht gegeven om bestaande subsidiekaders, overeenkomsten
en beschikkingen tegen het licht te houden en deze verder aan te scherpen voor wat
betreft integriteitseisen. Uitgangspunt is een zero tolerance beleid voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het gaat dan onder meer om strikte
gedragscodes met adequate consequenties. Ook verwacht ik dat elke organisatie mijn
ministerie direct informeert over mogelijke misstanden begaan door eigen medewerkers
of die van uitvoerende partners, bij de uitvoering van door mij gefinancierde activiteiten.
Bovenstaande zal onderwerp van eerder genoemd gesprek met de Nederlandse hulp- en
ontwikkelingsorganisaties op 6 maart a.s. zijn. Ik zal uw Kamer informeren over de
uitkomst van dit overleg en over concrete maatregelen om subsidiekaders aan te scherpen.