Vragen van het lid Madlener (PVV) aan de Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit over het bericht dat België haar pluimveehouders die getroffen zijn door de fipronilcrisis mag compenseren (ingezonden 14 december 2017).

Antwoord van Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 9 februari 2018) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 807.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel waarin staat dat België haar pluimveehouders die getroffen zijn door de fipronilcrisis mag compenseren?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u bereid om, net als België, pluimveehouders te compenseren die buiten hun schuld zijn getroffen zijn door de fipronilcrisis? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Ik wil niet voorbij gaan aan de impact die de fipronilcrisis heeft gehad op de getroffen bedrijven en de bijhorende gezinnen. Wel hecht ik aan een duidelijk onderscheid van verantwoordelijkheden zoals ik in deze antwoorden uiteen zet. De feiten en ontwikkelingen in België doen niet af aan het Nederlandse standpunt rond compensatie. Anders dan in België is het betreffende middel (DEGA 16, zonder de toevoeging van fipronil) in Nederland niet toegelaten. Compensatie door de overheid is niet aan de orde als schade is veroorzaakt door het handelen van private partijen. Het is de primaire verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om over de hele keten te borgen dat voedsel veilig wordt geproduceerd en toe te zien op de geschiktheid van de middelen die op een bedrijf worden gebruikt. Daarom is de directe schade primair een zaak en verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven zelf, waarbij ik besef dat deze situatie een aantal bedrijven hard raakt. Daarnaast ben ik van mening dat gezien de lopende juridische procedure terughoudendheid geboden is. Het staat bedrijven overigens vrij naar de civiele rechter te stappen om de schade op de veroorzakers te verhalen.

Naar boven