Vraag 1, 2
Is het onderzoek dat de Belgische regering heeft ingesteld naar de berichten dat uitgezette
Soedanese asielzoekers bij terugkeer in Soedan met marteling of onmenselijke behandeling
te maken hebben gekregen voor u aanleiding om zelf ook onderzoek te laten doen naar
het lot van Soedanese asielzoekers die door Nederland zijn uitgezet, zoals bijvoorbeeld
de Soedanees die in december is teruggestuurd?1 Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om in elk geval tot de resultaten van uw eigen onderzoek dan wel het
Belgische onderzoek bekend zijn, tijdelijk geen Soedanezen gedwongen naar Soedan uit
te zetten?
Antwoord 1, 2
Het onderzoek dat de Belgische regering is gestart naar de verklaring van enkele door
België uitgezette Sudanese vreemdelingen vormt voor mij geen reden om een eigenstandig
onderzoek te doen naar uitzetting naar Sudan dan wel om terugkeer naar Sudan op te
schorten, omdat de Nederlandse situatie verschilt van de Belgische situatie.
Het door België gestarte onderzoek betreft de uitzetting van enkele Sudanese vreemdelingen
die in België geen asielaanvraag hebben willen indienen en daar derhalve geen asielprocedure
hebben doorlopen. De Sudanese vreemdelingen voor wie gedwongen terugkeer naar Sudan
aan de orde is vanuit Nederland betreffen vrijwel allen personen die eerder asiel
hebben gevraagd en voor wie derhalve in een asielprocedure is vastgesteld dat er geen
sprake is van een risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer.
Tevens betreft het in België personen voor wie (vervangende) reisdocumenten zijn verkregen
van de Sudanese autoriteiten nadat zij waren geïdentificeerd door een met dit doel
uit Sudan naar België overgekomen identificatiemissie. Nederland verkrijgt vervangende
reisdocumenten voor Sudanese vreemdelingen niet middels een identificatiemissie, maar
middels een daartoe strekkend verzoek aan de Sudanese ambassade. Dit laat onverlet
dat identificatiemissies een valabele werkwijze zijn om terugkeer vorm te geven. Nederland
maakt daarvan (bij andere herkomstlanden) ook met enige regelmaat gebruik.
Op deze twee punten is de Nederlandse situatie derhalve niet vergelijkbaar met de
Belgische zaken waarnaar door België thans onderzoek wordt gedaan. Dit neemt niet
weg dat regulier contact wordt onderhouden met de Belgische autoriteiten.
Verder kan slechts een concreet en onderbouwd signaal van ernstige onregelmatigheden
na een uitzetting vanuit Nederland aanleiding vormen om in een individueel geval onderzoek
te starten. Ik heb geen concreet en onderbouwd signaal ontvangen van ernstige onregelmatigheden
na een uitzetting vanuit Nederland naar Sudan dat aanleiding geeft tot het doen van
onderzoek. Eén signaal dat ik in dit verband heb ontvangen is geverifieerd, maar bleek
ongefundeerd.
Tot slot is onderzoek doen door middel van monitoring na terugkeer, al sinds vele
kabinetten voor mij, geen onderdeel van het Nederlandse terugkeerbeleid. Vreemdelingen
die uit Nederland terugkeren naar hun land van herkomst, hebben immers in Nederland
een zorgvuldige procedure doorlopen, waarin mogelijke risico’s en de veiligheidssituatie
bij terugkeer zijn beoordeeld. Als de asielaanvraag van een vreemdeling na een zorgvuldige
procedure en toetsing door de rechter wordt afgewezen, is terugkeer aan de orde. Bovendien
past monitoring door de Nederlandse overheid niet binnen het normale diplomatieke
verkeer. Omgekeerd zou het ook niet passen wanneer autoriteiten van andere landen
zouden monitoren hoe het Nederlanders in Nederland vergaat.
Nu de Nederlandse situatie verschilt van de Belgische zaken en ik geen concreet en
onderbouwd signaal heb ontvangen van ernstige onregelmatigheden na een uitzetting
vanuit Nederland naar Sudan, zie ik geen aanleiding tot het doen van onderzoek of
een beleidswijziging. Andere Europese lidstaten hebben in de Belgische ontwikkelingen
evenmin reden gezien voor een wijziging in hun beleid ten aanzien van terugkeer naar
Sudan.
Voor de volledigheid merk ik op dat in de periode sinds indiening van deze schriftelijke
vragen tot aan de beantwoording ervan geen gedwongen terugkeer heeft plaatsgevonden
naar Sudan.
Antwoord 3
In algemene zin zijn werkafspraken gemaakt over terugkeer met de Sudanese ministeries
van binnenlandse en buitenlandse zaken. In individuele zaken verstrekt de Sudanese
ambassade in Nederland, wanneer een vreemdeling geen geldig paspoort heeft, vervangende
reisdocumenten ten behoeve van terugkeer.
Vraag 4, 5
Is het waar dat een of meer Soedanese diplomaten in Nederland informatie hebben verzameld
of verzamelen over Soedanese asielzoekers die hier aanwezig zijn?
Zijn er gevallen bekend dat een diplomaat of diplomaten van de Soedanese ambassade
ook contact zoeken met Soedanese asielzoekers hier? Zo ja, acht u dit aanvaardbaar
en welke gevolgen heeft dit gehad?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Van Ojik (GroenLinks),
ingezonden 11 januari 2018 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1055).