Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (beiden Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het Meldpunt Discriminatie Internet (MiND) dat stelt dat gewelddadige homohaat mag op grond van de islam (ingezonden 2 december 2016).

Antwoord van Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 20 januari 2017).

* I.v.m. correctie ontvangen datum.

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het bericht «Meldpunt Discriminatie Internet: «Islamitische homohaat is geen discriminatie want islam»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 5

Deelt u de afschuw van de reactie van het MiND, waarin expliciet wordt gesteld dat het oproepen tot geweld geen probleem is als dat gebeurt vanuit de islamitische levensovertuiging?

Bent u bereid expliciet uit te spreken dat het MiND fout zit en aanzetten tot geweld, ook op grond van geloofsovertuigingen, strafbaar is? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2, 5

De reactie van MiND op de aan hen voorgelegde uitingen was een ernstige fout.

MiND heeft inmiddels zelf in een persverklaring duidelijk gemaakt een onjuiste inschatting te hebben gemaakt en dit ten zeerste te betreuren. De fout is inmiddels hersteld en aan Facebook is een verzoek uitgegaan om de gewraakte uitingen te verwijderen. Dat is ook diezelfde dag nog opgevolgd.

Vraag 3

Deelt u de visie dat dit soort zaken altijd thuishoren bij het Openbaar Ministerie en dat de islam (net als andere levensbeschouwingen) nooit gebruikt kan worden als excuus voor feitelijke discriminatie of het oproepen tot geweld?

Antwoord 3

Het OM heeft een zelfstandige taak en bevoegdheid ten aanzien van het beoordelen van strafbare gedragingen, en dus ook ten aanzien het (online) aanzetten tot haat en geweld. De taak van het OM is het strafrechtelijk handhaven van onder meer de discriminatieartikelen in het Wetboek van Strafrecht. Het melden bij MiND kan dan ook niet gelijk worden gesteld aan een aangifte bij de politie.

De taak van MiND is gericht op het beoordelen van meldingen van online discriminatie (daarbij inbegrepen het aanzetten tot discriminatie, haat en geweld) en – indien MiND de inschatting maakt dat sprake is van strijd met de discriminatiewetgeving in het Wetboek van Strafrecht – het indienen van een verzoek tot verwijdering van de gewraakte uitingen bij gebruikers, providers en/of social media platforms.

Vraag 4

Deelt u de visie dat het subsidiëren van instellingen die het oproepen tot geweld bagatelliseren gestaakt moet worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

Alle instellingen, maar in het bijzonder instellingen die een subsidie ontvangen van de Nederlandse staat, dienen zich te houden aan de geldende wet- en regelgeving. Doen ze dat niet, dan kan dat een reden zijn om de subsidie in te trekken en de subsidierelatie te herzien. In dit geval is daarvan echter geen sprake. MiND heeft een onjuiste inschatting gemaakt ten aanzien van de mogelijke strafbaarheid van een online uiting. Dat is wat anders dan het bagatelliseren van het oproepen tot geweld. Ik zal het gesprek met MiND aangaan. Mijn inzet hierbij is te achterhalen hoe de verkeerde beoordeling plaats heeft kunnen vinden en hoe herhaling hiervan voorkomen kan worden. Vooralsnog zie ik echter geen redenen de subsidierelatie per direct te beëindigen.

Naar boven