Vragen van de leden Dijkgraaf (SGP) en Gesthuizen (SP) aan de Ministers van Buitenlandse
Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over bancaire dienstverlening
aan activiteiten van humanitaire organisaties in sanctielanden als Syrië en Rusland
(ingezonden 2 september 2016).
Antwoord van Minister Koenders (Buitenlandse Zaken) en Minister Ploumen voor Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 3 oktober 2016)
Vraag 1
Kent u het bericht «Sancties belemmeren ons werk»1 en het bericht «Hulpverlening in Syrië in gevaar door bankbeleid»?2
Vraag 2, 3 en 4
Vindt u ook dat Nederlandse banken, zoals de in de berichtgeving genoemde Rabobank,
moeten blijven meewerken aan activiteiten van humanitaire organisaties in «sanctielanden»
als Syrië en Rusland, zolang dit binnen het internationale sanctieregime past?
Bent u van mening dat als Nederlandse banken meewerken aan humanitaire hulp, dit niet
in strijd is met het internationale sanctieregime in bijvoorbeeld de genoemde sanctielanden
en dat het sanctieregime niet op banken van toepassing is of wordt vanwege bancaire
dienstverlening aan humanitaire activiteiten?
Beaamt u met de indieners dat Nederlandse banken het sanctieregime momenteel op te
strikte wijze en dus onjuist interpreteren, terwijl er feitelijk geen grond bestaat
voor het weigeren van bancaire dienstverlening aan activiteiten van humanitaire organisaties
in genoemde sanctielanden?
Antwoord 2, 3 en 4
Europese financiële instellingen zijn gebonden aan de directe, bindende werking van
de EU- sanctieverordeningen. Deze bepalen de ruimte waarbinnen alle Europese financiële
instellingen mogen opereren. Juist vanwege het belang van de voortzetting van humanitaire
hulp kennen de meeste sanctieregimes, waaronder het sanctieregime tegen het Syrische
regime, uitzonderingen voor humanitaire doeleinden. Een transactie die betrekking
heeft op door de EU sanctieverordening 36/2012 getroffen goederen, sectoren, personen
of organisaties, kan doorgang vinden op basis van een afzonderlijke ontheffing. Humanitaire
organisaties kunnen deze ontheffing aanvragen bij het Ministerie van Financiën.
Financiële instellingen maken echter ook een eigen risicoafweging omtrent het al dan
niet uitvoeren van transacties. Financiële instellingen kunnen, wanneer zij de risico’s
te hoog achten of wanneer regelgeving dit vereist, een transactie weigeren uit te
voeren. Hierbij kunnen zij verschillende aspecten laten meewegen, waaronder het risico
op indirecte financiering van terrorisme of omdat ze rekening houden met sanctieregimes
van derde landen.
Vraag 5 en 6
In hoeverre acht u het juridisch, politiek en moreel aanvaardbaar dat de (te strikte)
naleving van sanctieregimes op dit moment direct of indirect bijdraagt aan het verhinderen
van humanitaire hulpverlening op plekken waar deze hulp het meest nodig is?
Gaat u onderzoeken of en hoe humanitaire hulpverlening, en de bancaire ondersteuning
daarvan, mogelijk wordt en blijft in landen als Syrië en Rusland? Bent u bereid daartoe
in overleg te treden met Rabobank en andere Nederlandse banken over een tijdelijke
oplossing voor het bancair ondersteunen van humanitaire organisaties die actief zijn
in Syrië en Rusland, zolang er toegewerkt wordt naar een langetermijnoplossing? Overweegt
u bovendien als oplossing voor de lange termijn bijvoorbeeld het aanleggen van een
«white list» van erkende humanitaire organisaties?
Antwoord 5 en 6
De mensen in Syrië hebben recht op humanitaire hulp op basis van de internationaal
afgesproken humanitaire principes menselijkheid, neutraliteit, onafhankelijkheid en
onpartijdigheid. Het kabinet maakt zich grote zorgen over het gebrek aan toegang van
humanitaire hulpverlening tot slachtoffers in Syrië en pleit in vele internationale
fora, waaronder in de International Support Group for Syria, tot verbetering hiervan.
Het kabinet is regelmatig in contact met de organisaties die door de Nederlandse overheid
worden gesteund. Zo heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een humanitaire organisatie,
die de activiteiten niet direct kon financieren, met advies kunnen helpen een nieuwe
financiële dienstverlener te vinden. Uitgangspunt blijft dat financiële instellingen
hun eigen risicoafweging maken omtrent het al dan niet uitvoeren van transacties.
Voor het kabinet is het daarbij van belang dat deze instellingen handelen in lijn
met de geldende regelgeving en sanctieregimes.
Het kabinet is over het sanctiebeleid in dialoog met de banken. Het kabinet verwelkomt
ideeën ter ondersteuning van humanitaire organisaties en zal de banken blijven aansporen
humanitaire organisaties, binnen de mogelijkheden en de geldende internationale en
EU regelgeving, optimaal te faciliteren. Het aanleggen van een «white list» is een
idee dat verdere discussie verdient. Nederland is bereid deze discussie in EU verband
te voeren.
Vraag 7
Kunt u deze vragen uiterlijk 1 oktober beantwoorden?